De fusie van het NRG en het RG. Nieuwe naam Republikeins genootschap

Zaterdag 13 mei 2017  was een belangrijke datum in het jonge leven van het Nieuw Republikeins Genootschap (NRG). Op de agenda van de jaarvergadering stond het voorstel  de naam van het NRG te veranderen in Republikeins Genootschap van Nederland, en de statuten in die zin aan te passen. Daarmee ging het oude Republikeins Genootschap (RG) van wijlen Pierre Vinken c.s. op in het nieuwe verband. RG-lid Ulli d’Oliveira was een der wegbereiders van de fusie en licht hier de motieven toe.

Tekst Ulli d’Oliveira

Het Republikeins Genootschap (RG) bestond sinds 1996, toen Pierre Vinken dit met een aantal medestanders uit de meritocratische kringen van Nederland oprichtte. De eerste twintig jaar van het RG zijn uitvoerig beschreven in  Paul Frentrops biografie van Pierre Vinken, Tegen het idealisme (2007). Inmiddels is Pierre Vinken in november 2011 op 83-jarige leeftijd overleden. Zoals bekend bestond het RG vooral uit een aantal namen. Er was geen vergadering, er werd geen contributie geheven, en oprichters konden niet van de lijst geschrapt worden, want ze konden hun bijdrage aan de oprichting niet ongedaan maken. Latere leden werd soms schrapping vergund, vaak gepaard gaand met een gedoseerde minachting, aangezien een verzoek van een genoot om van de ledenlijst te worden afgevoerd nogal eens samenhing met diens nadering tot het koninklijk huis.

Pim Fortuyn, op zich republikein, gaf te kennen dat het zijn ambitie om minister-president te worden zou fnuiken als hij officieel op de lijst zou staan. Sommigen waren ook onaangenaam verrast dat hun naam open en bloot op de website van het Rg bleek te prijken; zij waren liever crypto-lid. ’Het laatste taboe’, zoals Frentrop het aan het RG gewijde hoofdstuk in zijn biografie noemt, deed  nog steeds een aantal republikeinen de moed in de schoenen te zinken, enigszins vergelijkbaar met de gewetensbezwaarden die toch hun militaire dienst maar uitzaten om een hun voorgespiegelde loopbaanfnuiking te ontlopen. Ocherm.

Republikeinse grondwet

Het RG was geen organisatie. Het enige wat de genoten bond was hun republikeinse overtuiging en een zweem van aanvuring om daar als het zo uitkwam uiting aan te geven. Voor het overige bestond er een website met de lijst van namen, en, uitermate nuttig, een lijst van republikeins publicaties in de media, waar je voor een deel naar kon doorklikken. Ook een republikeinse grondwet ontbrak niet; er waren er zelfs meerdere.

Enig genootschapsleven was er wel. Onder aanvoering van Pierre Vinken kwamen  regelmatig in de serre van Bodega Keyzer een aantal genoten bijeen, puur uit gezelligheid. Onder hen Paul Frentrop, Hans van den Bergh, Loek van Vollenhoven, Max Pam, Theodor Holman, Joop Goudsblom, Gijs van de Westelaken, Hans Teeuwen, Henk Steenhuis, Ad Franssen, Mai Spijkers, en off and on ook anderen. Na Pierre’s dood  werd dit herendiner  op kleinere schaal voortgezet tot aan de huidige dag, zij het op andere locaties.

Uitdunning

Toch kwam de klad in het RG. De site werd niet echt meer professioneel bijgehouden, er werd niet meer actief leden geronseld, en een zekere uitdunning door overlijdens kon niet worden tegengehouden of gecompenseerd. Anderzijds kwamen er geluiden vanuit het NRG dat vormen van samenwerking werden gezocht. Nu was er altijd niet alleen een zekere spanning tussen de ‘élitaire’ vraagclub van het RG en het democratische NRG, waar ieder lid van kon worden als hij zijn contributie betaalde, maar bovendien leverde het bestaan van beide organisaties verwarring op bij aspiranten en sympathisanten, en dat kwam geen van beide genootschappen ten goede. Bovendien was en is het NRG  actiever in het verwezenlijken van de aspiraties naar een Republiek Nederland  dan het RG dat was. Vandaar dat er gesprekken ontstonden tussen bestuursleden van het NRG en leden van het RG. Dit was van die laatsten een greep naar de macht, want zij konden namens niemand spreken. Paul Frentrop en ondergetekende  wierpen zich op om de gesprekken te voeren en kwamen een paar keer bijeen met bestuursleden van het NRG, met name voorzitter Hans Maessen. Usurperend en al waren wij bereid om de naam RG over te dragen aan het NRG, de ledenlijst beschikbaar te stellen voor het in te richten tableau, waarop leden en sympathisanten blijk kunnen geven van hun steun aan het republicanisme. Een en ander zou zijn beslag krijgen op de vermelde ledenvergadering van het NRG.

Dat was nog niet zo eenvoudig, want er waren tegenvoorstellen ingediend voor een nieuwe naam van het NRG. Omdat ik ook al lang lid was van het NRG kon ik ook in die hoedanigheid de medeleden toespreken en het voorstel van het bestuur steunen. Weliswaar klinkt ‘genootschap’ wat oubollig en ook weer enigszins sektarisch en restrictief, niettemin zou het grote voordeel zijn dat de verwarring tussen beide genootschappen uit de wereld zou worden geholpen.

Ik vond het nuttig om ook te herinneren aan het bij de troonsopvolging gehuldigde principe: Le roi est mort, vive le roi! Het RG is dood, leve het nieuwe RG. Gelukkig werd de tweederde meerderheid, nodig voor de statutenwijziging gehaald, ruimschoots zelfs. Zo is dus na dertig jaar het RG ten grave gedragen en het nieuwe RG uit de as ervan herrezen.

En wat het op te richten Tableau betreft: daar mag iedereen op staan die langs democratische weg streeft naar de afschaffing van de monarchie in Nederland. Mocht men van opvatting veranderen of  anderszins  geschrapt wil zijn van het tableau, dan kan dat op eenvoudige manier en te allen tijde door een briefje aan het bestuur te sturen. Zo wordt  vast de ledenlijst van het oude RG  – gezuiverd van de overledenen-  op het tableau opgevoerd, met de mogelijkheid van opting out.

Gebroken kroontje

Vermelding verdient nog, dat de site van het  nieuwe RG  spectaculair vernieuwd wordt en dat er  alvast een mooi logo  voor het RG is ontwikkeld. Vanuit de zaal werd geopperd om  voor alle duidelijkheid aan de gestileerde letters RG een gebroken kroontje toe te voegen. Ik heb de vergadering ervan weten te overtuigen dat dit geen goed idee was. Ik wees erop dat de Oranjes de republikeinen beschouwen als een nuttige waakhond die de monarchie scherp houdt. Als wij daarom te zijner tijd het predicaat ‘koninklijk’ verwerven wegens onze verdiensten voor de monarchie zit zo’n gebroken kroontje danig in de weg.

Johan Derk van den Capellen tot den Pol, leider van de patriotten.

Eind 18e eeuw ontstond in Nederland een beweging die geïnspireerd op de Verenigde Staten meer democratisering eiste. Zij noemden zich na verloop van tijd de Patriotten. Deze Patriotten verzetten zich tegen de Nederlandse aristocratie met haar voorrechten en erfelijke ambten en dus ook tegen de Stadhouder en het stadhouderlijk stelsel. Daarnaast waren de meesten van hen ook anti Engeland en pro Frankrijk. Daar kwam nog bij dat stadhouder Willem V als een zwak leider werd gezien.

Van 1783 tot 1786 werden in het land zogenaamde exercitiegenootschappen opgericht. Dit waren plaatselijke burgerweerbaarheidsbewegingen waarbij burgers werden getraind in het hanteren van vuurwapens. In 1786 kwamen de exercitiegenootschappen bij elkaar in Utrecht en kwamen zij, ondanks interne verdeeldheid, overeen dat de vroedschappen (het stadsbestuur) niet meer door de stadhouder benoemd moesten worden maar door het plaatselijk exercitiegenootschap. De vroedschap van Utrecht werd op zeven leden na afgezet. Later gebeurde hetzelfde in Rotterdam en Amsterdam. Op 9 mei 1787 vond een gevecht plaats toen stadhouderlijke troepen probeerden om Utrecht terug te veroveren. Tegen deze tijd balanceerde Nederland op de rand van een burgeroorlog. Stadhouder Willem V was toen al verdreven uit Den Haag. De stadhouderlijke familie woonde daarom in Nijmegen.

Aanleiding[bewerken]

Om het tij te keren vertrok Wilhelmina van Pruisen op 28 juni 1787 naar Den Haag om de Staten van Holland er toe te bewegen haar man weer aan de macht te brengen en de orde te herstellen. Mogelijk wilde ze voorstellen dat ze een deel van zijn taken over zou nemen omdat hij daar zelf niet toe in staat werd geacht. Het Goudse vrijcorps vermoedde al dat ze voorbij zou komen. De voorman van de Goudse patriotten, Cornelis Johan de Lange, was op de hoogte gebracht via de vriend van het kamermeisje van de prinses die schriftelijk haar verloofde haar komst had aangekondigd. Bovendien waren er paarden besteld in Tiel, Nieuwpoort en Haastrecht.[3] Op paleis paleis Huis ten Bosch in Den Haag waren levensmiddelen besteld: het was duidelijk dat er hoog bezoek op komst was.

De aanhouding[bewerken]

 
Onderhoud met Wilhelmina van Pruisen aan de Goejanverwelle Sluis

Kapitein van Leeuwen van het Goudse vrijkorps had drie mannen opgesteld. Sergeant Adam Schouten hield haar gezelschap van twee sjezen en een koets 's middags tegen vier uur aan en waarschuwde zijn kapitein, dat de aanhouding had plaatsgevonden. Van Leeuwen besloot dat het gezelschap de reis kon voortzetten richting Haastrecht onder begeleiding van het Goudse detachement. Het gezelschap reed stapvoets door, maar op de IJsseldijk was ondertussen veel volk op de been om haar toe te juichen. Het vrijkorps kwam snel in actie en zette de weg naar links af, om een doortocht richting Den Haag onmogelijk te maken.[4][6] In plaats daarvan werd de prinses richting Hekendorp gevoerd. Eenmaal daar overgezet bij de Goejanverwellesluis werd Wilhelmina naar de boerderij van Adriaan Leeuwenhoek overgebracht.[4][7] Daar is het gezelschap van wijn, bier en tabak voorzien. De prinses, aanvankelijk zittend op een stapel kazen, kreeg bewaking mee toen ze naar het toilet moest en zal erg beledigd zijn geweest.

Omdat de boerderij geen geschikte plaats was om te overnachten, gaf de Commissie van Defensie, bij monde van Martinus van Toulon, burgemeester en oud-baljuw van Gouda, haar de keus door te rijden om te overnachten in het Kasteel van Woerden of terug te keren naar Schoonhoven. De prinses gaf te kennen liever terug te rijden dan kans te lopen opgesloten te worden in de kerkers en vertrok kort na tien uur, nadat de burgemeesters van Schoonhoven op de hoogte waren gebracht van haar komst.[4]Cornelis Johan de Lange van Wijngaarden, commandant van het vrijcorps van Gouda, begeleidde haar naar de pont. Na twee dagen wachten op antwoord keerde de prinses onverrichter zake terug naar Nijmegen.

Gevolgen[bewerken]

Dit incident vormde de directe aanleiding voor de Pruisische inval in de Republiek. Frederik Willem II van Pruisen schoot zijn zuster Wilhelmina te hulp en eiste genoegdoening (satisfactie) van het gewest Holland. Nadat een groot leger van 20.000, of 26.000, een enkele auteur beweert zelfs 30.000 goedgetrainde Pruisische soldaten [8][9][10] onder leiding van de hertog van Brunswijk de rust herstelde in de rebellerende steden, keerde het stadhouderlijk paar naar 's-Gravenhage terug en was de Oranjerestauratie een feit.

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. Omhoog Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda, p. 36-65.
  2. Omhoog Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 12.
  3. ↑ Omhoog naar:a b Aanhouding van prinses Wilhelmina Goejanverwellesluis, 28 juni 1787. In: G. Mak (1991) Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis. Meer dan honderd reportages uit Nederland, p. 108-12.
  4. ↑ Omhoog naar:a b c d Smit, J. (1957) Een regentendagboek uit de achttiende eeuw, Oudheidkundige kring "Die Goude"
  5. Omhoog Wildschut, A. (2005) Goejanverwellesluis; de strijd tussen patriotten en prinsgezinden, 1780-1787ISBN 9065504508
  6. Omhoog Smit, J. (1916) Den Haag in de Patriottentijd, p. 44.
  7. Omhoog Bij Goejanverwellesluis lag een voetveer dat in 1992 werd vervangen door een brug, de Wilhelmina van Pruisenbrug.
  8. Omhoog Meddens-van Borselen, A. Ik zal dit in uwe ogen doen druipen: De aanhouding van Wilhelmina van Pruisen door de Commissie van Defensie te Woerden in 1787
  9. Omhoog Israel, J. (1996) The Dutch Republic. Its Rise, Greatness, and Fall, p. 1113.
  10. Omhoog Horst, H. van der (2007) "Nederland", blz. 260, ISBN 978 90 351 3268 9)

Literatuur

Interview

‘Is HM wel helemaal normaal?’, vroegen de ministers van Wilhelmina’s oorlogskabinet in Londen zich af. De vorstin bleek verslaafd aan pervitine, een amfetamine die ook in zwang was bij de Duitse SS en Wehrmacht. Historicus Gerard Aalders over de consequenties van absoluut regeren onder invloed van speed.

 Tekst Gerard Aalders

 Onlangs verscheen een boek van de historicus-jurist Marcel Verburg waarin hij onomwonden constateert dat koningin Wilhelmina aan de drugs was. Jarenlang hebben we een junk op de troon gehad. Hoezeer en hoelang ze verslaafd was is moeilijk te zeggen want het tv-programma ‘EenVandaag’, waarin Verburg zijn boek Geschiedenis van het Ministerie van Justitie 1940-1945 presenteerde, deed zijn uiterste best om het kijkvolk te sussen. In Wilhelmina’s tijd zag men drugs nog niet als drugs en ze was toch onze Moeder des Vaderlands in de bange oorlogsjaren? Daar valt van alles op af te dingen, maar dat Wilhelmina een junk werd is gezien haar opvoeding best logisch.

 

Zielig geval

Een koningsdochter groeit niet op als andere meisjes. Wilhelmina was als kind een zielig geval, hoewel het haar materieel natuurlijk nergens aan ontbrak. Waar het aan schortte was warmte, empathie en gewone medemenselijkheid. Vriendinnetjes had ze niet en de paar meisjes die met haar mochten spelen – nou ja, zo nu en dan in haar nabijheid mochten verkeren – moesten haar aanspraken met ‘mevrouw’.

Haar moeder, koningin Emma, zeulde met dochterlief stad en land af om sympathie op te bouwen voor het Oranjehuis want die was door het onbeschofte en onbehouwen gedrag van Wilhelmina’s  vader, koning Willem III, tot een dieptepunt gedaald. Emma is er helaas in geslaagd die neerwaartse spiraal te doorbreken en om te buigen in een richting die het republikeinse volksdeel haar niet in dank heeft afgenomen.

Zodra ze meerderjarig was – voor Wilhelmina was dat al op haar achttiende verjaardag, drie jaar eerder dan haar leeftijdgenoten – besteeg ze de troon. Ook die gebeurtenis helpt je op termijn wellicht aan de drugs, want als je als tiener al staatshoofd wordt – terwijl je eigenlijk nog gewoon op de middelbare school hoort te zitten – raak je het zicht op de werkelijkheid kwijt. Op zo’n dag denkt zo’n kind-staatshoofd wellicht dat het hallucineert, maar het was allemaal echt.

De kranten dampten bij haar inhuldiging van pure Oranjeliefde en een minister was het spoor helemaal bijster toen hij schreef over de ‘waardige en tegelijk natuurlijke wijze’ waarop Wilhelmina haar arm had opgeheven om trouw te zweren. ‘Geen actrice had het haar kunnen verbeteren, zoo bevallig en tegelijk ongekunsteld was hare beweging.’

Probeer in zulke omstandigheden maar eens van de drugs af te blijven. Je steekt je arm omhoog en een minister valt subiet in zwijm van ademloze bewondering

Mateloos gedweep

Ze had trouwens acht jaar de tijd gehad om dat armpje te leren heffen en het tekstje te oefenen dat ze in de Nieuwe Kerk uitsprak. Met die tekst is ook al zo mateloos gedweept, hoewel het kind/koninginnetje niets bijzonders had te melden. Integendeel.

Maar volgens haar biograaf deed ze dat wel ‘kristalhelder en zonder enige hapering’. Dat is fijn, maar ach, het was ook maar een minispeech van nog geen 250 woorden; zeg maar een driekwart A-4tje.

Opvallend genoeg heeft Wilhelmina zichzelf qua gedrag lang in de hand weten te houden, wat een ijzeren wilskracht moet hebben geëist. Ze had altijd een sterk overtrokken beeld van zichzelf en was ten diepste overtuigd van haar eigen grootheid en importantie. Tegenspraak duldde ze niet en vermoedelijk zwolg ze als een Donald Trump in de adoratie van het juichende publiek.

Toen de oorlog uitbrak had ze op allerlei mogelijke manieren kunnen reageren. Ze nam echter het verkeerde besluit en koos voor het hazenpad. De orangistische geschiedschrijving heeft bovenmenselijke pogingen gedaan haar vlucht als een heldendaad af te schilderen; als een bewijs van haar diepgaande inzicht in de loop der dingen.

Die vermeende diepgaande, intellectuele, vergezichten hadden haar er van overtuigd dat de oorlog maar kort zou duren: hooguit een jaar. Dan kon ze weer terug. Maar het duurde vijf keer zo lang en de frustraties hoopten zich op. Ergens is het toen fout gegaan en heeft ze naar de pervitine gegrepen, een drug die vergelijkbaar is met speed of amfetamine.

Absolute monarchie

Wilhelmina vertoonde in Londen opvallend gedrag en ze gedroeg zich meer als een viswijf dan een koningin. Haar ministers maakte ze uit voor rotte vis en bij iedere aanleiding schold ze de heren stijf. Volgens Hare Majesteit waren de ministers van haar operetteregering – het valt moeilijk anders te benoemen – een zootje slapjanussen. Geen knip voor de neus waard. Het punt was vooral dat niemand haar ideeën over ‘Vernieuwing’ wilde accepteren. Dat strekt de ministers tot eer, want wat Wilhelmina ‘Vernieuwing’ durfde noemen, was niets minder dan een terugkeer naar de duistere Middeleeuwen. De macht van het parlement wilde ze drastisch beperken en die van haarzelf oprekken. Wilhelmina droomde van een absolute monarchie.

Dat archaïsche idee had zich onwrikbaar in haar hoofd vastgezet. Dankzij (of wellicht ondanks) de pervitine? Wie tegen ‘Vernieuwing’ was, was tegen háár en kon maar beter direct opkrassen. Bij haar ministers rees de vraag: ‘Is Hare Majesteit wel helemaal normaal?’

Jazeker. Wilhelmina gedroeg zich zoals ze zich eigenlijk altijd al had willen gedragen. Alleen had ze zich altijd beheerst, maar die eigenschap verdween onder invloed van haar druggebruik. Een kernmerk van pervitine is namelijk dat het je normale gedrag versterkt.

In potentie, zo moet de conclusie luiden, was Wilhelmina’s viswijverige, onbeschofte gedrag dus altijd al onder de oppervlakte aanwezig. Pas toen ze pervitine ging gebruiken, openbaarde zich haar ware karakter en verschilde ze nog maar nauwelijks van haar vader, Willem III.

‘Weg met het koningshuis, de toekomst van Nederland is republikeins’

We dulden het koningshuis omdat we waanzin als waarheid ervaren

01-05-2017, 20:20 

Als een van de laatste Mohikanen in de wereld wordt Nederland bestuurd door een koningshuis. Een uitgekleed en ceremonieel koningschap weliswaar, maar desalniettemin een ondemocratisch vehikel aan de top van ons staatsbestel. Elke discussie om dit te veranderen wordt in de kiem gesmoord vanwege de populariteit onder de bevolking voor de familie Nassau. Daarnaast geniet de monarchie opmerkelijk veel support binnen kringen die beter zouden moeten weten. Het is ronduit zorgwekkend hoe bij sommige Nederlandse bestuurders de tranen van ontroering in de ogen springen wanneer ze spreken over de kroon. Zorgwekkend hierbij is vooral de waanzin die als waarheid wordt aanvaard. Hieronder een paar voorbeelden daarvan.

Goede propaganda in het buitenland

Een vaak gehoord argument is dat de monarchie zorgt voor betere en grotere publiciteit in het buitenland. Een koninklijk bezoek spreekt immers meer tot de verbeelding dan de komst van een minister van Algemene Zaken. Dit geldt zeker in republikeinse landen waar ze de adel al wel hebben afgeschaft. Het is dan ook best aannemelijk dat AkzoNobel een X-aantal verfpotten meer verkoopt in India wanneer Willy zijn hoofd in Mumbai heeft laten zien. Soms.

De vraag is alleen: Moet je een staatsbestel onaangepast laten om die reden? Wat zegt het over het karakter en de psyche van een natie wanneer ze haar meest elementaire zaken laat bepalen door kortetermijnwinsten in het buitenland? Is het werkelijk goede reclame om het verleden in stand te houden, omdat het ons nu een grijpstuiver links en rechts extra oplevert? Een prijskaartje hangen aan iemands leven wordt algemeen als onethisch gezien. Hetzelfde zou moeten gelden voor het landsbestuur. Laat u dus ook nooit meer aanpraten dat een president “ook geld kost.”

Stabiliteit in het binnenland

Een andere leugen die vaak de ronde doet is dat het koningshuis zorgt voor stabiliteit. Waar politieke leiders komen en gaan blijft een koning als rots in de branding staan. De waarheid is anders. Het bombarderen van één familie tot symbool van nationale eenheid is in de huidige tijd vragen om problemen. Het is bovendien een kwestie van geduld voordat dit land en haar mensen een inadequaat vorst aantreft op de troon. Een dronkaard, een kleptomaan, een twitteraar met uitgesproken meningen.

Of nog erger; onvruchtbaar. Deze genetische loterij een stabiele factor noemen is hetzelfde als Dr Vogel aanbevelen als serieus arts. Het heeft de naam, maar niet de faam. Bovendien moeten we die eeuwenoude stabiele status van de Oranjes niet overschatten. Ze regeren pas een paar honderd jaar als vorsten. Ieder weldenkend mens begrijpt dat ze deze periode, goedschiks of kwaadschiks, niet gaan verdubbelen. Het adellijke systeem is wereldwijd aan het uitsterven. Het huis van Oranje Nassau is een terminaal bejaard orgaan. Eindigt het niet bij Amalia, dan eindigt het wel bij haar kleinkinderen. Daar is niks stabiliserends aan.

 

 

Boven de partijen

In 2012 werd wijselijk besloten om de koning voortaan niet meer actief te betrekken bij de vorming van een nieuw kabinet. Plotsklaps hoorde je van allerlei figuren die rondhangen bij de Raad van State en andere staatkundig ingerichte achterkamertjes hoe onwenselijk dit wel niet was. Het democratische systeem zou gebaat zijn bij een majestueus persoon. De koning werd gepresenteerd als de ultieme A-politicus die boven de partijen staat in tijden van bestuurlijke onzekerheid. Het tegenovergestelde is waar. Een koning is geen medicijn tegen een politieke impasse, het is een extra risicofactor.

Kijk alleen al naar onze zuiderburen tijdens hun regeringsformatie van 2010. Naarmate de tijd vorderde werd de rol van koning Albert politieker en dubieuzer. Hij weigerde nieuwe verkiezingen uit te schrijven en sloot politici uit die in zijn ogen niet serieus genoeg waren voor het informatiespel. Kortom, een koning staat als het erop aankomt nooit boven de impasse. Hij of zij is op zo’n moment de vleesgeworden impasse. En in tegenstelling tot een ceremonieel president kan een Nederlandse troonzitter officieel niet worden aangesproken op zijn of haar functioneren als MC. Onwenselijk.

De mensen zelf

Zou Amalia op school ooit een beroepentest moeten invullen? Of is dat added insult to injury? De rest van haar leven staat qua carrière immers muurvast. Natuurlijk kan ze zich excuseren en haar droom najagen als standup comedian. Een snoeiharde cabaretier die vroeger lid was van het koningshuis, wie wil dat niet zien? Alleen mag dan haar zus het overnemen en dat wil je ook niet op je geweten hebben. Een van Friso’s meest memorabele quotes is ook niet voor niets: “Je mag Alex wel in elkaar slaan, maar niet doodslaan , want dan moet ik koning worden” Het mag duidelijk zijn, voor die hoogheden is het ook geen pretje om als een wandelende vlaggenstok door het leven te moeten gaan. Waarom geven we deze familie niet de vrijheid om te leven als welgestelde burgers met oud geld? Gun het die mensen dat ze een gedeelte van hun eigendommen moeten exploiteren om wellustig te kunnen leven zonder zweten. De vrije markt biedt kansen voor iedereen! Zelfs voor ex-koningen en koninginnen. Gun ze dat geluk.

Conclusie

Momenteel is het koningshuis nog onverminderd populair. Hele wijken staan tijdens Prinsjesdag met opgeblazen oranje klompen op de kop drie uur lang te wachten op een poppenkastfiguur in een hobbelige koets. En daar is an sich niks mis mee. Wel mag je van de bestuurlijke elite een andere grondhouding verwachten. Meer ratio, minder emotie. Lintjes zijn immers voor racepaarden. Oranje is boven alles een kleur. Het koninkrijk bestaat niet bij gratie gods. Te vaak worden bestuurlijke vernieuwingen omtrent het koningschap nog afgewezen middels eerdergenoemde non-argumenten. Te vaak wordt de discussie over het einde van het koningshuis afgekapt met populariteitscijfers van Maurice de Hond in de hand.

Maar de toekomst is linksom of rechtsom republikeins. Een wijs en pragmatisch land bereidt zich daar serieus op voor. Bovendien hebben we al enige ervaring op dat vlak. Ons land Nederland is republikeins geboren uit een rebellie tegen de monarchie. Een periode waarin we tot de dag van vandaag onze identiteit aan ontleden. In dat licht gezien is het afschaffen van het koningshuis zo Hollands als Nijntje die tijdens een Elfstedentocht de hele route loopt te zeiken op de NS. Kut NS.

Op 20 augustus 1672 werden twee van de bekendste en belangrijkste republikeinse vrijheidsvechters ooit op brute wijze vermoord.

Vandaag is een bijzondere dag in de geschiedenis van Nederland. Precies 344 jaar geleden werden twee voorname republikeinse vrijheidsstrijders, Johan en Cornelis de Witt, namelijk op brute wijze vermoord door een meute Oranje-aanhangers.

Johan was “in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.” Dit Eerste Stadhouderloze Tijdperk kwam tot stand na de dood van stadhouder Willem II. Een meerderheid van de Nederlandse provincies wilde toen geen nieuwe Oranje-stadhouder. In plaats van een sterke centrale overheid bleven de provincies en steden autonoom. Als er besloten moest worden over zaken die de hele Republiek aangingen stemden de provincies daar met zijn allen over. Alleen bij een meerderheid van de stemmen ging het plan door. Bij erg belangrijke zaken was unanimiteit zelfs vereist.

Johan en zijn broer Cornelis waren grote voorstanders van dit Stadhouderloze Tijdperk. Johan noemde het zelfs de periode van “De Ware Vrijheid.” Er was geen individu boven de wet verheven, niemand vertelde de provincies en steden wat zij moesten doen.

Tijdens hun werkzame leven waren Johan en Cornelis buitengewoon kritisch over de Oranjes en hun aanhangers. Zij begrepen namelijk dat de Oranjes alle macht naar zich toe wilden trekken. De vader van de twee broers had hen op jonge leeftijd dan ook verteld: “Vertrouw nooit een Oranje.” Cornelis en Johan hadden dat advies zo ongeveer tot hun levensmotto gemaakt.

Zowel Johan als Cornelis hadden een buitengewoon succesvolle carriere. Helaas werden ze daardoor ook een doelwit voor orangisten die wilden dat Willem van Oranje aangesteld werd als stadhouder Willem III. Op 21 juni 1672 werden beide broers aangevallen — hoewel ze zich op dat moment in verschillende steden bevonden. Met geluk overleefden ze de aanval, maar het was duidelijk dat ze nog altijd in levensgevaar waren. Onder dwang werd Cornelis de Witt gedwongen om akkoord te gaan met de benoeming van Willem III. Johan was op dat moment, 29 juni 1672, nog steeds aan het herstellen: hij moest maar liefst 40 dagen in bed blijven waardoor hij de politieke strijd tegen Willem niet kon voortzetten.

Willem wilde de machtigste man van het land worden, de vader van zijn eigen koningshuis, en hij was niet van plan om zich door wie dan ook te laten tegenhouden.

Op 23 juli 1672 werd het leven van Cornelis en Johan de Witt écht op stelten gezet. Een louche barbier-chirurgijn, genaamd Willem Tichelaar, beschuldigde Cornelis er namelijk van dat hij hem 30.000 gulden had aangeboden om Willem III te vermoorden. Cornelis werd gearresteerd, maar bepleitte zijn onschuld: Tichelaar wilde Willem III juist vermoorden, zei hij, en hij had geweigerd om mee te werken aan het plan.

Aangezien Willem III in de tussentijd dus stadhouder was geworden wist broer Johan dat zijn politieke carriere voorbij was. Op 4 augustus nam hij ontslag als raadpensionaris. Kleinzielig als altijd zorgde Willem III er hoogstpersoonlijk voor dat Johan geen “eervol ontslag” kreeg.

Zo rolden de Oranjes toen dus al.

Ondertussen kwamen de rechters in de zaak tegen Cornelis, die van hoogverraad beschuldigd werd, tot de conclusie dat ze geen bewijs hadden. Ze wilden hem heel graag de doodstraf geven, maar ja, zelfs toen hij zwaar gemarteld werd bleef hij volhouden onschuldig te zijn.

Wat te doen, wat te doen?

Nou, de rechters hadden een aardige oplossing bedacht. Ze veroordeelden hem voor een misdrijf, maar wilden niet zeggen waarvoor precies. Als straf werd hij verbannen uit Nederland en verloor hij al zijn functies. Hij werd vooralsnog niet vrijgelaten, wat wél gold voor Tichelaar, de man die hem erbij had willen lappen.

Wikipedia legt uit wat er toen gebeurde:

Johan de Witt werd in de val gelokt met de mededeling dat zijn broer hem wilde spreken. Na een half uur wilde Johan de gevangenis verlaten, maar het werd hem onmogelijk gemaakt door een grote menigte. Aanvankelijk beschermde de cavalerie de gevangenis, maar de commandant kreeg van hogerhand het bevel te vertrekken onder het valse voorwendsel van een bericht over plunderende boeren. Tichelaar was uit een raam gaan hangen en schreeuwde het aanwezige volk toe dat nu hij was vrijgelaten dit het overtuigende bewijs was dat hij het gelijk aan zijn zijde had gekregen dat niet hij, maar Cornelis de prins had willen vermoorden. Hij riep de aanwezige mensenmassa op wraak te nemen op de broers, mede omdat de straf die De Witt was opgelegd veel te laag zou zijn voor het plegen van hoogverraad.

Aan het einde van de middag drong de Oranje-meute de gevangenis binnen. De broers de Witt werden naar buiten gesleurd. Daar, midden op straat, werd de arme Cornelis letterlijk doodgeslagen door de meute. Ook Johan moest eraan geloven. Hij werd door ene notaris Van Soenen in zijn gezicht gestoken, waarna luitenant-ter-zee Maerten van Valen hem van achteren in het hoofd schoot.

Dat is al erg genoeg, maar de orangisten waren nog lang niet klaar.

Na hun dood werden de lichamen van Johan en Cornelis de Witt namelijk opgehangen, opengereten en gecastreerd.

Tenen, vingers, oren, neuzen, lippen en tongen werden afgesneden. De ingewanden werden uit de lichamen gehaald en volgens de ooggetuige en dichter-industrieel Joachim Oudaan deels door de omstanders opgegeten of aan honden te eten gegeven. Hendrick Verhoeff ging er prat op dat hij de harten uit de lichamen had gesneden, iets dat hij de magistraat – de ochtend van de moord – beloofd had te doen.

Die harten stelde hij vervolgens nog jarenlang ten toon.

Willem III was natuurlijk maar wat blij met deze actie van zijn volgelingen. Zo liet hij het Hof het gerechtelijk vonnis tegen Johan Kievit (die veroordeeld was voor het beramen van een moord op Johan de Witt en die waarschijnlijk betrokken was bij de lynching van Johan en Cornelis op 20 augustus 1672) intrekken. Kievit was gevlucht naar Engeland, maar toen hij terugkwam naar Nederland werd hij als een ware held onthaald.

Hoewel wetenschappers zeggen dat er geen definitief bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat Willem III de opdracht tot de lynchpartij had gegeven maken de omstandigheden duidelijk dat dit waarschijnlijk echt wel zo is. Op zijn minst zweepte hij het volk bewust op om de broers De Witt uit de weg te ruimen:

Uit politiek-historisch onderzoek is gebleken dat de prins de publicatie van pamfletten uitlokte, waarin geageerd werd tegen de gebroeders De Witt. Vastgesteld is verder dat de prins ervoor zorg droeg dat de moordenaars niet werden vervolgd en beloond werden met jaargelden en ambten.

Ook weten we dat de cipiers, die Johan én Cornelis hadden moeten beschermen tegen de woedende menigte, het bevelhadden gekregen om dat niet te doen.

Johan en Cornelis de Witt waren twee bijzonder principiële, moedige en vrijheidslievende patriotten — republikeinen. Ook nu, 344 jaar na hun dood, verdienen ze het dat we even stil staan bij hun leven én hun dood

1. De onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt 

1619

Van samenwerking naar machtsstrijd

Vanaf 1576 - acht jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog - bekleedde Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) het ambt van Pensionaris (stadsadvocaat) van Rotterdam. Tien jaar later, in 1586, werd hij Raadspensionaris van de Staten van Holland en daarmee de hoogste ambtenaar van het belangrijkste gewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Meer dan twee decennia werkte hij in deze functie nauw samen met de twintig jaar jongere stadhouder Maurits. Eerst ging dat goed en trad de invloedrijke Van Oldenbarnevelt op als een soort mentor van de jonge stadhouder die in de strijd tegen de Spanjaarden grote kwaliteiten als legeraanvoerder ontwikkelde. Beide karakters vulden elkaar goed aan, maar na een jaar of tien werd de samenwerking moeizamer. In 1609 sloten de Staten Generaal, vooral door toedoen van Van Oldenbarnevelt en zeer tegen de zin van Maurits, een wapenstilstand met Spanje: het Twaalfjarig Bestand. Hierna verslechterde de relatie tussen beide machtige mannen snel.

Tegenstellingen

Tijdens het Bestand ontstond er in protestantse kring een theologische strijd tussen Remonstranten of 'rekkelijken' en Contraremonstranten of 'preciezen' over het vraagstuk van de 'predestinatie' of 'voorbestemming'. Van Oldenbarnevelt vertegenwoordigde de rekkelijken, terwijl Maurits voor de preciezen opkwam. Toen Maurits in 1618 de macht greep, liet hij de zeer gerespecteerde Van Oldenbarnevelt arresteren. Na een politiek proces werd de Raadspensionaris in 1619 op het Binnenhof in Den Haag onthoofd. De terechtstelling was een van de meest tragische gebeurtenissen uit de tijd van de Republiek. De executie illustreerde niet alleen de spanningen binnen de protestantse kerk, maar ook die tussen de Staten van Holland, waarin de stedelijke regenten de meeste macht hadden, en de stadhouder.

Blijvende aandacht

Samen met Johan de Witt (zie venster 27) wordt Van Oldenbarnevelt tot de belangrijkste Hollandse staatslieden van de Gouden Eeuw gerekend. Naast de militair Maurits wordt hij gezien als de scherpzinnige politieke strateeg die ervoor zorgde dat de Republiek een onafhankelijke staat werd. Zijn persoonlijkheid, zijn karaktereigenschappen, het conflict met de jongere stadhouder en zijn tragische einde leidden ertoe dat de aandacht voor zijn persoon niet verslapte.

Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze tijdperk raadspensionaris van Holland. Dit hield in dat hij de belangrijkste politicus en de machtigste man van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was. Onder zijn bewind beleefde de Republiek een periode van grote welvaart. Hij werd geboren in 1625 en was 19 jaar raadspensionaris, tot hij werd vermoord in 1672.

 

Jeugd en opleiding

Johan de Witt werd op 24 september 1625 geboren in Dordrecht als zoon van Jacob de Witt en zijn vrouw Anna. Hij kwam uit een machtige regentenfamilie; zijn vader Jacob was regent in Dordrecht, zijn oom Andries raadspensionaris van Holland. Hij volgde een opleiding aan de Latijnse School in Dordrecht en studeerde vanaf 1641 rechten aan de Universiteit van Leiden. Hij was erg intelligent, sprak meerdere talen en was bijzonder getalenteerd in de wiskunde; later in zijn leven heeft hij enkele wiskundige boeken geschreven en veel (internationale) lof geoogst. Samen met zijn broer Cornelis, die later ruwaard (waarnemend landvoogd) werd van Holland, reisde hij tijdens zijn studie door Italië, Frankrijk, Zwitserland en Engeland.

 

De Ware Vrijheid

In 1650 was er na de dood van Stadhouder Willem II geen nieuwe stadhouder verkozen uit het Huis van Oranje. Dit betekende dat er officieel geen staatshoofd was. De Witt was hier een groot voorstander van en noemde het ‘De Ware Vrijheid’. Beslissingen werden door de zeven gewesten samen genomen en de provincies en steden bleven autonoom. De Witt hoorde bij de staatsgezinden, ook wel de Loevesteiners genoemd, en was anti-Oranje. Later zouden er nog veel conflicten ontstaan tussen de Loevesteiners en de Orangisten.

 

Raadspensionaris van Holland

Na zijn terugkomst werd Johan de Witt op 21 december 1650 benoemd tot pensionaris van Dordrecht. Hij was daarmee ook afgevaardigde voor de Staten van Holland. Toen er in 1653 een nieuwe raadspensionaris moest worden gekozen, werd hij voorgedragen door de stad Dordrecht, die als oudste in het graafschap Holland de meeste rechten had. Hij werd gekozen en vanaf 30 juli 1653 was Johan de Witt op 28-jarige leeftijd raadspensionaris van Holland.

 

Macht van Johan de Witt

Ondanks het feit dat de raadspensionaris eigenlijk maar weinig werkelijke macht had, groeide Johan de Witt uit tot de belangrijkste man van de Republiek. Hij hield overal de controle over, onder meer over de staatsfinanciën en binnen- en buitenlandse aangelegenheden. Hij was een ijverige en zuinige raadspensionaris en onder zijn leiding kende de Republiek een periode van grote welvaart.

 

Akte van Seclusie en Willem III

In 1654 sloot Johan de Witt vrede met Oliver Cromwell van Engeland, de Vrede van Westminster. Bij dit verdrag zat ook de Akte van Seclusie, een geheim document waarin De Witt en de Staten van Holland beloofde nooit meer een nakomeling van het Huis van Oranje als stadhouder te verkiezen. De zoon van Willem II, Willem III, werd door de Orangisten nog steeds gezien als de rechtmatige stadhouder, terwijl hij voor de Loevesteiners een bedreiging vormde. Ook Cromwell had voordeel bij de clausule. Willem III was namelijk de kleinzoon van Karel I, die door Cromwell was afgezet en onthoofd. Door de jonge prins zijn macht te ontnemen, kon Cromwell zijn eigen macht behouden. In 1660 werd de Akte echter ongeldig verklaard nadat Cromwell was afgezet.

 

Oorlog onder Johan de Witt

Engeland en de Republiek waren grote handelsconcurrenten en hadden vaak conflicten met elkaar. Tijdens de Eerste Engelse Oorlog in 1652 werd Nederland verslagen door de Engelsen. Onder Johan de Witt werd de Nederlandse vloot enorm uitgebreid en tijdens een tweede zeeslag, de Tweede Engelse Oorlog van 1665-1667. Admiraal Michiel de Ruyter versloeg de Engelsen en vernietigde een groot deel van de Engelse vloot. Ook Frankrijk was een belangrijke rivaal. Door de oorlogen met Engeland was het landleger sterk verwaarloosd. Om de Republiek te beschermen voerde De Witt een pro-Franse politiek, hoewel er ook conflicten waren rondom de Spaanse Nederlanden. Frankrijk wilde deze gebieden innemen, de Republiek was het hier niet mee eens.

 

Rampjaar voor Johan de Witt

In 1672 begon het Rampjaar voor de Republiek en Johan de Witt. De Engelsen en de Fransen verklaarden beiden de oorlog aan de Republiek. Dit bracht Johan de Witt in een lastige positie. Een aanval over zee kon met gemak worden afgeslagen, maar Frankrijk viel aan over land. Hier was het landleger van de Republiek niet tegen opgewassen en grote delen van de Republiek werden door Frankrijk ingenomen. De oorlog leidde tot veel onrust onder de bevolking van de gewesten, en de Staten-Generaal voerde tegen de wil van De Witt vredesonderhandelingen met Frankrijk. Een bekende uitspraak uit die tijd was: Het volk was redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos. De Witt kreeg overal de schuld van en het volk vroeg om de terugkeer van de Prins van Oranje.

 

Na een aanslag op het leven van Johan de Witt in juni 1672 moest hij een tijdlang herstellen. Tijdens zijn afwezigheid zagen de Orangisten hun kans schoon om de regenten over te halen Willem III opnieuw te installeren als stadhouder. Dit gebeurde op 29 juni 1672. Hierna besloot De Witt dat zijn functie niet meer houdbaar was en trad af als raadspensionaris. Tegelijkertijd werd de broer van De Witt, Cornelis, gearresteerd. Hij werd (vals) beschuldigd van het beramen van een aanslag op Willem III en opgesloten. Toen Johan zijn broer wilde opzoeken in de gevangenis werd hij door een menigte aangevallen. De cipiers van de gevangenis moesten hem beschermen, maar hadden het bevel gekregen dit niet te doen. Johan en zijn broer werden op straat vermoord. Nadat ze dood waren werden de lijken ernstig verminkt, zo werden hun ledematen en geslachtsdelen afgesneden en werden hun lichamen opengesneden en de ingewanden eruit gehaald. Het is zeer goed mogelijk dat Willem III achter deze afgrijselijke moord zat.

De erfenis van Van der Capellen.

 
Sterfbed Van der Capellen tot den Pol met als onderschrift: Capellen! een waare Patriot sterft Trouw; aan Vaderland en God.

De politieke oplossingen die Van der Capellen aandroeg, worden door zijn tegenstanders uit de twintigste eeuw niet zo bijster vernieuwend gevonden. Zijn gedachtegoed en dat van de patriotten vormde volgens dezen een mengeling van oude en nieuwe ideeën. De patriotten wilden meer democratie maar wisten niet hoe ze dit streven goed bestuurlijk vorm moesten geven en hadden hun blik sterk op het verleden gericht. Desondanks ontleende Van der Capellen zijn ideeën niet aan Frankrijk zoals vaak wordt beweerd, maar zijn deze oorspronkelijker en wel degelijk uit de Nederlandse politiek afkomstig. Zijn democratisch gevoel is zeer duidelijk leesbaar in zijn pamfletten en vanuit dit gevoel was hij een van de grote voorvechters van de onafhankelijkheid en de democratie van de Verenigde Staten van Amerika. De VS verklaarden zich onafhankelijk in1776, ruim vóór de Franse Revolutie van 1789, zodat de politiek vernieuwende standpunten van Van der Capellen alleen al vanuit dit perspectief hun tijd ver vooruit waren.

In 1787 maakte het leger van Pruisen een einde aan het patriottische experiment. De echte breuk met het Ancien Régime vond daarom pas plaats in 1795 toen na de Franse inval de Bataafse Republiek werd uitgeroepen.

Wel heeft Van der Capellen er mede voor gezorgd dat in Zwolle en omstreken een progressief-liberaal intellectueel klimaat ontstond dat figuren als Herman Willem Daendels,Rutger Jan Schimmelpenninck en later Everhardus Johannes Potgieter en Johan Rudolph Thorbecke zou voortbrengen.

Van der Capellen is vooral relevant omdat hij op een nieuwe manier politiek bedreef. Hij bracht door zijn optreden de politiek dichter bij de burger. Zaken die normaal geheim waren werden door hem naar buiten gebracht. Hij ijverde voor de vrijheid van meningsuiting en drukpers. Hij legde de vinger op de zere plek. Van der Capellen zorgde ervoor dat de politieke discussie weer breed werd gevoerd, dat politiek weer ergens over ging.

Als geen ander slaagde Van der Capellen erin de kloof tussen burger en politiek te overbruggen. Zijn creativiteit, zijn gevoel voor dramatiek, zijn durf, zijn doorzettingsvermogen en het feit dat hij altijd handig gebruik wist te maken van de publieke opinie hebben andere politici weten te inspireren. Met name Pim Fortuyn zei door hem geïnspireerd te zijn. Fortuyn noemde een van zijn geschriften Aan het volk van Nederland als verwijzing naar Van der Capellen[1].

In zijn laatste woonplaats Zwolle herinnert tegenwoordig de Van der Capellen Scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs aan hem. Tevens baseerde Hella Haasse haar boek "Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern" uit 1989 op het leven van Van der Capellen.

Aan het volk van Nederland

Manifest van Joan Derk van der Capellen tot den Pol, aanvoerder van de patriotten in de 18e eeuw.

Nieuw republikeins genootschap

Doelstelling en beleid NRG

Doelstelling
NRG/Republikeinen.nl stelt zich ten doel om de regeringsvorm van Nederland op democratische wijze een republikeinse grondslag te verlenen.

Beleid
Het beleid van NRG/Republikeinen.nl is dynamisch en is er voortdurend op gericht de doelstelling te verwezenlijken. De grondslag van het beleid wordt gevormd door de nota Nieuw Republikeins Elan. Hieronder zijn de uitgangsgedachten van het beleid geformuleerd.

Nederlanders komen in steeds groter getale tot het inzicht dat de monarchie in haar diepste wezen een ontkenning is van de vrije, democratische samenleving. Republikeinen.nl wil dit besef bundelen en kanaliseren door de aantoonbare voordelen van het gekozen, controleerbare staatshoofd te stellen tegenover de ongerijmdheid van de onschendbare, enkel en alleen vanwege geboorte gekroonde vorst.

In haar streven naar de totstandkoming van de Derde Nederlandse Republiek zal Republikeinen.nl uitsluitend gebruik maken van wettige middelen; het gesproken en geschreven woord zijn hiervan de voornaamste bestanddelen. Alle vormen van fysiek geweld alsmede activiteiten die in strijd zijn met de algemeen aanvaarde omgangsvormen worden nadrukkelijk afgewezen.

Republikeinen.nl richt haar kritiek op het monarchistische regeringssysteem in al haar verschijningsvormen: absoluut, constitutioneel of ceremonieel; ofschoon verschillend in gradatie van machtsuitoefening is het ondemocratische aspect van de erfopvolging er niet minder verwerpelijk om. Persoonlijke aanvallen op individuele leden van de koninklijke familie dragen niet bij tot de acceptatie van de republikeinse gedachte en blijven daarom achterwege.

Zolang de monarchie als regeringsvorm in Nederland bestaat ontkomt ook Republikeinen.nl er niet aan somtijds aandacht te besteden aan personen "van koninklijken bloede". Met toenemende regelmaat worden incidenten rond de koninklijke familie openbaar. Republikeinen.nl neemt hiervan kennis en zal op haar website verwijzen naar publicaties hieromtrent. Waar nodig zal Republikeinen.nl de gebeurtenis van commentaar voorzien.

Republikeinen.nl onderkent dat de Oranjedynastie zich, gesteund door een uitstekend functionerend public relations apparaat, diep heeft weten te wortelen in het maatschappelijk en economisch leven van Nederland. Voorbeelden hiervan zijn de vele bedrijven en organisaties die het predicaat "koninklijk" voeren en het absurd grote aantal Oranje-verenigingen. Massaal rondstrooien met koninklijke onderscheidingen maakt velen schatplichtig aan de monarchie. Door straten, organisaties en instellingen te vernoemen naar personen uit de koninklijke familie is "Oranje" niet slechts een kleur maar een instituut in de Nederlandse samenleving geworden. Kwalijk optreden van leden van die familie, ja zelfs handelingen die voor een normaal burger strafvervolging inhouden, wordt door de Rijks Voorlichtings Dienst verzwegen of, wanneer dit niet mogelijk blijkt, voor publicatie "geschikt" gemaakt.

Twee eeuwen monarchie heeft ertoe geleid dat bij velen de overtuiging is ontstaan dat de "monarch bij de gratie Gods" de samenbindende schakel is in een verdeelde natie en daarom een zegen is voor de democratische verhoudingen in dit land. Tegenover die valse gedachtegang stelt de republikeinse beweging dat ware democratie slechts kan worden bereikt wanneer het volk haar leiders; inclusief de hoogste ambtsdrager, het staatshoofd, in alle vrijheid zelf kan benoemen. Pas dan zijn regering en parlement een betrouwbare afspiegeling van de samenleving; pas dan zijn allen voor de wet gelijk.

De republikeinse gedachte ontleent haar kracht aan de democratische waarden die in de grondwet zijn verankerd. Die grondwet is in wezen een ontkenning van het bestaansrecht van de monarchie. Slechts door toevoeging van gekunstelde constructies die het ware karakter van de grondwet tegenspreken heeft Oranje zich in het hart van de democratie weten te nestelen.

Tegelijkertijd beseffen wij dat twee eeuwen volksverlakkerij zich niet eenvoudig laat uitpoetsen. Het beleid van Republikeinen.nl is er daarom op gericht het Nederlandse volk bewust te maken van het ondemocratische karakter van de monarchie.

Republikeinen.nl wil nadrukkelijk geen politieke of levensbeschouwelijke organisatie zijn. Iedere Nederlander, ongeacht achtergrond, politieke overtuiging of levensbeschouwelijke gezindte, die de doelstelling en het beleid van Republikeinen.nl onderschrijft is een welkome versterking van onze vereniging. Want slechts wanneer kan worden gewezen op een groot aantal leden en sympathisanten zal "politiek Den Haag" zich realiseren dat de republikeinse stem niet langer genegeerd kan worden.

De rol van het staatshoofd in de republiek kan op verschillende wijzen worden ingevuld. Zo zijn in Europa als hoofdstromingen het Franse, het Duitse en het Zwitserse model aan te wijzen. Het is aan de kiezer om te bepalen welk model voor ons land wordt gekozen. De voorkeur van Republikeinen.nl als organisatie is hierbij niet relevant.

Max Westerman