Interview met Maarten van Rossem

‘Het is Jan Klaassen en Katrijn, maar dan zonder deegrol’

Mooie feestjes zijn er om bedorven te worden. En ja, voor zoiets is Maarten van Rossem (1943) nooit te beroerd. Laat dat maar aan hem over. Want het klinkt leuk, meer dan ‘tweehonderd jaar koninkrijk’, alleen klopt het niet. Natuurlijk, in november 1813 arriveerde Willem I, de zoon van stadhouder Willem V, met een Engels oorlogsschip in Scheveningen om koning van Nederland te worden, precies tweehonderd jaar geleden. Tot zover niks aan de hand. Tweehonderd jaar koninkrijk – steek maar vast uit die vlaggen. Alleen zien we dan gemakshalve over het hoofd dat Nederland vlak daarvóór ook al een koning had: Lodewijk Napoleon (1806-1810), de broer van Napoleon. Van Rossem weet het: dat is tegen het zere been. Maar feiten zijn nou eenmaal feiten.

“Lodewijk Napoleon was onderdeel van de Franse bezetting, en daardoor telt hij kennelijk niet mee. Maar hij was wel degelijk koning. De moderne eenheidsstaat Nederland is geheel een product van de Franse bezetting, met medewerking van de Nederlanders. Geen creatie van onszelf. Volgens de overlevering was Lodewijk Napoleon een populaire vorst, die alles deed wat een behoorlijke koning hoort te doen. Wanneer er een ramp gebeurde, trad hij direct op als Grote Trooster. Toen er in Leiden een kruitschip ontplofte, ontfermde hij zich naar verluidt liefdevol over het volk. Napoleon heeft hem weer uit zijn functie ontheven toen bleek dat hij te aardig voor de Nederlanders begon te worden. Hij werd zelfs Lodewijk de Goede genoemd. Daar moest Napoleon natuurlijk niets van hebben.”

In 1813 trad Willem I aan, als ‘eerste soevereine vorst’ van de Verenigde Nederlanden. En laat Van Rossem nou eens complimenteus zijn: die Willem I was beslist een bekwame vorst.

“Hij had in elk geval een idee waar het met het land naartoe moest. Toen het Congres van Wenen in 1815 besloot dat België bij Nederland zou worden gevoegd, was dat voor Willem I een schitterend cadeau. In één klap was zijn koninkrijk een flink stuk groter. Helaas voor hem liep er iets fout: de Belgen kwamen in opstand. Liepen die trouweloze eikels zomaar ineens weg. Hij heeft nog met een tiendaagse veldtocht geprobeerd de Belgen onder de duim te krijgen. Maar de Fransen drongen Willem weer terug. Pas na negen jaar heeft hij zich met grote tegenzin bij de situatie neergelegd. Dat heeft heel veel geld gekost. Na zijn abdicatie in 1840 is hij in Berlijn gaan wonen. Mokkend en teleurgesteld.”

Willem I sprak overigens amper een woord Nederlands.

“Dat kwam doordat hij zijn hele leven aan het hof Frans had gesproken. Willem I was onderdeel van een pan-Europese adellijke elite. Op zichzelf had hij niet veel met Nederland. Hij zocht gewoon een aardig landje om te kunnen runnen. Willem I was een soort CEO, en Nederland was zijn ‘company’.”

En het was wel typisch een familiebedrijf, waarin vader door zijn zoon werd opgevolgd.

“Zeker. Dat gebeurde niet op basis van verdiensten of capaciteiten. Willem II was een schertsfiguur, een wispelturige, beïnvloedbare man. Hij had wel een militaire carrière gehad. Hij was adjudant van Wellington geweest, en was zelfs gewond geraakt bij de Slag bij Waterloo. Daardoor werd hij als een soort nationale oorlogsheld beschouwd. In politiek opzicht was Willem II een onbenul. Hij heeft zelfs overwogen om de Belgische opstand te gaan leiden, tot grote ergernis van zijn vader. En zijn zoon, Willem III, was helemaal een malloot. Die werd niet voor niets in een beroemd pamflet koning Gorilla genoemd. Hij was een man met uitzonderlijk nare trekjes. Als hij een vuurtje vroeg aan zijn lakeien, treuzelde hij expres net zo lang met zijn sigaar tot zij hun fikken brandden. Vond-ie leuk. En als zo’n lakei “au!” riep, dan hield Willem voor straf twee weken salaris in. Toen hij na verloop van tijd begon te dementeren, ging hij staatsstukken ondertekenen met gefingeerde pausnamen. Willem III heeft zich nog decennialang verzet tegen het feit dat hij als koning niks te vertellen had. Daar lijden alle vorsten aan. De tragiek van de vorst is dat iedereen hem naar de ogen kijkt, terwijl hij op de keper beschouwd een volstrekte nulliteit is.”

Is de invloed van het koninklijk huis in latere jaren groter geworden?

“Nee. Vorsten hebben in Nederland nog altijd geen fluit te vertellen. Dat is onder Willem-Alexander zelfs extremer geworden. Vroeger had je nog “het Geheim van Huis ten Bosch”. Beatrix benoemde een informateur. Men veronderstelde dat de koningin het formatieproces daarmee behoorlijk kon sturen. Het is algemeen bekend dat zij Paars best een geinig ideetje vond en daar dus ook aardig haar best voor heeft gedaan. Maar ook dat bestaat niet meer. De vorst mag zich niet meer met de formatie bemoeien. Het koninklijk huis heeft tegenwoordig niks meer te vertellen. De koning is een ‘figure head’ geworden, een boegbeeld. En een schip vaart zónder boegbeeld net zo goed als mét boegbeeld.”

Hebt u zelf enige affiniteit met het koningshuis?

“Núl! Ik heb veel liever een gekozen president. Daar kun je tenminste ook weer van af. Met het koninklijk huis zitten we langdurig opgescheept. Het ergst aan dat koninklijk huis zijn nog niet eens die lui zelf, maar die dwepers eromheen. Die zielenpoten die op tilt slaan van alles wat met de Oranjes te maken heeft. Ik hield een aantal jaren geleden een lezing voor een Amsterdamse bank ten overstaan van een zaal vol deftige mannen in pakken. Toen kwam opeens een van de zoons van Pieter en Margriet binnen. Die hele zaal begon eerbiedig te knipmessen. Ik wist niet wat ik zág. Iemand zei stralend tegen mij: “En u mag naast hem zitten, mijnheer Van Rossem”, op een toon alsof ik een heel groot cadeau kreeg. Ik zei: “U mag naast hem zitten? Hij mag verdorie blij zijn dat hij naast mij mag zitten!” Die vreselijke lakeihouding die mensen meteen aannemen zodra er iemand van het koninklijk huis in de buurt is… Dat heb ik er zo op tegen: dat koninklijk huis maakt van burgers automatisch onderdanen. En ik vóél me helemaal geen onderdaan. Ik stak dat die avond ook bepaald niet onder stoelen of banken. Daar werden ze allemaal erg zenuwachtig van. Overigens was die zoon van Pieter en Margriet beslist een aardige jongen. We raakten in een buitengewoon interessant gesprek verwikkeld over zijn opa Bernhard. Hij maakte duidelijk dat hij totaal niet van “Benno” gecharmeerd was. “Hebt u het ook zo schandalig gevonden?” vroeg hij, doelend op al die affaires en die hele situatie rondom dat zwarte schaap van de familie. Misschien klap ik nu uit de school, maar uit alles bleek dat het hem persoonlijk allemaal enorm dwarszat. Hij vond duidelijk dat zijn opa zich had misdragen. Daar had hij alle gelijk van de wereld in.”

Is het koninklijk huis per definitie interessant voor een historicus?

“Sommige elementen zeker. Wat Willem van Oranje ooit heeft gedaan – met verve leidinggeven aan de opstand tegen Spanje – is historisch van groot belang. Maar die tak van de familie is uitgestorven. Jij en ik zijn net zozeer familie van Willem van Oranje als Beatrix. Uiteindelijk is er een extreem zijtakje uitgekozen om de boel dan maar te gaan leiden. Verder is het Huis van Oranje niet van enig belang voor Nederland. Als ze in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk hadden besloten om de zaak op te doeken, dan was er niets aan de hand geweest.”

In tijden van rampspoed is het koninklijk huis wel degelijk een samenbindende factor.

“Dat samenbinden kan een president net zo goed.”

Maar die is na vier of acht jaar weer weg.

“Dat kan een grote opluchting zijn.”

Wilhelmina was in de Tweede Wereldoorlog vanuit Londen voor veel Nederlanders een houvast.

“Menigeen gelooft maar al te graag dat Hitler in feite is verslagen doordat zij zo moedig standhield. Tja… zalig zijn de eenvoudigen van geest.”

Bijna iedereen kan zich ook nog de beelden van de Bijlmerramp herinneren, toen Beatrix als een troostende Moeder des Vaderlands met slachtoffers praatte.

“Waarom zou zij dat beter kunnen dan pakweg Ruud Lubbers, die toen premier was? Die had ik het zo horen doen: “Zal ik even een stukje met u mee lijden? Zal ik anders even een stukje ambulance voor u rijden?” Het is maar net wat voor afspraak je met elkaar maakt. Daar heb je geen koningshuis voor nodig. Ik zie werkelijk geen enkele rol voor die lui weggelegd.”

Wat maakt een Oranje tot een Oranje?

“Ze vertegenwoordigen een breed spectrum mensentypen, variërend van volstrekt incompetente gekken tot lui die hun vak serieus nemen. Bij Beatrix denk ik vaak: die vrouw was een betere zaak waardig geweest. Was die maar CEO bij een grote onderneming geweest. Dan hadden we veel meer van haar talenten kunnen profiteren.”

Maar wat kenmerkt dat huis precies?

“Dat zij weinig geluk hebben gehad met de bevruchters die ze uit Duitsland hebben gehaald. Prins Hendrik, Bernhard, dat waren allebei miskopen. Claus daarentegen was een integere figuur. Zijn tragiek was dat hij eraan kapotging dat hij zijn talenten niet werkelijk kon benutten. Verder geen kwaad woord over de man. Claus was een uiterst fatsoenlijke tobber. Die latere impuls uit Argentinië heeft heel goed uitgepakt. Máxima heeft het charisma, Willem- Alexander sukkelt er een beetje achteraan. Je ziet ook hoe Máxima van die belangstelling geniet. Best mooi dat dat kan met zo’n volstrekt inhoudsloos baantje.”

Zal er onder Willem-Alexander iets veranderen aan de invulling van het koningschap?

“Hij heeft al wel duidelijk gemaakt dat hij geen liefhebber van het strikte protocol is. De vraag is hoe goed dat zal uitpakken. Beatrix dééd tenminste nog alsof het sprookje echt bestaat. Zij dacht waarschijnlijk: het is een spel, maar dat ga ik nu wel zo serieus mogelijk spelen. Dat werd haar aanvankelijk niet in dank afgenomen, als dochter van de Spruitjeskoningin. Maar ik kan haar uitgangspunt goed begrijpen. Als je dan toch in die gouden kooi zit, zorg dan dat je als kanariepiet het fraaist mogelijke lied aanheft.”

Liefst tot in lengte van dagen?

“O nee! Dat koningshuis is totaal achterhaald. We moeten ermee stoppen. Voor die mensen zelf is het ook zielig. Die kunnen niks doen of er wordt kritiek op hen geuit. En daar kunnen ze dan weer niks op terugzeggen. Kopen ze een keer een leuk huis in Mozambique, is het wéér niet goed. Want dat moet je hun wel nageven: ze wonen bijna allemaal op stand en met mooi uitzicht. Overigens wél op onze kosten.”

U had voor die president géén huisvesting in gedachten?

“Ik had voor hem een leuke doorzonwoning in Alblasserdam op het oog. Met een schuurtje met een elektrische fiets erin, waarmee hij dan op zaterdag naar de Aldi kan.”

U ziet werkelijk niet één functie weggelegd voor het koningshuis?

“Nee. En als er al een functie is, dan kan die heel gemakkelijk worden overgenomen door mensen die geen familie van elkaar zijn. Je moet mensen kiezen op grond van hun capaciteit en talent, niet op grond van geboorte. Stel je voor dat de opvolging bij Shell al bij geboorte vastlag. Zoiets zou iedereen absurd vinden. Maar dat Beatrix automatisch wordt opgevolgd door haar oudste zoon, daar hoor je niemand over. Dat déúgt toch niet? Wat mij het meest dwarszit, is dat ik geen staatshoofd kan worden in dit land. Zelfs wanneer ik grote heldendaden verricht, duizenden medeburgers van een wisse dood weet te redden en door grote mensenmassa’s op de schouders word genomen, dan nóg kan ik geen staatshoofd worden. Niemand kan dat. Behalve de dochters van Willem-Alexander. Ik heb overigens niks tegen die jongen zelf, hoor. Het lijkt me een vriendelijke, trouwhartige vent. Maar met die dochters heb ik nu al medelijden. Dat je je later moet laten rondrijden in een koets, wuivend en al. Een schrikbeeld! Echt, het is een poppenkast. Meer niet. Het is Jan Klaassen en Katrijn, maar dan zonder deegrol. Al acht ik die Máxima tot alles in staat…”

~ Coen Verbraak@https://historiek.net

In 2013 bestond het Koninkrijk der Nederlanden officieel tweehonderd jaar. Een mijlpaal in de vaderlandse geschiedenis. De Maand van de Geschiedenis 2013 had om die reden het thema ‘Vorst en Volk’. Nieuw tijdens deze editie was het Maand van de Geschiedenis-boek, geschreven door historicus en journalist Coen Verbraak. Voor De ziel van Oranje interviewde hij Jutta Chorus, Cees Fasseur, Maarten van Rossem, Paul Schnabel, Jolande Withuis en Annejet van der Zijl over tweehonderd jaar koninkrijk. Op Historiek publiceren ze het interview van Coen Verbraak met Maarten van Rossem, republikein in hart en nieren.

 

Beste Koning, wij vragen ons af, is uw DNA wel de juiste? wij eisen onderzoek

 

Bij een steeds groter deel van de bevolking ontstaat ongeloof en onrust en verbaast men zich over de verhoging van o.a. de koningshuis toelage en de 1,5 miljoen (4000 p/d) van uw dochter Amalia volgend jaar, terwijl u eerder sprak over de broekriem aanhalen en beter de armoede onder jonge kinderen te bestrijden.

Met het kinderloos overlijden van Willem III (1702) is het huis van Oranje-Nassau in de republiek opgehouden te bestaan. Naar vigerend Salische wet is de erfopvolging overgegaan op de volle neef Frederik III (Frederik I Koning in Pruisen) en diens mannelijke nakomelingen.
U is genoegzaam bekend dat voor de Franse tijd van het Koninkrijk Holland de soevereiniteit berustte bij de Staten Generaal.
Eind 1813 is Willem Fredrik, aangestuurd door de Britse minister Castlereagh, uitgenodigd door Haagse notabelen om naar Holland te komen voor een staatsgreep.
In 1814 werd de eerste grondwet goedgekeurd door byzantinisme van de door Willem zelf aangewezen notabelen. Willem noemde zichzelf frappant Willem Frederik van Oranje-Nassau.
In 1815 werd de nieuwe grondwet van Willem afgekeurd door een meerderheid van de notabelen,doch met autoritair en beruchte Hollandse rekenkunde komt Willem toch nog tot een meerderheid van stemmen buiten de keuze van de notabelen om.

De Salische wet en het Castiliaanse stelsel bepaalde de volgorde van erfopvolging en verliep via de patriarchale lijn en hierop gebaseerd is de grondwet van 1815 tot stand gekomen. Pas sinds 1983 zijn mannen en vrouwen gelijk voor de erfopvolging. De mij ter beschikking staande gegevens geven de indruk dat u op familierechtelijke grond mogelijk aanspraak kunt maken op de erfenis van koning Willem III. Maar dit toont geenszins een bloedverwantschap aan met koning Willem I, omdat dit nimmer onomstotelijk is vastgesteld zoals expliciet bedoeld en in opdracht is meegegeven in de grondwet van 1815. Ook in de grondwet van 1840 en 1848 is bepaald dat de kroon der Nederlanden in opdracht is meegegeven en opgedragen aan de wettige nakomelingen en wel het mannelijke oir, uit het tegenwoordig huwelijk met Hare Majesteit Frederika Louisa Wilhelmina.
Als wettige nakomelingen wordt hier naar mijn mening bedoeld bloedverwanten voortkomende of ontspruitende uit betreffend huwelijk, waarbij voor het huwelijk een geregistreerd partnerschap wordt aangemerkt.

In die tijd kwamen als wettige nakomelingen uitsluitend kinderen uit een geregistreerd partnerschap in aanmerking. Buitenechtelijke nakomelingen waren geen wettige bloedverwanten c.q. nakomelingen. Eerst ver in de twintigste eeuw kwam hier verandering in.

In tegenstelling met de strekking van de voorgaande grondwet is in 1917 dit artikel (zie art.10) onder goedkeuring van uw grootmoeder en een mogelijk staatrechtelijke dwaling, dit grondwetartikel veranderd in:

De kroon der Nederlanden is en “blijft” opgedragen aan zijne Majesteit Willem Frederik om door hem en zijn wettige nakomelingen te worden bezeten, om tenslotte in de huidige grondwet wederom te worden aangepast in: het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I,Prins van Oranje-Nassau.

Gelijktijdig staat artikel 24 van de grondwet op gespannen en tegenstrijdige voet met het in de grondwet genoemde artikel 1.Dit was reden(zie hiervoor nota Tweede Kamer der Staten Generaal vergaderjaar 2000-2001 onder nr. 27074) om de wet op de Adeldom te wijzigen juist omdat deze strijdig was met artikel 1 van de grondwet, de Algemene wet gelijke behandeling en diverse internationale verdragen waaronder het BUPO verdrag.

U bent slim en verstandig en het voortbestaan van een monarchie is in uw belang en verantwoordelijkheid.
Ik ben er zeker van dat u niet de intentie heeft, wanneer u het stokje over geeft, de toekomstige koningin op te zadelen met voor haar onoverkomelijke problemen.
Nu de indruk wordt gewekt dat uw opa in het keurslijf van een categorische leugenaar terecht is gekomen is duidelijkheid voor de bevolking een “must” en zou de uitkomsten van een DNA onderzoek de ongerustheid en speculaties weg kunnen nemen.

U is een bewonderenswaardig mens en erudiet en u wilt mij vast wel uitleggen op welke legitieme grond uw grootmoeder ,uw moeder en u zelf, staatshoofd is geworden?

Hoogachtend,

Beste lezers ben u hier mee eens laat het ons horen.

Kosten koningshuis

Dit laat zien dat ons huidige staatshoofd ons veel geld kost.

De Patriottenbeweging

Eind 18e eeuw ontstond in Nederland een beweging die geïnspireerd op de Verenigde Staten meer democratisering eiste. Zij noemden zich na verloop van tijd de Patriotten. Deze Patriotten verzetten zich tegen de Nederlandse aristocratie met haar voorrechten en erfelijke ambten en dus ook tegen de Stadhouder en het stadhouderlijk stelsel. Daarnaast waren de meesten van hen ook anti Engeland en pro Frankrijk. Daar kwam nog bij dat stadhouder Willem V als een zwak leider werd gezien.

Van 1783 tot 1786 werden in het land zogenaamde exercitiegenootschappen opgericht. Dit waren plaatselijke burgerweerbaarheidsbewegingen waarbij burgers werden getraind in het hanteren van vuurwapens. In 1786 kwamen de exercitiegenootschappen bij elkaar in Utrecht en kwamen zij, ondanks interne verdeeldheid, overeen dat de vroedschappen (het stadsbestuur) niet meer door de stadhouder benoemd moesten worden maar door het plaatselijk exercitiegenootschap. De vroedschap van Utrecht werd op zeven leden na afgezet. Later gebeurde hetzelfde in Rotterdam en Amsterdam. Op 9 mei 1787 vond een gevecht plaats toen stadhouderlijke troepen probeerden om Utrecht terug te veroveren. Tegen deze tijd balanceerde Nederland op de rand van een burgeroorlog. Stadhouder Willem V was toen al verdreven uit Den Haag. De stadhouderlijke familie woonde daarom in Nijmegen.

Aanleiding

Om het tij te keren vertrok Wilhelmina van Pruisen op 28 juni 1787 naar Den Haag om de Staten van Holland er toe te bewegen haar man weer aan de macht te brengen en de orde te herstellen. Mogelijk wilde ze voorstellen dat ze een deel van zijn taken over zou nemen omdat hij daar zelf niet toe in staat werd geacht. Het Goudse vrijcorps vermoedde al dat ze voorbij zou komen. De voorman van de Goudse patriotten, Cornelis Johan de Lange, was op de hoogte gebracht via de vriend van het kamermeisje van de prinses die schriftelijk haar verloofde haar komst had aangekondigd. Bovendien waren er paarden besteld in Tiel, Nieuwpoort en Haastrecht.[3] Op paleis paleis Huis ten Bosch in Den Haag waren levensmiddelen besteld: het was duidelijk dat er hoog bezoek op komst was.

De aanhouding

 
Onderhoud met Wilhelmina van Pruisen aan de Goejanverwelle Sluis

Kapitein van Leeuwen van het Goudse vrijkorps had drie mannen opgesteld. Sergeant Adam Schouten hield haar gezelschap van twee sjezen en een koets 's middags tegen vier uur aan en waarschuwde zijn kapitein, dat de aanhouding had plaatsgevonden. Van Leeuwen besloot dat het gezelschap de reis kon voortzetten richting Haastrecht onder begeleiding van het Goudse detachement. Het gezelschap reed stapvoets door, maar op de IJsseldijk was ondertussen veel volk op de been om haar toe te juichen. Het vrijkorps kwam snel in actie en zette de weg naar links af, om een doortocht richting Den Haag onmogelijk te maken.[4][6] In plaats daarvan werd de prinses richting Hekendorp gevoerd. Eenmaal daar overgezet bij de Goejanverwellesluis werd Wilhelmina naar de boerderij van Adriaan Leeuwenhoek overgebracht.[4][7] Daar is het gezelschap van wijn, bier en tabak voorzien. De prinses, aanvankelijk zittend op een stapel kazen, kreeg bewaking mee toen ze naar het toilet moest en zal erg beledigd zijn geweest.

Omdat de boerderij geen geschikte plaats was om te overnachten, gaf de Commissie van Defensie, bij monde van Martinus van Toulon, burgemeester en oud-baljuw van Gouda, haar de keus door te rijden om te overnachten in het Kasteel van Woerden of terug te keren naar Schoonhoven. De prinses gaf te kennen liever terug te rijden dan kans te lopen opgesloten te worden in de kerkers en vertrok kort na tien uur, nadat de burgemeesters van Schoonhoven op de hoogte waren gebracht van haar komst.[4]Cornelis Johan de Lange van Wijngaarden, commandant van het vrijcorps van Gouda, begeleidde haar naar de pont. Na twee dagen wachten op antwoord keerde de prinses onverrichter zake terug naar Nijmegen.

Gevolgen

Dit incident vormde de directe aanleiding voor de Pruisische inval in de Republiek. Frederik Willem II van Pruisen schoot zijn zuster Wilhelmina te hulp en eiste genoegdoening (satisfactie) van het gewest Holland. Nadat een groot leger van 20.000, of 26.000, een enkele auteur beweert zelfs 30.000 goedgetrainde Pruisische soldaten [8][9][10] onder leiding van de hertog van Brunswijk de rust herstelde in de rebellerende steden, keerde het stadhouderlijk paar naar 's-Gravenhage terug en was de Oranjerestauratie een feit.

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. Omhoog Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda, p. 36-65.
  2. Omhoog Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 12.
  3. ↑ Omhoog naar:a b Aanhouding van prinses Wilhelmina Goejanverwellesluis, 28 juni 1787. In: G. Mak (1991) Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis. Meer dan honderd reportages uit Nederland, p. 108-12.
  4. ↑ Omhoog naar:a b c d Smit, J. (1957) Een regentendagboek uit de achttiende eeuw, Oudheidkundige kring "Die Goude"
  5. Omhoog Wildschut, A. (2005) Goejanverwellesluis; de strijd tussen patriotten en prinsgezinden, 1780-1787ISBN 9065504508
  6. Omhoog Smit, J. (1916) Den Haag in de Patriottentijd, p. 44.
  7. Omhoog Bij Goejanverwellesluis lag een voetveer dat in 1992 werd vervangen door een brug, de Wilhelmina van Pruisenbrug.
  8. Omhoog Meddens-van Borselen, A. Ik zal dit in uwe ogen doen druipen: De aanhouding van Wilhelmina van Pruisen door de Commissie van Defensie te Woerden in 1787
  9. Omhoog Israel, J. (1996) The Dutch Republic. Its Rise, Greatness, and Fall, p. 1113.
  10. Omhoog Horst, H. van der (2007) "Nederland", blz. 260, ISBN 978 90 351 3268 9)

Literatuur

Op 20 augustus 1672 werden twee van de bekendste en belangrijkste republikeinse vrijheidsvechters ooit op brute wijze vermoord.

Vandaag is een bijzondere dag in de geschiedenis van Nederland. Precies 344 jaar geleden werden twee voorname republikeinse vrijheidsstrijders, Johan en Cornelis de Witt, namelijk op brute wijze vermoord door een meute Oranje-aanhangers.

Johan was “in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.” Dit Eerste Stadhouderloze Tijdperk kwam tot stand na de dood van stadhouder Willem II. Een meerderheid van de Nederlandse provincies wilde toen geen nieuwe Oranje-stadhouder. In plaats van een sterke centrale overheid bleven de provincies en steden autonoom. Als er besloten moest worden over zaken die de hele Republiek aangingen stemden de provincies daar met zijn allen over. Alleen bij een meerderheid van de stemmen ging het plan door. Bij erg belangrijke zaken was unanimiteit zelfs vereist.

Johan en zijn broer Cornelis waren grote voorstanders van dit Stadhouderloze Tijdperk. Johan noemde het zelfs de periode van “De Ware Vrijheid.” Er was geen individu boven de wet verheven, niemand vertelde de provincies en steden wat zij moesten doen.

Tijdens hun werkzame leven waren Johan en Cornelis buitengewoon kritisch over de Oranjes en hun aanhangers. Zij begrepen namelijk dat de Oranjes alle macht naar zich toe wilden trekken. De vader van de twee broers had hen op jonge leeftijd dan ook verteld: “Vertrouw nooit een Oranje.” Cornelis en Johan hadden dat advies zo ongeveer tot hun levensmotto gemaakt.

Zowel Johan als Cornelis hadden een buitengewoon succesvolle carriere. Helaas werden ze daardoor ook een doelwit voor orangisten die wilden dat Willem van Oranje aangesteld werd als stadhouder Willem III. Op 21 juni 1672 werden beide broers aangevallen — hoewel ze zich op dat moment in verschillende steden bevonden. Met geluk overleefden ze de aanval, maar het was duidelijk dat ze nog altijd in levensgevaar waren. Onder dwang werd Cornelis de Witt gedwongen om akkoord te gaan met de benoeming van Willem III. Johan was op dat moment, 29 juni 1672, nog steeds aan het herstellen: hij moest maar liefst 40 dagen in bed blijven waardoor hij de politieke strijd tegen Willem niet kon voortzetten.

Willem wilde de machtigste man van het land worden, de vader van zijn eigen koningshuis, en hij was niet van plan om zich door wie dan ook te laten tegenhouden.

Op 23 juli 1672 werd het leven van Cornelis en Johan de Witt écht op stelten gezet. Een louche barbier-chirurgijn, genaamd Willem Tichelaar, beschuldigde Cornelis er namelijk van dat hij hem 30.000 gulden had aangeboden om Willem III te vermoorden. Cornelis werd gearresteerd, maar bepleitte zijn onschuld: Tichelaar wilde Willem III juist vermoorden, zei hij, en hij had geweigerd om mee te werken aan het plan.

Aangezien Willem III in de tussentijd dus stadhouder was geworden wist broer Johan dat zijn politieke carriere voorbij was. Op 4 augustus nam hij ontslag als raadpensionaris. Kleinzielig als altijd zorgde Willem III er hoogstpersoonlijk voor dat Johan geen “eervol ontslag” kreeg.

Zo rolden de Oranjes toen dus al.

Ondertussen kwamen de rechters in de zaak tegen Cornelis, die van hoogverraad beschuldigd werd, tot de conclusie dat ze geen bewijs hadden. Ze wilden hem heel graag de doodstraf geven, maar ja, zelfs toen hij zwaar gemarteld werd bleef hij volhouden onschuldig te zijn.

Wat te doen, wat te doen?

Nou, de rechters hadden een aardige oplossing bedacht. Ze veroordeelden hem voor een misdrijf, maar wilden niet zeggen waarvoor precies. Als straf werd hij verbannen uit Nederland en verloor hij al zijn functies. Hij werd vooralsnog niet vrijgelaten, wat wél gold voor Tichelaar, de man die hem erbij had willen lappen.

Wikipedia legt uit wat er toen gebeurde:

Aan het einde van de middag drong de Oranje-meute de gevangenis binnen. De broers de Witt werden naar buiten gesleurd. Daar, midden op straat, werd de arme Cornelis letterlijk doodgeslagen door de meute. Ook Johan moest eraan geloven. Hij werd door ene notaris Van Soenen in zijn gezicht gestoken, waarna luitenant-ter-zee Maerten van Valen hem van achteren in het hoofd schoot.

Dat is al erg genoeg, maar de orangisten waren nog lang niet klaar.

Na hun dood werden de lichamen van Johan en Cornelis de Witt namelijk opgehangen, opengereten en gecastreerd.

Die harten stelde hij vervolgens nog jarenlang ten toon.

Willem III was natuurlijk maar wat blij met deze actie van zijn volgelingen. Zo liet hij het Hof het gerechtelijk vonnis tegen Johan Kievit (die veroordeeld was voor het beramen van een moord op Johan de Witt en die waarschijnlijk betrokken was bij de lynching van Johan en Cornelis op 20 augustus 1672) intrekken. Kievit was gevlucht naar Engeland, maar toen hij terugkwam naar Nederland werd hij als een ware held onthaald.

Hoewel wetenschappers zeggen dat er geen definitief bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat Willem III de opdracht tot de lynchpartij had gegeven maken de omstandigheden duidelijk dat dit waarschijnlijk echt wel zo is. Op zijn minst zweepte hij het volk bewust op om de broers De Witt uit de weg te ruimen:

Ook weten we dat de cipiers, die Johan én Cornelis hadden moeten beschermen tegen de woedende menigte, het bevelhadden gekregen om dat niet te doen.

Johan en Cornelis de Witt waren twee bijzonder principiële, moedige en vrijheidslievende patriotten — republikeinen. Ook nu, 344 jaar na hun dood, verdienen ze het dat we even stil staan bij hun leven én hun dood

De politieke moord op de uiterst bekwame raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt.

1. De onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt 

1619

Van samenwerking naar machtsstrijd

Vanaf 1576 - acht jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog - bekleedde Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) het ambt van Pensionaris (stadsadvocaat) van Rotterdam. Tien jaar later, in 1586, werd hij Raadspensionaris van de Staten van Holland en daarmee de hoogste ambtenaar van het belangrijkste gewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Meer dan twee decennia werkte hij in deze functie nauw samen met de twintig jaar jongere stadhouder Maurits. Eerst ging dat goed en trad de invloedrijke Van Oldenbarnevelt op als een soort mentor van de jonge stadhouder die in de strijd tegen de Spanjaarden grote kwaliteiten als legeraanvoerder ontwikkelde. Beide karakters vulden elkaar goed aan, maar na een jaar of tien werd de samenwerking moeizamer. In 1609 sloten de Staten Generaal, vooral door toedoen van Van Oldenbarnevelt en zeer tegen de zin van Maurits, een wapenstilstand met Spanje: het Twaalfjarig Bestand. Hierna verslechterde de relatie tussen beide machtige mannen snel.

Tegenstellingen

Tijdens het Bestand ontstond er in protestantse kring een theologische strijd tussen Remonstranten of 'rekkelijken' en Contraremonstranten of 'preciezen' over het vraagstuk van de 'predestinatie' of 'voorbestemming'. Van Oldenbarnevelt vertegenwoordigde de rekkelijken, terwijl Maurits voor de preciezen opkwam. Toen Maurits in 1618 de macht greep, liet hij de zeer gerespecteerde Van Oldenbarnevelt arresteren. Na een politiek proces werd de Raadspensionaris in 1619 op het Binnenhof in Den Haag onthoofd. De terechtstelling was een van de meest tragische gebeurtenissen uit de tijd van de Republiek. De executie illustreerde niet alleen de spanningen binnen de protestantse kerk, maar ook die tussen de Staten van Holland, waarin de stedelijke regenten de meeste macht hadden, en de stadhouder.

Blijvende aandacht

Samen met Johan de Witt (zie venster 27) wordt Van Oldenbarnevelt tot de belangrijkste Hollandse staatslieden van de Gouden Eeuw gerekend. Naast de militair Maurits wordt hij gezien als de scherpzinnige politieke strateeg die ervoor zorgde dat de Republiek een onafhankelijke staat werd. Zijn persoonlijkheid, zijn karaktereigenschappen, het conflict met de jongere stadhouder en zijn tragische einde leidden ertoe dat de aandacht voor zijn persoon niet verslapte.

Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze tijdperk raadspensionaris van Holland. Dit hield in dat hij de belangrijkste politicus en de machtigste man van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was. Onder zijn bewind beleefde de Republiek een periode van grote welvaart. Hij werd geboren in 1625 en was 19 jaar raadspensionaris, tot hij werd vermoord in 1672.

 

Jeugd en opleiding

Johan de Witt werd op 24 september 1625 geboren in Dordrecht als zoon van Jacob de Witt en zijn vrouw Anna. Hij kwam uit een machtige regentenfamilie; zijn vader Jacob was regent in Dordrecht, zijn oom Andries raadspensionaris van Holland. Hij volgde een opleiding aan de Latijnse School in Dordrecht en studeerde vanaf 1641 rechten aan de Universiteit van Leiden. Hij was erg intelligent, sprak meerdere talen en was bijzonder getalenteerd in de wiskunde; later in zijn leven heeft hij enkele wiskundige boeken geschreven en veel (internationale) lof geoogst. Samen met zijn broer Cornelis, die later ruwaard (waarnemend landvoogd) werd van Holland, reisde hij tijdens zijn studie door Italië, Frankrijk, Zwitserland en Engeland.

 

De Ware Vrijheid

In 1650 was er na de dood van Stadhouder Willem II geen nieuwe stadhouder verkozen uit het Huis van Oranje. Dit betekende dat er officieel geen staatshoofd was. De Witt was hier een groot voorstander van en noemde het ‘De Ware Vrijheid’. Beslissingen werden door de zeven gewesten samen genomen en de provincies en steden bleven autonoom. De Witt hoorde bij de staatsgezinden, ook wel de Loevesteiners genoemd, en was anti-Oranje. Later zouden er nog veel conflicten ontstaan tussen de Loevesteiners en de Orangisten.

 

Raadspensionaris van Holland

Na zijn terugkomst werd Johan de Witt op 21 december 1650 benoemd tot pensionaris van Dordrecht. Hij was daarmee ook afgevaardigde voor de Staten van Holland. Toen er in 1653 een nieuwe raadspensionaris moest worden gekozen, werd hij voorgedragen door de stad Dordrecht, die als oudste in het graafschap Holland de meeste rechten had. Hij werd gekozen en vanaf 30 juli 1653 was Johan de Witt op 28-jarige leeftijd raadspensionaris van Holland.

 

Macht van Johan de Witt

Ondanks het feit dat de raadspensionaris eigenlijk maar weinig werkelijke macht had, groeide Johan de Witt uit tot de belangrijkste man van de Republiek. Hij hield overal de controle over, onder meer over de staatsfinanciën en binnen- en buitenlandse aangelegenheden. Hij was een ijverige en zuinige raadspensionaris en onder zijn leiding kende de Republiek een periode van grote welvaart.

 

Akte van Seclusie en Willem III

In 1654 sloot Johan de Witt vrede met Oliver Cromwell van Engeland, de Vrede van Westminster. Bij dit verdrag zat ook de Akte van Seclusie, een geheim document waarin De Witt en de Staten van Holland beloofde nooit meer een nakomeling van het Huis van Oranje als stadhouder te verkiezen. De zoon van Willem II, Willem III, werd door de Orangisten nog steeds gezien als de rechtmatige stadhouder, terwijl hij voor de Loevesteiners een bedreiging vormde. Ook Cromwell had voordeel bij de clausule. Willem III was namelijk de kleinzoon van Karel I, die door Cromwell was afgezet en onthoofd. Door de jonge prins zijn macht te ontnemen, kon Cromwell zijn eigen macht behouden. In 1660 werd de Akte echter ongeldig verklaard nadat Cromwell was afgezet.

 

Oorlog onder Johan de Witt

Engeland en de Republiek waren grote handelsconcurrenten en hadden vaak conflicten met elkaar. Tijdens de Eerste Engelse Oorlog in 1652 werd Nederland verslagen door de Engelsen. Onder Johan de Witt werd de Nederlandse vloot enorm uitgebreid en tijdens een tweede zeeslag, de Tweede Engelse Oorlog van 1665-1667. Admiraal Michiel de Ruyter versloeg de Engelsen en vernietigde een groot deel van de Engelse vloot. Ook Frankrijk was een belangrijke rivaal. Door de oorlogen met Engeland was het landleger sterk verwaarloosd. Om de Republiek te beschermen voerde De Witt een pro-Franse politiek, hoewel er ook conflicten waren rondom de Spaanse Nederlanden. Frankrijk wilde deze gebieden innemen, de Republiek was het hier niet mee eens.

 

Rampjaar voor Johan de Witt

In 1672 begon het Rampjaar voor de Republiek en Johan de Witt. De Engelsen en de Fransen verklaarden beiden de oorlog aan de Republiek. Dit bracht Johan de Witt in een lastige positie. Een aanval over zee kon met gemak worden afgeslagen, maar Frankrijk viel aan over land. Hier was het landleger van de Republiek niet tegen opgewassen en grote delen van de Republiek werden door Frankrijk ingenomen. De oorlog leidde tot veel onrust onder de bevolking van de gewesten, en de Staten-Generaal voerde tegen de wil van De Witt vredesonderhandelingen met Frankrijk. Een bekende uitspraak uit die tijd was: Het volk was redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos. De Witt kreeg overal de schuld van en het volk vroeg om de terugkeer van de Prins van Oranje.

 

Na een aanslag op het leven van Johan de Witt in juni 1672 moest hij een tijdlang herstellen. Tijdens zijn afwezigheid zagen de Orangisten hun kans schoon om de regenten over te halen Willem III opnieuw te installeren als stadhouder. Dit gebeurde op 29 juni 1672. Hierna besloot De Witt dat zijn functie niet meer houdbaar was en trad af als raadspensionaris. Tegelijkertijd werd de broer van De Witt, Cornelis, gearresteerd. Hij werd (vals) beschuldigd van het beramen van een aanslag op Willem III en opgesloten. Toen Johan zijn broer wilde opzoeken in de gevangenis werd hij door een menigte aangevallen. De cipiers van de gevangenis moesten hem beschermen, maar hadden het bevel gekregen dit niet te doen. Johan en zijn broer werden op straat vermoord. Nadat ze dood waren werden de lijken ernstig verminkt, zo werden hun ledematen en geslachtsdelen afgesneden en werden hun lichamen opengesneden en de ingewanden eruit gehaald. Het is zeer goed mogelijk dat Willem III achter deze afgrijselijke moord zat.

De erfenis van Van der Capellen.

 
Sterfbed Van der Capellen tot den Pol met als onderschrift: Capellen! een waare Patriot sterft Trouw; aan Vaderland en God.

De politieke oplossingen die Van der Capellen aandroeg, worden door zijn tegenstanders uit de twintigste eeuw niet zo bijster vernieuwend gevonden. Zijn gedachtegoed en dat van de patriotten vormde volgens dezen een mengeling van oude en nieuwe ideeën. De patriotten wilden meer democratie maar wisten niet hoe ze dit streven goed bestuurlijk vorm moesten geven en hadden hun blik sterk op het verleden gericht. Desondanks ontleende Van der Capellen zijn ideeën niet aan Frankrijk zoals vaak wordt beweerd, maar zijn deze oorspronkelijker en wel degelijk uit de Nederlandse politiek afkomstig. Zijn democratisch gevoel is zeer duidelijk leesbaar in zijn pamfletten en vanuit dit gevoel was hij een van de grote voorvechters van de onafhankelijkheid en de democratie van de Verenigde Staten van Amerika. De VS verklaarden zich onafhankelijk in1776, ruim vóór de Franse Revolutie van 1789, zodat de politiek vernieuwende standpunten van Van der Capellen alleen al vanuit dit perspectief hun tijd ver vooruit waren.

In 1787 maakte het leger van Pruisen een einde aan het patriottische experiment. De echte breuk met het Ancien Régime vond daarom pas plaats in 1795 toen na de Franse inval de Bataafse Republiek werd uitgeroepen.

Wel heeft Van der Capellen er mede voor gezorgd dat in Zwolle en omstreken een progressief-liberaal intellectueel klimaat ontstond dat figuren als Herman Willem Daendels,Rutger Jan Schimmelpenninck en later Everhardus Johannes Potgieter en Johan Rudolph Thorbecke zou voortbrengen.

Van der Capellen is vooral relevant omdat hij op een nieuwe manier politiek bedreef. Hij bracht door zijn optreden de politiek dichter bij de burger. Zaken die normaal geheim waren werden door hem naar buiten gebracht. Hij ijverde voor de vrijheid van meningsuiting en drukpers. Hij legde de vinger op de zere plek. Van der Capellen zorgde ervoor dat de politieke discussie weer breed werd gevoerd, dat politiek weer ergens over ging.

Als geen ander slaagde Van der Capellen erin de kloof tussen burger en politiek te overbruggen. Zijn creativiteit, zijn gevoel voor dramatiek, zijn durf, zijn doorzettingsvermogen en het feit dat hij altijd handig gebruik wist te maken van de publieke opinie hebben andere politici weten te inspireren. Met name Pim Fortuyn zei door hem geïnspireerd te zijn. Fortuyn noemde een van zijn geschriften Aan het volk van Nederland als verwijzing naar Van der Capellen[1].

In zijn laatste woonplaats Zwolle herinnert tegenwoordig de Van der Capellen Scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs aan hem. Tevens baseerde Hella Haasse haar boek "Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern" uit 1989 op het leven van Van der Capellen.

Aan het volk van Nederland

Manifest van Joan Derk van der Capellen tot den Pol, aanvoerder van de patriotten in de 18e eeuw.