Voorlezen van alle namen van de Joodse Meppelaars die vermoord zijn.

Boekbespreking Rinsema over de joden in Meppel

Bloeme Levie-Pam Geboren 1 november 1902 Rotterdam vermoord ‎8 okt 1942 Auschwitz. Dochter van Nathan Pam en Henriette Polak. Gehuwd 2 april 1927 Meppel met Mozes Benjamin Levie geboren geboren ‎22 sep 1899 Meppel vermoord 31 aug 1943 midden-Europa. Vóór haar huwelijk had zij al een lingeriezaak in de Hoofdstraat te Meppel. Ook stond zij op de markt en was een bekende verschijning. Zo riep zij vaak - Pietje patje poe en het papiertje krijg je toe.De buurman van de familie Levie, Abraham Brul, kon Bloeme prima imiteren. Toen hij eens zinspeelde op het feit dat Bloeme thuis de broek aan had, kreeg hij een hevige ruzie met haar man. Even leek het in een compleet straatgevecht te zullen ontaarden, doordat ook sommige omstanders zich in het strijdgewoel mengden. Maar gelukkig werd de ruzie tijdig door overbuurman Van Dijk gesust. De Tweede Wereldoorlog bleek voor de gehele familie Levie het eindpunt te worden. In het begin waren er natuurlijk de ‘gewone’ speldenprikken van de Duitsers, maar in 1941 werd het menens. Eerst werd het zakendoen stukje bij beetje onmogelijk gemaakt: de winkel gesloten, de markthandel verboden. Ondertussen was Mozes ook nog ruim acht dagen, van 22 tot 30 april, gevangen gehouden wegens ‘distributiefraude’. Waarschijnlijk had hij wat overgebleven spul uit zijn eigen winkel gehaald. Op 8 mei 1942 maakte Mozes de gang naar het kantoor van de Kamer van Koophandel om daar (uiteraard in opdracht van Omnia) zijn handtekening onder het formulier te zetten, waarop was aangegeven dat zijn zaak in liquidatie was getreden. Ruim een jaar later, op 15 juli 1943, was de zaak formeel geliquideerd.

De joden van Meppel. Grootvader Planting(ook SDAP) had veel vrienden onder deze mensen.

De kinderen Levie en vriendjes hangen uit het raam van de woning boven de winkel in de Hoofdstraat tijdens koninginnedag. Sinds 1772 had Meppel al een Joodse school. In 1841 kwam er een nieuwe school aan de Touwstraat tegenover de sjoel. Vanaf 1868 zaten de meeste kinderen op een openbare school. Er waren geen speciale Joodse verenigingen, men was lid van de plaatselijke sport of muziekvereniging. Van 1859 tot 1940 zaten er doorlopend Joodse mensen in de gemeenteraad en leverde drie wethouders en twee loco-burgemeesters. Veel Joden waren lid van de SDAP. Vóór de oorlog waren er 250 Joden woonachtig in Meppel, slechts 18 personen keerden terug. In de nacht van 2 op 3 oktober werd men van huis gehaald met hulp van burgemeester Geert Wisman ( deze is na de oorlog veroordeeld voor 5 jaar gevangenisstraf). Waar de mannen, vrouwen en kinderen die uren verbleven voordat zij op transport gingen naar Westerbork is nog steeds niet duidelijk. Zoals men vertelt in de documentaire: heeft niemand dan iets gehoord of gezien die nacht. Ongetwijfeld zullen er kleine kinderen gehuild hebben, je moet toch iets gehoord hebben? Lang heb ik nog gezocht naar meer informatie over Eliazer Content. Deze was getrouwd in juni 1942 met Alida Levie. Hij en zijn moeder hebben de oorlog overleefd. Ik heb alleen nog een foto van hem en zijn moeder kunnen vinden uit de jaren '50 en weet niet of hij ooit hertrouwd is en kinderen had. Er zijn nog zoveel vragen die altijd onbeantwoord zullen blijven.

Het electronisch monument van de Meppeler joden.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog leefden in Meppel bijna 250 joden. Alras werd dit aantal uitgebreid met nog vijftien Duitse joden, die hun vaderland ontvlucht waren. 


Registratie
Middels de beruchte Verordening 6/1941 werden alle joden door de bezetter geregistreerd. In hun persoonsbewijs werd een 'J' geplaatst en men werd verplicht een jodenster dragen. 

Isolatie – Deportatie – Roof
De volgende stap was isolatie van de rest van de Meppeler bevolking: zo werden bijvoorbeeld hun winkels gesloten, kinderen mochten niet meer naar school en het zwembad werd verboden terrein. Na die isolatie ging de bezetter over tot roof van hun bezittingen, en uiteindelijk volgde: de deportatie. Eerst naar werkkampen, daarna naar Kamp Westerbork. Dit alles was slechts het begin van het uiteindelijke doel: hun liquidatie in de vernietigingskampen. 

Liquidatie
Het resultaat was verschrikkelijk: in 1945 keerden slechts achttien joden naar Meppel terug. 232 Meppeler joden waren door de Duitsers vermoord en Meppel veranderde uiteindelijk in een stad vrijwel zonder joden. De nutteloos geworden synagoge werd dan ook verkocht en later zelfs tot de grond toe afgebroken. 

Pas lang na de oorlog schrok Meppel wakker, als uit een boze droom. Er was iets onherstelbaars aangericht. Uit Meppel was het joodse element, eeuwenlang deel uitmakend van de Meppeler cultuur, weggerukt. Een monument ter nagedachtenis van de in de oorlog overleden joodse Meppelers werd in het centrum van de stad geplaatst. Maar een monument bevat uitsluitend namen en data. Daarom als aanvulling op dat monument dit digitale gedenkteken waar met een ‘click’ op de familienaam zoveel mogelijk informatie wordt verschaft. Het Digitaal Joods Monument bestaat uit beeld- en documentatiemateriaal, om de vermoorde Meppeler joden een gezicht te geven.

Zoveel mogelijk gegevens worden op deze manier beschikbaar gesteld aan een ieder die daar kennis van wil nemen. Omdat het een flexibel medium is, kunnen aanvullingen en wijzigingen gemakkelijk worden doorgevoerd en de gegevens zoveel mogelijk up-to-date worden gehouden.

Salomon Zaligman, Evalina Zaligman-Wilda, Hendrijette, Hendrika en Mientje

Salomon Zaligman – in zijn geboortedorp steevast Sale genoemd – werd op 29 augustus 1902 in Dwingeloo geboren en trouwde op 29 oktober 1924 in Coevorden met de in die plaats op 8 mei 1896 geboren Evalina Froukje Wilda. Het echtpaar ging in Dwingeloo wonen, waar ze een kledingzaak hadden. Daar werden ook de twee oudste dochters geboren: Hendrijette in 1926 en Hendrika een jaar later. In dit dorp woonde de familie in het ‘jodenhuus’ aan de Brink. Dit huis staat er nog steeds. In de zijgevel is te lezen: ‘S. Zaligman jr’, met een scherp voorwerp gegrift in een baksteen. In 1933 vertrok de familie naar Meppel, waar men eerst in de Woldstraat en later in de 1e Hoofdstraat (op no. 16) een manufacturenwinkel onder de naam ‘De Horizon’ opende, zoals elders reeds vermeld samen met Salomons broer Philippus:

 De manufacturenzaak van de families Zaligman was gevestigd in het pand Woldstraat 6. Toen deze winkel te klein werd, zocht men naar een royaler onderkomen. Dat vond men in de Hoofdstraat. Het oude pand kwam beschikbaar en textielhandelaar Wolf bleek interesse te hebben om daar een manufacturenwinkel te beginnen. Overleg volgde en men kwam tot overeenstemming. Onder één voorwaarde. De heer Wolf mocht pas een maand nadat Zaligman de deur gesloten had, de winkel openen: ‘Om de loop eruit te krijgen.’ En zo geschiedde.

De familie zelf woonde van 1933 tot 1936 in de Woldstraat, maar ging daarna boven de winkel in de Hoofdstraat wonen. In 1933 kregen Salomon en Evalina nog een derde dochter: Mientje.

Salomon was een gewiekst zakenman en adverteerde regelmatig met zijn foto in de krant. In die advertenties beweerde hij dat zijn vrouw Evelien de lekkerste koffie van Meppel kon zetten (koffie in de winkels was toen een vorm van service, met name voor de klanten van buiten Meppel). Niet alleen verkochten Sale en zijn broer Flip goederen in hun winkel aan de Hoofdstraat, maar ook ging men ´met het pak´ de boer op. In zijn auto, volgeladen met handelswaar, toerde Salomon langs de vele klanten in de omgeving van Meppel.

Eigenlijk begon de Tweede Wereldoorlog voor Salomon helemaal zo slecht nog niet. Op 17 mei 1940 verkocht hij twintig dekens aan de Duitsers voor een bedrag van f 129,50. Het werd toen nog betaald ook!

Daarna ging het echter alleen maar minder. De familie Zaligman heeft de vernederingen tijdens de oorlog ondergaan als vele andere joodse families. Beetje bij beetje werd het leven hen steeds moeilijker gemaakt, werden ze bestolen en raakten ze geïsoleerd van de rest van de Meppeler bevolking.

In augustus 1941 kreeg de familie van Salomon een klap te verwerken: Miena, Hendrijette en Hendrika mochten niet meer in Meppel naar school. Toen het schooljaar 1941-1942 zou beginnen, kwam (op 16 augustus) de mededeling van de Duitsers dat joden niet meer zouden worden toegelaten tot ‘normale’ scholen. Het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming formuleerde het iets subtieler:

 ‘De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied heeft mij medegedeeld, dat op korten termijn maatregelen getroffen zullen moeten worden om de schoolkinderen, die van Joodsche bloede zijn of als zoodanig worden beschouwd, in afzonderlijke scholen bijeen te brengen.’

 Zoals zovaak, als het joden betrof, waren de Duitsers zeer daadkrachtig. Reeds op 1 september was het verboden voor joodse kinderen om naar een gemengde school te gaan. ‘Gelukkig’ vond het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming dat daar wel iets voor in de plaats gesteld moest worden:

 'Met nadruk wensch ik erop te wijzen, dat het in de bedoeling ligt om de Joodsche kinderen in staat te stellen, het onderwijs, dat zij thans genieten, te vervolgen, zij het dan in afzonderlijke onderwijsinrichtingen. Deze zullen zoo spoedig mogelijk worden opgericht, zoodat in het algemeen de betrokken Joodsche leerlingen niet langer dan vier weken zonder het hun passend onderwijs zullen zijn.'

Hendrijette en Hendrika, leerlingen van de Rijk HBS, mochten vervolgens naar een joodse school voor voortgezet onderwijs in Zwolle. Miena, leerling van de 3e klas van de lagere school moest thuisblijven tot februari 1942, tot er eindelijk een joodse lagere school in Meppel kwam.

De volgende klap kwam op 1 november toen het de familie Zaligman verboden werd hun beroep als textielhandelaar uit te oefenen, de winkel werd gesloten, de vergunning werd ingetrokken en de goederen werden na inventarisatie uit de winkel verwijderd. Het was vereffenaar Seuter van Omnia die ervoor zorgde dat alles naar wens van de Duitsers werd geregeld. Omdat ambtelijke molens nu eenmaal langzaam malen, ging ‘De Horizon’ pas op 21 mei 1942 in liquidatie en werd het bedrijf op 26 oktober 1943 formeel opgeheven. Maar zelfs toen was Omnia nog niet klaar met de firma Zaligman. Twee dagen later vroeg Seuter aan politie-inspecteur Breedveld waar de auto van de familie Zaligman toch gebleven was. Op 30 oktober antwoordde Breedveld dat:’[…] über den Verblieb des Personenwagens bis jetzt noch nichts festgestellt werden konnte.’ Waarschijnlijk is die auto ook nooit meer boven water gekomen en in een of ander circuit verdwenen.

Salomon had het voorgevoel dat het met zijn winkel niet goed af zou lopen. In 1941 reeds probeerde hij goederen uit de zaak bij anderen onder te brengen. Arend de Roo, toen een 13-jarig jongetje dat in het centrum van Meppel woonde en goed bekend was met de familie Zaligman:

Toen in november 1941 de textielvergunning van Salomon Zaligman werd ingetrokken, probeerde hij toch nog een deel van zijn voorraad uit handen van de Duitse bezetters te houden. Op een ijskoude dag in november of december moest ik van mijn vader op de fiets met Sally Zaligman – zo noemden we hem in Meppel – mee spullen uit zijn winkel wegbrengen. Daar gingen we dan; bepakt en bezakt met garen, band en stoffen fietsten we richting Havelte. We fietsten eerst langs de Drentse Hoofdvaart en voorbij Havelte gingen we ‘achteruit’ de landerijen in. Ik had heel goed door dat het deze keer geen ‘handel’ betrof, maar het onderbrengen van winkelvoorraad bij kennissen en relaties. Zaligman kende die streek namelijk goed, want hij kwam uit Dwingeloo – een dorp daar in de buurt – en deed daar veel in zaken. Ik herinner me nog steeds dat het toen zo koud was, dat we op de terugreis ons nog hebben gewarmd bij de oven van een bakker in Havelte. Een voorgevoel?

In het jaar 1942 werden de puntjes door de Duitsers nog eens op de i gezet. Het autorijden werd Salomon onmogelijk gemaakt, meubels en huisraad mocht hij niet meer verkopen, de jodenster werd ingevoerd, de Tweede Liro-Verordening zorgde ervoor dat nog meer geld en waardevolle goederen in handen van de Duitsers kwamen, de familie moest hun fietsen inleveren en reizen werd hun bijna onmogelijk gemaakt.

De ellende voor Salomon Zaligman begon echter pas goed op zaterdag 20 juni. Toen werd hij op last van de Sicherheitsdienst door de Meppeler politie om 15.00 uur in verzekerde bewaring gesteld. Om 20.30 uur overkwam A. Dekker, wonende aan de Kastanjelaan 22, hetzelfde. De beschuldiging luidde: Zaligman verkocht door de Duitsers in beslag genomen goederen uit zijn eigen winkel aan Dekker. Laatstgenoemde had namelijk 6 spiraalmatrassen, 2 ledikanten, 2 stromatrassen en een stoel voor hem opgeslagen. Beiden verbleven tot maandag 22 juni in hechtenis op het Meppeler politiebureau. Die dag werden ze om 06.15 uur op transport gesteld naar de Sicherheitspolizei te Assen. Dekker kwam een paar dagen later weer vrij, maar Salomon Zaligman niet. Op 3 juli werd hij vanuit Assen naar Westerbork getransporteerd en op de 16e van die maand vond zijn deportatie naar Auschwitz plaats, tezamen met 585 andere ongelukkigen. Het was het tweede deportatietransport naar Auschwitz. Salomon Zaligman was de eerste Meppeler jood die ter dood werd gebracht in de gaskamers van Auschwitz; op 28 juli 1942. En waarom? Omdat hij een gedeelte van zijn eigen winkelvoorraad uit handen van de Duitsers had proberen te houden.

Evalina en haar drie dochter bleven alleen achter in Meppel, in onzekerheid over wat hun te wachten stond. Allerlei geruchten deden de ronde. Dat hoorde natuurlijk ook Evalina. Zij vroeg aan overbuurman Van Brussel of bij hen wat huisraad gebracht kon worden, ‘voor als …’:

Op een ochtend werden er zes schoenendozen gebracht. In iedere doos zaten – zoals gebruikelijk – twee schoenen. Het aparte was echter dat het geen linker en rechter schoen van hetzelfde soort waren, maar een verschillende linker en rechter schoen. De overeenkomstige schoenen zaten in dozen die bij anderen waren ondergebracht …

In de nacht van 2 op 3 oktober kwam aan alle onzekerheid een eind. Het is niet te beschrijven wat moeder Zaligman en haar drie kinderen Miena, Hendrijette en Hendrika in die verschrikkelijke nacht hebben meegemaakt. Het is niet gewaagd te veronderstellen dat die nacht zowel letterlijk als figuurlijk de donkerste nacht uit de geschiedenis van Meppel is. Hun man en vader zagen ze in Westerbork niet weer terug. Wisten ze dat hij reeds vermoord was?

Evelina, Hendrijette, Hendrika en Mientje bleven slechts enkele dagen in Kamp Westerbork. Op 9 oktober 1942 vertokken ze uit Westerbork en gingen met meer dan 1700 mensen naar Auschwitz: drie dagen onder de meest erbarmelijke omstandigheden in een overvolle trein. Ze stierven allen op 12 oktober 1942, negen dagen nadat ze uit hun huis zijn gehaald. Zij hebben hun man en vader nooit meer gezien.


Foto in 1942 genomen achter het huis van de familie Zaligman aan het
Noordeinde. Te zien zijn v.l.n.r. Martha Zaligman, Hendrika Zaligman,
Lia Roos, Eddy Roos,?, Sonja van de Rhoer en Ali Wolf.

Martha Zaligman, na de oorlog met David Groen getrouwd.

Het is J.Hofman die in zijn proefschrift ´De collaborateur´, een sociaalpsychologisch onderzoek naar misdadig gedrag in dienst van de Duitse bezetter, dat verscheen in 1981, aandacht besteed aan de collaboratie in de politiële sfeer. 

De Duitse bezettende macht beschikte echter ten ene male niet over voldoende eigen middelen en mankracht om een uniforme en overeenkomstig de eisen van het systeem gemodelleerde gedragscode te bewerkstelligen, afwijkingen op te sporen  en om strenge controle te kunnen uitoefenen  op de gedragingen van de individuele burger. De Sicherheitsdienst bestond in ons land uit niet meer dan vierhonderd Duitse medewerkers zodat zij voor haar functioneren volledig afhankelijk was Nederlandse hulpkrachten.

Geen wonder dat men van Duitse zijde probeerde in het bijzonder de politie aan haar zijde te krijgen c.q. dienstbaar te maken aan haar bedoelingen. Helaas is dit haar in verregaande mate gelukt en daarmee werd de Nederlandse politie een groot gevaar voor tallozen , die als gevolg van de bijzondere tijdsomstandigheden niet mochten rekenen op de bescherming van de in die periode aanwezige machthebbers (p.52).

 

Medio 1942 wandelen (v.l.n.r.) Rudi Roos, Ali Wolf, Lia Roos en Loeki Zaligman door de Hoofdstraat

Eind juli 1942 loopt de spanning bij de Joodse bevolking van Meppel hoog op: meer dan 30 Joodse mannen zijn al naar werkkampen vertrokken. Hun gezinnen blijven in opperste verwarring achter. Op 17 augustus delen de Duitsers een nieuwe mokerslag uit: 27 jongemannen moeten naar het werkkamp in Linde. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 worden met behulp van burgemeester Geert Wisman 171 Meppeler Joden uit hun huis gehaald en op de trein naar Westerbork gezet. In Westerbork worden ze verenigd met hun, uit de diverse werkkampen gehaalde, mannen, vaders en zonen om gezamenlijk verder te reizen.

In 1945 keren slechts achttien Joden naar Meppel terug, 232 Meppeler Joden zijn door de Duitsers vermoord en Meppel verandert uiteindelijk in een stad vrijwel zonder Joden. De nutteloos geworden synagoge wordt dan ook verkocht en in 1960 zelfs tot de grond toe afgebroken. De synagoge maakt plaats voor een winkelpand. De Joodse gemeenschap in Meppel is veel te klein om opnieuw een synagoge op te richten. De Jodenbuurt in Meppel is vrijwel geheel vervangen door nieuwbouw. Maar er stonden behalve een synagoge, ook een Joodse school, een Joods badhuis en veel Joodse winkeltjes. Straatnamen in de buurt herinneren nog aan het feit dat het vroeger een Joodse buurt was.

Rudi en Lia Roos

Foto in 1942 genomen achter het huis van de familie Zaligman aan het
Noordeinde. Achterste rij v.l.n.r. Ali Wolf, Martha Zaligman, Hendrika
Zaligman, ?, Sonja van de Rhoer, Levie Zaligman, Lia Roos. Voorste
rij v.l.n.r. Henderjetta Zaligman en ? met Rudi Roos en tot slot
Miena Zaligman.

De Horizon de winkel van Salamon Zaligman

De winkel van Salamon Zaligman in de tegenwoordige tijd.

Familie Levie