Covid 1984

Covid-1984 aldus Maurice de Hond

17 augustus 20206 Reacties/in COVID-19

Orwells Boek

Op een aantal plekken zag ik deze woordcombinatie Covid-1984 al opduiken. Het verwijst naar het beroemde boek van Orwell, die dat in 1948 heeft geschreven. Ik had dat boek van Orwell al ergens in de jaren zestig gelezen. Het maakte een grote indruk op me. (Voor een korte samenvatting raad ik dit aan of dit).  Ook zag ik later de film. Big Brother is de naam van de leider van de staat uit het boek van Orwell.

 

Het was de beschrijving van de ultieme versie van een totalitaire staat. Toen ik het boek las bestond het ijzeren gordijn nog. We dachten in die tijd dat dit een soort beschrijving was van hoe het in Rusland toeging. Weliswaar een wat extremere vorm, maar toch herkenbaar via het beeld dat van die landen achter het IJzeren Gordijn in het Westen werd geschetst.

Het aantal landen dat leek op het beeld dat Orwell schetste nam na 1989 fors af. En eigenlijk verdween het boek bij mij wat achter de horizon.

Vanaf 1995 maak ik enthousiast gebruik van internet. Veel van wat ik ervan verwachtte en in mijn boek “Dankzij de snelheid van het licht” beschreef, is uitgekomen.

Er is zoveel meer mogelijk geworden dan voor het jaar 1995. Als ik alles op een rijtje zet dan is voor mij het grote verschil dat ik dat wat ik al voor 1995 deed inmiddels een stuk efficiënter kon doen. Maar die winst zinkt in het niet bij de gigantische uitbreiding aan mogelijkheden, die ik als individu heb om datgene wat ik wil weten of wat ik wil doen ook in de praktijk te brengen. Afstand en tijd zijn eigenlijk verdwenen. En je hebt toegang tot (vrijwel) alle informatie die er in de wereld beschikbaar is.

De informatie die ik het afgelopen halve jaar heb kunnen verzamelen en wat ik vervolgens heb kunnen doen, inclusief het bereik, zou zonder internet onmogelijk zijn geweest. Ook niet als honderden mensen fulltime er, maar dan zonder de hulp van internet, mee bezig zouden zijn geweest.

Daarbij gaat het niet alleen erom dat ik alle relevante nieuwsartikelen en studies direct kan bekijken. Maar nog meer, dat ik door veel mensen, die mij volgen, attent gemaakt wordt op nieuws of studies waarvan zij denken dat die relevant voor mij is. Er is op een organische manier een vrijwillige virtuele organisatie ontstaan met als kern de blogs, die ik schrijf en mijn uitingen in de media. Binnen een paar uur nadat een nieuwe relevante studie verschijnt krijg ik het al toegestuurd (en soms wel meer dan 10 keer). Ik krijg informatie van deskundigen op allerlei terreinen. Met name uit het veld met vaak bijzondere achtergrondinformatie. Plus ook hypothesen, soms op een indrukwekkende wijze onderbouwd. En ik kan communiceren met deskundigen over de hele wereld. En gelukkig zijn er ook een aantal klokkenluiders, die me relevante informatie verstrekken.

Upside down

Maar wat ik sinds half maart vervolgens heb mogen ervaren zou ik een maand ervoor compleet voor onmogelijk hebben gehouden. Het heeft componenten van het boek van Orwell 1984. En ik zie ontwikkelingen, die lijken op datgene wat er gebeurt in landen waar een oorlog aan de gang is. Weliswaar op een compleet andere wijze dan het traditionele beeld dat we van oorlog hebben, maar ik herken wel elementen, die er op lijken.

In heel veel landen zijn er vanaf maart maatregelen genomen, die aan de economie en samenleving een schade hebben toegebracht van een ongekende omvang. Materiele schade groter dan die van menige oorlog uit het verleden. Een schade, die vele malen groter zal zijn dan menigeen nu denkt. Het zal niet alleen samenlevingen ontwrichten, maar ook de relaties tussen landen. Het unieke van deze schade is, dat landen het zichzelf hebben aangebracht. Ik heb het al een keer beschreven in het blog “We zijn collectief aan het harakiri plegen”.

Wat er gebeurd is rond half maart kan ik niet anders omschrijven als een vorm van massahysterie. En dan wel in een groot aantal landen. Dit doe ik niet met een expliciet of impliciet waardeoordeel. Het was eigenlijk een logisch gevolg van de indringende beelden van het grote aantal ernstig zieken en doden in Bergamo die op het netvlies werd gebrand. Plus dat alle medische deskundigen, die we in de media zagen, die angsten alleen maar verder aanwakkerden. Op de voet gevolgd door onze bestuurders. Media vergrootte dat alleen maar meer, nergens zagen we een aanzet tot relativeringen. En ook ik werd daardoor rond half maart beïnvloed.

Die paar personen in de media, die vraagtekens durfden te zetten zoals Jort Kelder, Ira Helsloot of Klaas Hummel werden nog net niet op de brandstapel gegooid.

Velen kwamen, heel begrijpelijk, in een staat van basale doodsangst.

Tot eind maart kon ik me het allemaal nog voorstellen wat er gebeurde, maar daarna werden wereldwijd de verkeerde afslagen genomen. En bij mijn recente bezoek met mijn gezin aan het Upside Down museum  herkende ik ineens het patroon. In dat museum wordt op veel manieren gespeeld met perspectief. Ruimtes waar alles op z’n kop staat. Groot wordt klein, klein wordt groot. Bij de hal waar je naar binnengaat draait alles om je heen en je moet zorgen dat je zelf niet valt. Toen ik -half draaierig- weer naar buiten kwam, besefte ik, dat wat ik net had beleefd symbolisch was voor de wereld waar we ons nu al maanden in bevinden. Vrijwel alle zekerheden zijn verdwenen. Mensen die zich wetenschappers noemden zijn vooral politici geworden. Politici nemen besluiten, die ontzettend meer schade opleveren dan ze voorkomen. Ze nemen kritiekloos de informatie over van degenen die zich wetenschapper noemen, terwijl de basis van die informatie zo wankel is als het maar kan. Journalisten zijn vooral slippendragers geworden van de wetenschappers, die het eigenlijk ook niet weten. Men opereert op een wijze, die ze zelf in februari nog compleet onmogelijk gehouden zouden hebben. Ja zeker Upside Down.

En de grootste schade die het virus blijkbaar heeft aangericht tot nu toe is, dat het vermogen van logisch denken van veel mensen heeft aangetast. Deels door de angst, maar ook deels door het onterechte geloof in de mensen, die worden geacht voor het onderwerp doorgeleerd te hebben. Misschien dat het verstandig is dat die mensen het begin van Zomergasten van 9 augustus bekijken met Prof. Jaap Goudsmit. Die het precies heeft over dat onderwerp. Experts, die het eigenlijk ook niet weten, maar wel doen alsof ze het weten.

De periode na 1 april 2020 zal in de toekomst in de Canon van Nederland beschreven worden als een fase waarin de leiding van Nederland ontoerekeningsvatbaar was en diverse wetenschappers door het ijs zakten. In veel van mijn blogs heb ik facetten ervan beschreven. Men had niet door wat de echte risico’s van het virus waren en hoe dan de echt kwetsbare beschermd kunnen worden, zonder dat er extra schade aan de samenleving werd aangebracht. Wereldwijd heeft er (achteraf voor een behoorlijk deel onnodig) een slachting plaatsgevonden in zorginstellingen.

Maar men blijft maar steeds hun lot in handen leggen van RIVM/OMT die bewezen hebben, niet in te spelen op de nieuwste onderzoeksbevindingen. Maar misschien nog veel erger dan dat, die nieuwste onderzoeksbevindingen tegen proberen te houden, zoals o.a. blijkt uit het verhaal over het ventilatiesysteem van het zorgcentrum in Maassluis.

 

Van kritisch naar slippendragers

Maar ik denk dat ik nog het meest geschokt ben door de rol die het overgrote deel van  oude media in Nederland sinds half maart spelen. Ik denk dat die gezorgd hebben dat veel mensen onnodig in angsten bleven zitten en de beslissers niet de ruimte hebben gelaten om beslissingen te nemen, die op langer termijn wel goed voor Nederland zouden zijn geweest.

Juist omdat er nog zoveel onduidelijk was (tot en met dat er geen onderbouwing is voor de 1,5 meter, waar Coutinho het bij Nieuwsuur over had) zouden de media een rol moeten hebben  gespeeld om juist vraagtekens te zetten bij datgene wat de specialisten op tv zeiden. En bij de maatregelen die de politici troffen. Maar dat gebeurde, zeker in de eerste maanden amper. Men opereerde eigenlijk alleen als uitvergroters van de -slecht onderbouwde- informatie die verstrekt werd. Alsof men collectief vond dat in een tijd van crisis het niet gepast is om kritische vragen te stellen. (Plus dat ik denk dat nogal wat presentatoren en redactieleden ook zelf die door mij gesignaleerde basale angsten hadden). Eigenlijk vond ik Nieuwsuur als enige nog met enige regelmaat kritiek geven en Kustaw Bessems ook in zijn stukken.

Maar voor de rest zag je keer op keer in artikelen, dat men kritiekloos de informatie overnam van leden van de RIVM, OMT en andere onderzoekers als het in lijn lag met de opvatting van het RIVM. En als een GGD in Friesland geheel ongefundeerd meldt dat 14 jongeren op een terras zijn besmet en dat men dus ook buiten de 1,5 meter moet aangehouden worden, neemt men, deze onwaarschijnlijke informatie, klakkeloos over. (En krijg ik veel mails van mensen die daar toch weer bang en ongerust over worden). Als inmiddels gebleken is dat het bericht was gebaseerd op een zeer gekleurde interpretatie van de gegevens door de GGD, wordt er niet gecorrigeerd.

Ik heb dat gedrag van de media ook aan den lijve ondervonden. In veel van de traditionele media kregen mijn bevindingen geen kans.  Als jouw enige informatiebron tot nu toe De Volkskrant was, dan zou je tot nu toe niet eens beseffen dat ik actief was of ben op het onderwerp Covid-19. Alleen misschien via een vernietigende tv-kritiek op 20 april naar aanleiding van mijn optreden bij OP1. En daarna nog enkele keren afkeurende opmerkingen over mij in columns. In NRC-Handelsblad was er alleen een positieve column van Rosanne Hertzberger en een artikel waar mijn inhoudelijke opstelling met de grond gelijk werd gemaakt door weer bij de usual suspect om commentaar te vragen.

Alleen het AD heeft, weliswaar pas ergens eind juni, mij de ruimte gegeven om te zeggen wat ik gevonden had en wat me bezielde.

Op de Nederlandse tv mocht ik drie keer opdraven bij Op1. (1) (2) (3) De tweede keer kreeg ik amper de tijd om mijn punt te maken. EenVandaag heeft me twee weken geleden wel de ruimte gegeven om o.a. over Covid-19 te spreken en de rol van het RIVM.

Alleen Harry Mens gaf me eind maart al de gelegenheid om het begin van mijn verhaal te vertellen.

Nu de aerosolen een steeds belangrijkere rol spelen in het debat en ventilatie ook, merk ik dat ik door dezelfde media eigenlijk nog steeds wordt genegeerd. Ondanks het feit dat ik op 2 april over het aerosolen al een uitgebreid blog heb geschreven en in juni het Deltaplan Ventilatie heb voorgesteld, o.a. om scholen klaar te krijgen voordat de open zouden gaan.

De waakhonden van de democratie lieten de afgelopen maanden vooral zien dat ze de schoothondjes van de democratie waren.

Gelukkig waren er mogelijkheden in de nieuwe media om mijn bevindingen te delen. Natuurlijk via het eigen blog, maar ook bij Café Weltschmerz, de Nieuwe Wereld en via het kanaal van Vincent Everts. Hier ziet u die lijst van de media-activiteiten.

 

Google, YouTube, Facebook, LinkedIn van hetzelfde laken een pak

Maar wat eigenlijk nog meer leek op het optreden van het Ministerie van de Waarheid uit Orwells 1984 kwam van een kant, waar ik het nog het minst had verwacht. (Blijkbaar mijn naïviteit): YouTube, Google, Facebook en LinkedIn.

Met alle vier organisaties heb ik ervaren wat er gebeurt als je -gefundeerd- kritiek hebt op uitspraken van WHO/RIVM en keuzes van de politiek en aangeeft wat er wel zou moeten gebeuren.

Terwijl er eerst bij een interview met mij via Café Weltschmerz geen strobreed in de weg werd gelegd door YouTube en Google, waarbij er een bereik was van 550.000. Maar daarna zie je dat ze het vinden en bekijken van sommige van de nieuwe opnames een stuk moeilijker maken. De CEO van YouTube heeft in het openbaar gezegd dat je niet meer voldoet aan de gebruiksvoorwaarde van YouTube als je afwijkt van de standpunten van de WHO. Door het moeilijker vindbaar maken op Google en YouTube werden de volgende video’s beduidend minder bekeken. (Ik kon dat inschatten, omdat bij de eerste video die na een paar uur moeilijker vindbaar werd gemaakt, het aantal views abrupt met een factor 10 daalde).

Bij Facebook gebeurde iets vergelijkbaars met een animatie die we hadden gemaakt over aerosolen en de 1,5 meter. Als je die wilde bekijken kwam er ineens een melding dat het fake news was. Als je dat gelezen had dan kon je de video nog wel zien, maar die button was ergens onderin. En het bereik daalde drastisch Klik maar hier op dan zie je het gebeuren.

Bij LinkedIn gebeurde het me twee keer dat een post na een paar uur voor derden onzichtbaar werd gemaakt. Toen ik daar bezwaar tegen maakte kreeg ik alleen antwoord dat ze het zouden uitzoeken. Ook een week later nog geen enkele reactie. En donderdagavond kreeg ik de melding van iemand, dat mijn profiel niet meer bij LinkedIn te vinden was. Toen ik inlogde kreeg ik de melding dat ik servicevoorwaarden had overtreden en dat ik een soort proces in kon gaan, waar ze nog een keer zouden beoordelen of ik al dan niet weer toegelaten wordt.

 

Conclusie

Zover is het dus gekomen.

Lees even dit blog terug over de zaken die ik vanaf april gezegd heb over de verspreiding van het virus en wat we nu inmiddels weten.  Veel van wat ik sinds eind maart schreef was op dat moment niet de lijn van de WHO en RIVM. Inmiddels is al meer gemeengoed dat je buiten niet makkelijk besmet wordt, dat je niet besmet wordt via voorwerpen, het grote belang  van aerosolen en de bestrijding ervan door ventilatie.

Zowel toen als nu ben ik niet zachtzinnig t.a.v. het optreden van het RIVM en de keuzes die politici en bestuurders maken. Deels doe ik dat omdat ik in een periode van ernstige crisis het onverantwoord vindt geen aanpassingen te doen op je aanpak op basis van nieuwe kennis. Jaap van Dissel is daar het vleesgeworden voorbeeld van. De gevolgen van het koppig vasthouden aan oude standpunten kunnen zowel voor de volksgezondheid, als economie en samenleving zeer ernstig zijn.

Wat ik beschrijf onderbouw ik steeds op een transparante manier. Met links naar de bronnen en uitleg hoe ik tot mijn conclusies kom.

Maar in wat voor wereld leven we als de belangrijkste plekken op internet waar het overgrote deel van de mensen komen, censuur gaat plegen op uitingen, zoals die van mij.

Ja, het ministerie van de waarheid, zoals Orwell dat in zijn boek heeft beschreven, lijkt er inmiddels te zijn. Niet zozeer van de totalitaire fysieke staat, maar wel in de virtuele wereld. Ben benieuwd wat er in de komend weken gebeurt. Of er nu wel meer ruimte komt voor mijn onderbouwde opvattingen. En hoe de oudere media zich zullen opstellen t.o.v. mij.

Het is toch bijna vermakelijk om te zien hoe langzamerhand in vrijwel alle media aerosolen en ventilatie inmiddels de klok slaan, maar dat op veel plekken de referentie naar wat ik al lange tijd heb proberen te agenderen niet wordt gemaakt. Bij Op1 had ik zelfs het gevoel dat de aanwezigen schrokken toen een van de gasten (Peter Schouten) aan het eind van het onderwerp over de ventilatieproblematiek in Maassluis vroeg “had Maurice de Hond dan toch gelijk” en men leek te schrikken en snel overging naar het volgende onderwerp. (In een latere uitzending werd die vraag wel door Sander Schimmelpenninck opgeworpen, maar toen reageerden de gasten aan tafel schrikachtig).

Dat advies had ik al lang gekregen: “eerst negeren ze je, dan ridiculiseren ze je en dan zeggen ze dat ze het al lang wisten”.

Laten we in ieder geval blij zijn dat het onderwerp nu op de agenda staat, maar ik ben bang dat de wijze waarop het nu gebeurt, met een continu tegenstribbelende Jaap van Dissel, te langzaam zal gaan en nog veel onnodige schade aan volksgezondheid, economie en maatschappij daardoor wordt aangebracht.

P.S.

Vandaag kreeg ik het gevoel dat het gelukkig nog niet echt Orwells 1984. Ja, het tegengeluid kan in ieder geval haar eigen kanalen nog benutten. En vanmorgen las ik, alsof het krokusjes waren na een koude winter, maar liefst drie columnisten in De Volkskrant (Wilma de Rek, Sander Schimmelpenninck en Jasper van Kuijck), die tegengeluiden gaven. Wilma met haar column “Hou op met de bangmakerij, koele cijfers moeten we hebben, en harde feiten”, Sander met “Kinderachtige coronanationalisme brengt Europa schade toe” en Jasper met “De berichtgeving over de coronacrisis in Zweden was vooringenomen en selectief”.  Hopelijk worden deze columns ook gelezen door de Volkskrant redactie zelf en die van vele andere media in Nederland. Het is 5 maanden na al die maatregelen in Europa. Dus meer ruimte voor dit geluid, zou heel wenselijk zijn.

En wie weet keert LinkedIn toch nog op zijn schreden terug.

Mijn position paper voor het VWS overleg over Lockdown-maatregelen

11 augustus 2020

Ik ben uitgenodigd om deel te nemen aan een open tafel van het Ministerie van VWS met als onderwerp “effecten generieke lockdownmaatregelen”. We werden gevraag om een aantal van de gestelde vragen met maximaal 1200 woorden te beantwoorden. Dat zou dan ook bij de Kamerleden terecht komen. De NOS heeft vanmorgen al over alle stukken gepubliceerd. Daarom voel ik me  nu vrij om dat stuk hierbij in zijn geheel te openbaren.

 

Naam:   Drs. Maurice de Hond

Functie: Onafhankelijke Onderzoeker en publicist over Covid-19 op maurice.nl

Organisatie:  View/Ture bv     Datum : 4 augustus 2020

Onderwerp expert-tafel: Effecten generieke lockdown

 Wat is het perspectief van waaruit u kijkt (bijvoorbeeld, wetenschap, praktijkdeskundige, en welke achtergrond)?

Vanaf februari vanuit mijn specialisme sociale geografie en methoden en technieken van onderzoek heb ik eerst de verspreiding van het virus bestudeerd en vervolgens relevante studies gelezen en beschreven, plus de ontwikkelingen in veel landen op de voet gevolgd en de aldaar genomen maatregelen.

Wat zou u, met de kennis van nu, het kabinet adviseren om hetzelfde te doen dit najaar om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? Welke elementen op het gebied van generieke lockdownmaatregelen zijn wat u betreft waard om vast te houden, te herhalen of uit te bouwen en waarom? Wat zou u, met de kennis van nu, adviseren om – op het gebied van generieke lockdownmaatregelen anders, of nieuw te doen – om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? En waarom?

Het snel indammen is niet haalbaar, niet noodzakelijk en heeft -evenals de eerste keer- enorme gevolgen voor de economie, samenleving en ook volksgezondheid (voor wat betreft andere aandoeningen dan Covid-19).

Reactie op de rest van de twee vragen:

Het is nodig om uw vraag in een breder kader te plaatsen om vervolgens mijn antwoord beter te begrijpen.

Doordat de regering haar beleid vrijwel geheel heeft laten bepalen door het RIVM/OMT zijn bij de beleidskeuzes andere componenten dan het bestrijden van Covid-19 volledig op de achtergrond geraakt. Dat was nog te begrijpen toen rond 15 maart gedacht werd dat 3% eraan zou gaan sterven (zoals de WHO stelde). Maar twee weken later was al duidelijk dat dit cijfer in werkelijkheid veel lager zou liggen. Plus dat er steeds meer bekend werd over welke groepen de meest getroffen zouden worden en dus het meest beschermd diende te worden. Maar dat gebeurde juist niet, gezien het feit dat rond de 60% van de overlijdensgevallen uit zorginstellingen afkomstig waren.

Daarbij speelde het RIVM en leden van het OMT, die in de media kwamen, op meerdere manieren een dubieuze rol:

  • Terwijl er eigenlijk sinds eind februari steeds meer bekend werd over allerlei aspecten van de verspreiding van het virus en het verloop van de besmetting, lijkt het er zelfs tot en met vandaag op, dat ze deze deskundigen nog weinig hebben bijgeleerd. Dat heeft tot gevolg dat zij enerzijds te grofmazige maatregelen adviseren, maar ook een cruciale component bij de besmettingen, niet onderkennen en door die blinde vlek, bepaalde adviezen niet geven.
  • Bij het geven van die adviezen wordt op geen enkele manier rekening gehouden met de economische en maatschappelijke gevolgen. Goed voorbeeld: de WHO adviseert 1 meter afstand. Nederland koos 1,5 meter afstand. Het verschil tussen 1,5 en 1 meter afstand is zowel economisch als sociaal groot.

Besef dat Italië de 1 meter afstand als maatstaf neemt. En de afgelopen twee maanden is het aantal nieuwe gevallen daar stabiel laag. (Dat is mede door de mondkapjes in openbare besloten ruimtes, maar buiten houdt men zonder mondkapjes, die 1 meter aan).

  • Last but not least: de betrokkenen verschenen op vrijwel dagelijkse basis in de media en wat ze daarbij vooral deden was de angst, die rond half maart was ontstaan door de ontwikkelingen in Bergamo en de maatregelen die in de Europese landen werden genomen, te onderhouden of zelfs verder aan te wakkeren. Vaak niet op basis van harde feiten, maar juist op veronderstellingen of eigen meningen. Het maakte niet uit of er beter nieuws was, altijd moest er een waarschuwing volgen. Toen de mooie Hemelvaartsdag met miljoenen mensen buiten (en vaak ook hutjemutje) werd dat niet verwelkomd en conclusies uit getrokken dat buiten de teugels vrijer konden worden. Maar werd gezegd dat het geluk was of dat er niemand was, die besmet was. Met weer een waarschuwing.

Die waarschuwingen waren er gericht om de Nederlanders te voorschriften van de overheid te laten volgen, maar het heeft ook grote gevolgen gehad op het welbevinden van veel Nederlanders en van de weeromstuit ook op het economisch en sociaal gedrag.

Zelden of nooit werden door de betrokkenen goed nieuws gedeeld (zoals je kan niet besmet worden via voorwerpen of de kans dat je buiten besmet wordt is zeer, zeer klein).

Het negatieve effect van dit optreden van de deskundigen werd versterkt, omdat de bewindslieden en voorzitters van veiligheidsregio’s de mantra’s van die deskundigen -mag ik zeggen: kritiekloos- continu herhaalden.  Daardoor werd bij velen de angsten onderhouden.

En steeds weer het gevoel geven dat eigenlijk alleen die 1,5 meter afstand zou zorgen voor het niet worden besmet. Terwijl die afstand houden (zeker buiten) veel minder relevant is. En dat slecht geventileerde binnenruimtes de echte plekken waren waar veel mensen tegelijk het risico liepen besmet te worden en niet omdat ze daar de 1,5 meter niet aanhielden.

Maar omdat het RIVM en de OMT-leden onder de pretentie “wetenschappelijk bezig te zijn” die laatste risico’s vrijwel negeerden, zijn we niet voorbereid op de tweede golf van het najaar. Een tweede golf, waarvan de huidige ontwikkelingen hun schaduw al vooruitwerpen. (De meeste besmettingen vinden tijdens clusters plaats. Plus dat op basis van de publiciteit van 5 augustus via EenVandaag en De Volkskrant over de zorginstelling in Maassluis heel duidelijk is hoe groot het effect is van slechte ventilatie, maar misschien nog meer, hoe het RIVM er veel aan gedaan heeft om belangrijk onderzoek op dat vlak juist niet naar buiten te brengen).

(MdH, na het schrijven van dit blog kwam o.a. dit in het nieuws:)

 

 

 

Mijn advies is tweeledig:

1.

  • Volg niet blindelings meer het RIVM of OMT.
  • Accepteer niet dat leden van het OMT in de publiciteit meldingen doen over hun persoonlijke opvattingen. Die mogen ze uiten, maar dan mogen ze geen deel meer uitmaken van het OMT.
  • Zorg dat er een onafhankelijk instituut komt dat reëel de echte gevaren van de ontwikkelingen rondom het virus communiceert. Niet gericht op mensen bang te houden, maar om ze echt de mogelijkheid te bieden hun eigen risico’s in te schatten en daarnaar te handelen.
  • Weeg bij uw besluiten alle componenten mee die via maatregelen geraakt zouden kunnen worden. Dus ook de economische en sociale. En communiceer daar eerlijk over. Maar voedt de angst niet.

2.

  • Neem geen maatregelen meer, die voor het hele land tegelijk gelden. De echte gevaren verschillen fors per gebied.
  • Werk met een signaleringssysteem per gebied (groen, geel en rood). Maak duidelijk wat dat betekent voor de activiteiten in een gebied als de signalering een van die drie kleuren is.
  • Scheer niet alle openbare binnenruimtes over één kam. Daar waar goede ventilatie is mag meer dan waar dat niet is. (Ik heb daarvoor een Deltaplan Ventilatie voorgesteld). Zo is er ook een incentive om te zorgen dat de openbare binnenruimte wel Coronaproof wordt.
  • Stel geen restricties aan buitenruimtes.
  • Verlaag de 1,5 meter naar 1 meter.

In feite is dit een systeem waarbij goed gedrag beloond wordt in plaats van verkeerd gedrag afgestraft. En komt er ook een incentive voor de bewoners van een regio om te zorgen dat de regio groen wordt/blijft.

 

Over dit laatste heb ik dit artikel geschreven: https://www.maurice.nl/2020/07/23/naar-een-intelligent-mondkapjesbeleid/

Met deze tabel als kern.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier  

Tags: advies

Deel dit stuk

Column Paul Cliteur: Slavernijverleden en individuele schuld

In een moderne democratische rechtsstaat kan een individu alleen schuldig zijn op basis van zijn eigen optreden. Niet op basis op het optreden van zijn vader, zijn moeder, een familielid of een voorouder. Kinderen van NSBers zijn zelf geen NSBers. Kinderen van een moeder die in de prostitutie heeft gewerkt zijn zelf geen prostituees. Individuele verantwoordelijkheid en individuele schuld vormen een vast uitgangspunt van het moderne denken.

Maar onder invloed van een uit Amerika overgewaaide agressieve identiteitspolitiek worden wij nu verleid dit principe van individuele schuld los te laten en collectieve schuld als uitgangspunt te hanteren. Althans als het om de onderwerpen gaat die deze identiteitspolitiek ons wil opdringen, zoals collectieve schuld over een slavernijverleden.

Maar daar moeten we niet in meegaan. Althans niet wanneer het excuses door onze regering betreft, gedaan namens de gehele Nederlandse bevolking.

Dan nog iets over die “gehele Nederlandse bevolking”. Het over-, overgrote deel van de Nederlandse bevolking van voorgaande generaties bestaat uit hardwerkende en keurige mensen die helemaal niets met slavernij te maken hebben gehad en daar ook niet aan heeft verdiend. Wie een telg is uit een Amsterdamse regentengeslacht en de behoefte voelt zich voor een verleden in de slavenhandel te excuseren, ga je gang. Ook al gaat het om ingebeelde zonden, ga je gang. Maar wij moeten de regering of de koning nooit machtigen zulk soort excuses te formuleren namens de gehele Nederlandse bevolking. Dat zou neerkomen op een mandaat om onze voorouders nodeloos te beledigen en op te zadelen met zonden die zij helemaal niet hebben gepleegd.

Met dank aan Adjiedj Bakas, een van de weinigen die in dit soort discussies licht laat schijnen in de duisternis van de politieke correctheid die ons omringt.

De 1,5 meter-samenleving sneuvelt: straks weer volle treinen, drukke winkelstraten en massa’s toeristen

De maatschappij moet weer open. Per direct. Maar in de juiste balans, schrijft winkelonderzoeker Hans van Tellingen. Zodat aan de ene kant de economie en het land weer kunnen functioneren, en aan de andere kant het coronavirus onder controle komt. Want het kan niet zo zijn dat het virus wint en Nederland aan de bedelstaf raakt. En dat daardoor de gezondheid van Nederlanders verslechtert en hun levensverwachting daalt.

Dat benadrukte ik aan het slot van een vorige blog en zo begin ik dit artikel. Sterker nog, in een andere recent blog heb ik deze aanbeveling óók opgenomen.

Anderhalve meter afstand houden, is ongrondwettelijk

Het is helder. Een anderhalvemetersamenleving is niet normaal. Onderling ruim afstand houden, druist in tegen de menselijke aard. Het druist in tegen alles waarin ik geloof, en waarin vele anderen geloven. Daarbij is een anderhalvemetersamenleving ongrondwettelijk, vindt ook de Raad van State, adviesorgaan van de regering en de hoogste rechtsprekende instantie. Ik citeer:  ‘De noodverordeningen kunnen echter geen basis bieden voor een verbod op samenkomsten in de strikte privésfeer.’ Dat houdt in dat boetes – in combinatie met een strafblad – niet zullen standhouden in de rechtbank

Want hoewel ik niet geloof in een kwaadaardig complot dat de overheid ons op orwelliaanse wijze in het gareel wil krijgen, is de angst in de maatschappij geslopen. Tot in de haarvaten van de bevolking zelfs. En dat leidt uiteindelijk, onbedoeld, wel tot orwelliaanse effecten. Zoals het verbod op samenscholing (buitenshuis, maar ook binnenshuis, wat een aantasting van de grondrechten inhoudt) en – in feite – het verbod op demonstraties. Omdat dan de onderlinge anderhalvemeterafstand niet kan worden gegarandeerd.

Eén miljoen ondernemers failliet?

Daarbij wordt de maatschappij dusdanig ontwricht dat misschien wel 1 miljoen ondernemers failliet gaan. En dat terwijl ondernemers aan het begin staan van de hele keten in de economie. Zij (en hun medewerkers) betalen – via een ingewikkeld stelsel van belastingen en sociale premies – het loon van ambtenaren, presentatoren van de Nederlandse Publieke Omroep, hoogleraren, medici, verpleegkundigen, leraren en politici. En vele anderen. De overheid kan niet functioneren zonder financiering door het bedrijfsleven, en dus de ondernemers. Dat geldt ook voor de gezondheidszorg. Zonder ondernemers bestaat er geen goede gezondheidszorg.

Totale ontwrichting

De gevolgen van de ontwrichting zijn al zichtbaar. Lege winkelstraten (al trekt dat sinds kort weer iets aan). Gesloten horecavoorzieningen (al mogen die per 1 juni deels weer openen met een nogal onhoudbare anderhalve meter afstand als basis). Geen evenementen en festivals. Een cultuursector die op zijn gat ligt. En van toerisme is al helemaal geen sprake. Laat staan van toeristische overlast. In de binnenstad van Amsterdam kun je een kanon afschieten.

De eerste faillissementen zijn inmiddels uitgesproken. Vele werknemers worden ontslagen en de economie krimpt dit tweede kwartaal met nooit eerder vertoonde cijfers. Uiteraard is het laatste percentage nog niet bekend. Maar het vergt geen raketwetenschap om dat te kunnen voorspellen.

Was het allemaal nodig?

Dat is maar de vraag. De Israëlische wetenschapper Isaac Ben-Israel betoogt dat het nut van een lockdown twijfelachtig is. Overal toont het virus namelijk hetzelfde patroon na de eerste besmetting: eerst een langzame verspreiding, dan een exponentiële versnelling en daarna een afvlakking. Met af en toe een lichte opflakkering. Ook betwijfelt hij of een lockdown wel zin heeft (gehad). Ook zonder (volledige) afsluiting zou het virus zich op dezelfde wijze hebben ontwikkeld. Een tweede golf besmettingen is zeer onwaarschijnlijk. Maar als deze toch komt, moeten we het virus isoleren waar een lokale uitbraak is. En moeten we niet het hele land opnieuw op slot gooien.

Maar goed, die lockdown heeft dus wél plaatsgevonden en daar moeten we nu echt vanaf. En dat gaat veel te langzaam, terwijl veel voorzieningen al volledig ‘open’ kunnen. Zo heeft opiniepeiler Maurice de Hond inmiddels veel blogs geschreven waarin hij internationaal gedegen onderzoek aanhaalt en becommentarieert. Conclusie: eigenlijk moet je alleen uitkijken in slecht geventileerde binnenruimten in combinatie met een lage luchtvochtigheid. Dat verklaart de ‘super spreads’, de massale besmetting tijdens kerkdiensten, in slachthuizen en verpleegtehuizen. Zijn boodschap luidt: ga juist de deur uit. Want buiten kun je het virus eigenlijk niet oplopen. #GaDeDeurUit is dan ook de hashtag die we trending zouden moeten maken op Twitter.

Duitse topviroloog wil af van de anderhalvemeterafstand

Maar goed, dat is Maurice de Hond. Een (sociaal) geograaf. Net als ondergetekende, overigens. Een geograaf is per definitie geïnteresseerd in verspreidingseffecten. Dus ook in de verspreiding van een virus. De Hond is geen viroloog. Klopt. Maar dat betekent niet dat zijn analyses geen hout snijden. Integendeel. Dat doen ze wel. Zijn bevindingen worden immers gedeeld door Christian Drosten, topviroloog en topadviseur van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Zijn boodschap: ‘Om virusverspreiding te voorkomen, moeten ruimten voldoende worden geventileerd. Om het simpel te zeggen: als een virus in de kamerlucht rondwaart, moet deze lucht worden verwijderd. Dat betekent dat je het raam opent, een grote ventilator neerzet die de lucht naar buiten kan verplaatsen en dat je de deur openzet.’ Echt mensen, zo simpel is het soms.

Ik acht het dan ook zeer waarschijnlijk dat Duitsland die anderhalvemetermaatregel gaat afschaffen. Over een paar weken al. En dan volgen wij ook in Nederland. Het RIVM – en in het kielzog het kabinet – lopen steeds achter de nieuwste feiten aan. De coronamaatregelen zijn geen complot, maar ze zijn wel schadelijk voor de samenleving. Want ze hebben tot meer doden in bijvoorbeeld verpleeghuizen geleid. En tot onnodige, gigantische economische schade. Dat er een beroep wordt gedaan op het moreel appèl (gezondheid boven alles, daarna de economie) werkt niet meer. En de gevolgen voor de volksgezondheid door het vastlopen van de economie zijn ook niet te overzien.

Daarom voorspel ik u het volgende

De lockdown wordt de komende weken en maanden grotendeels opgeheven. Binnen een jaar wordt weer geklaagd over te volle treinen. Binnen twee jaar wordt weer geklaagd over te veel toeristen in Amsterdam. Stenen winkels en horeca gaan weer bloeien. Meer dan de afgelopen jaren. En de anderhalvemetersamenleving (in elk geval buiten) wordt afgeschaft. Binnen nu en een paar maanden zelfs.

Degenen die de lockdown willen voortzetten en de anderhalvemetersamenleving als normaal zien, en daarbij het argument gebruiken dat ‘risicogroepen’ geen risico mogen lopen, moeten beseffen dat risicogroepen alleen kunnen worden beschermd als we terugkeren naar ‘normaal’ en weer geld gaan verdienen. Bovendien zijn de risicogroepen, vooral in de verpleegtehuizen, juist niet goed beschermd geweest. En is de boodschap aan de risicogroepen juist dat ze zo veel mogelijk naar buiten moeten. Want daar is het dus wél veilig.

Stop met boetes en strafbladen

En waarde handhavers: stop met boetes uitdelen aan mensen die op het strand naast elkaar zitten. Of samen op een zeilboot vertoeven. Of op een kleedje in het park. Stop al helemaal met dat strafblad bij een geconstateerde ‘overtreding’. Want dan begeef je je wel op onwenselijke ‘1984-paden’. Een voorzitter van het Veiligheidsberaad als de heer Hubert Bruls zal ook minder hoog van de toren kunnen blazen. Mijn devies: mensen moeten juist worden gestimuleerd om zo min mogelijk binnen te zitten. Ze dienen zich juist zo veel mogelijk naar buiten te begeven.

Komen mijn voorspellingen uit?

Nou ja, nooit helemaal natuurlijk. Dat is ook de ‘makke’ van voorspellen. Het wordt altijd anders. Maar ik verwacht wel dat mijn voorspellingen grotendeels uitkomen. Kijk dan even niet naar de precies door mij geformuleerde tijdsaanduidingen. Het kan later zijn, maar het kan ook zeker eerder zijn. We zullen zien. Maar dat die anderhalvemetersamenleving snel zal verdwijnen, is helder. En de gevolgen? Laten we hopen dat de enorme economische schade snel wordt gevolgd door een snel herstel. Laten we hopen dat die ‘V-dip’ (enorme teruggang, maar snel herstel) toch nog uitkomt. Of dat de ‘U-dip’ (enorme teruggang, maar een herstel dat veel langer duurt), maar een klein U’tje betreft.

Het coronavirus vlakt af. Een tweede golf besmettingen is onwaarschijnlijk. Nee, ook in Zuid-Korea is daar geen sprake van als in een nachtclub een paar mensen besmet raken.

En als er ergens een kleine opflakkering plaatsvindt? Isoleren die plek. Maar doe niet aan een complete lockdown. We hebben daarvan geleerd dat dit beleid rampzaliger uitpakt dan de verspreiding van het virus zelf.

Stop de mens niet in een dwangbuis

En verder? De mens laat zich niet in een dwangbuis manoeuvreren. De mens wil werken. Mensen ontmoeten. Nuttige dingen verrichten. De mens wil dan ook het openbaar vervoer weer in. De mens wil consumeren. In de echte fysieke ruimte. De mens gaat dus weer de winkelstraat in. En gaat het restaurant en het café weer opzoeken. De mens is een sociaal dier. Hij wil de wereld verkennen. Dus ja: ook Amsterdam zal weer volstromen met toeristen over niet al te lange tijd. Of je dat nu leuk vindt of niet. Het gaat wél gebeuren.

Links en rechts

Sid Lukkassen – Het geheim van de klimaatpolitiek: Links verruilt het begrip solidariteit voor het begrip klimaat

Het politieke landschap was van oudsher opgedeeld in twee vakken: ‘links’ en ‘rechts’. Dit gaat terug op de Franse Revolutie – de politici die de koning steunden zaten dichtbij de koning, aan de rechterkant van de zaal. Zijn critici bevonden zich aan de linkerkant. Vandaag bestaan beide kampen nog steeds en is het landschap tussen ‘links’ en ‘rechts’ sterk gepolariseerd – om die reden werk ik aan een crowdfunding, die u hopelijk wil steunen. Mijn doel is om een boek te maken van inhoudelijke briefwisselingen met linkse denkers. Ik confronteer hen met analyses zoals nu volgt.

‘Het instinct van naastenliefde werd door links gepolitiseerd in de vorm van ‘solidariteit’ als slagzin’

Tot recent baseerde links zich op een christelijk-middeleeuws instinct van naastenliefde. Dit wil zeggen, een gezamenlijke spaarpot opbouwen waarmee je solidair wat voor de ander kunt opbrengen. Dit wortelde in een instinct dat groeide door eeuwenlang in betrekkelijk kleine en overzichtelijke gemeenschappen samen te leven, waar iedereen elkaar kende. Denk aan de middeleeuwse gilden die voor iemands gezin zorgden als de kostwinner stierf.

Dit instinct van naastenliefde werd door links gepolitiseerd in de vorm van ‘solidariteit’ als slagzin. We zitten dan middenin de Franse Revolutie en de grote arbeidersopstanden in de eeuwen daarna. Het thema solidariteit gaf links het perfecte alibi om aan herverdeling te doen en verschafte hen een concentratie van economische en politieke macht. Het thema bereikte haar hoogtepunt in de marxistische slagzin: “Arbeiders aller landen, verenigt u!

Maar die overzichtelijke gemeenschappen zijn inmiddels verdwenen en daarmee is dat diepere instinct – het onderliggende aan solidariteit als politieke boodschap – krachteloos geworden.

Mensen zijn mobieler en denken meer aan hun eigen belangen. In die zin is de maatschappij liberaler geworden en minder socialistisch. Oude banden begonnen te knellen en zijn grotendeels verruild voor gecompartimentaliseerde relaties.

(Als ik spreek over een ‘meer liberale maatschappij’ dan laat ik de omvang van de overheid binnen het Bruto Nationaal Product buiten beschouwing. Immers, de bureaucratie heeft een belang in continuïteit om de eigen positie veilig te stellen zelfs als men niet meer gelooft in de collectivistische filosofie die dit administratieve bouwwerk draagt.)

Bovendien vergt solidariteit culturele identificatie oftewel een “nationaal wij gevoel” (dat noemen we ook wel een Leitkultur). Die culturele cohesie heeft links zelf mede gesloopt. Denk aan de achtenzestig-revolutie en de massa-immigratie. De achtenzestigers hebben het verbindende cultuurhistorische erfgoed afgedaan als ‘autoritair-koloniale geschiedenis van de witte cisman’ en de massa-immigratie schiep versnipperde patronen van diverse cultuurenclaves binnen één stad.

‘Links verruilt het begrip solidariteit voor het begrip klimaat’

Wouter Bos (PvdA) en de linkse journalist Joris Luyendijk hebben dit laatste onderschreven. “Solidariteit wortelt nu eenmaal in welbegrepen eigenbelang, en kan alleen gestalte krijgen door anderen daarvan uit te sluiten. Bos: ‘Insluiting en uitsluiting horen bij elkaar. Wie met iedereen solidair is, is uiteindelijk met niemand solidair’.” Luyendijk onderstreept in zijn voorwoord in Panama Papers (2016) dat het postmoderne streven om nationale identiteit en culturele trots te deconstrueren, afbreuk doet aan de bereidheid om te betalen voor links sociaal beleid. “Solidariteit gaat terug op een nationaal wij-gevoel en daar is links juist allergisch voor.”

In een tijdperk waar de burger mobieler is, gemakkelijker dan ooit oude banden doorsnijdt en nieuwe relaties aanknoopt, moest links iets nieuws verzinnen. Een beroep op solidariteit ligt gevoelig als de burger zich niet identificeert met de persoon waarvoor hij moet betalen, omdat de culturen binnen één land uiteen zijn gedreven.

Daarom verruilt links het begrip solidariteit voor het begrip klimaat. Als je wil belasten en wil herverdelen, dan moet je de meer egoïstisch geworden stemmer, er van doordringen dat die politieke machtsconcentratie – dus de macht om klimaatverandering te bestrijden – in diens eigen belang is.

Geconfronteerd met machtige bedrijven die overheden chanteren om maar zo te verhuizen en honderden banen mee te nemen – die met hun lobbyisten en juristen keer op keer belastingenwetten in hun voordeel weten om te buigen of anders de belastingen ontwijken – komt de politiek buiten spel te staan. Beleidsmakers verloren hun greep op de grote kapitaalstromen; de klimaatpolitiek is echter hét perfecte alibi om nieuwe heffingen in te voeren en nieuwe geldstromen richting de overheid in het leven te roepen. Met dit geld kunnen weer nieuwe verkiezingsbeloften worden gedaan en zo houden politici zichzelf relevant voor kiezers.

‘Zelfs objectieve wetenschap is deel van een machtsstructuur’

Dit biedt een perverse prikkel om de naderende klimaatramp zo apocalyptisch mogelijk af te schilderen – weerman Gerrit Hiemstra pleit zelfs voor een CO2 uitstoot van nul. Wie dit letterlijk opvat, zou zelfs niet mogelijk ademen. Ongetwijfeld heeft de mens invloed op het klimaat, maar de vraag is in hoeverre er andere factoren worden meegenomen, zoals de stand van de zon, ik noem maar wat. Want door de menselijke factoren te benadrukken houdt het onderzoeksveld zichzelf relevant voor de politiek, en blijft zo verzekerd van een bestaan.

Dit laatste doet op zichzelf niets af aan de wetenschap achter klimaatbeleid – ik wil alleen laten zien dat zelfs objectieve wetenschap deel is van een machtsstructuur. Mocht immers blijken dat de stand van de zon een grotere invloed heeft op het klimaat dan de uitstoot van CO2, dan is er voor de mens weinig aan te helpen. Het onderwerp zal haar relevantie voor de politiek verliezen en de subsidiestromen zullen wegvloeien naar onderwerpen als neem nu Kunstmatige Intelligentie, die ook politiek prangend zijn. In een tijd waar academici meer tijd kwijt zijn aan het voorbereiden van subsidieaanvragen dan aan onderwijs, is dit voor klimaatwetenschappers geen fijn vooruitzicht – ze zullen erop gebrand zijn om hun posities te behouden.

Los van de inhoudelijke wetenschap achter klimaat en klimaatbeleid is er hoe dan ook een wisselwerking van geld, macht, exposure en het primen van de maatschappelijke agenda. Prof. Jorg Meuthen wees erop dat, door veel aandacht te geven aan het activisme van Greta Thunberg, de media het maatschappelijk debat kunnen klaarmaken voor linkse beleidsvoorstellen. En ook nog op zo’n wijze dat andere partijen niet kunnen klagen dat Groen wordt bevooroordeeld met zendtijd. Aandacht voor Thunberg en haar klimaatmarsen wordt immers geteld als verslaggeving over een maatschappelijke beweging en niet als afgekaderde zendtijd voor politieke partijen.

Ook zijn er de vele multinationals die vroeger voor links de klassenvijand waren – zij hebben een slecht imago, zowel qua arbeidersrechten als qua milieuvervuiling. De klimaatpaniek biedt hen kansen om hun imago te greenwashen en hier via overheidssubsidies zelfs aan te verdienen.

‘De nieuwe fixatie op klimaat is een politieke methodologie om te kunnen blijven herverdelen in een wereld zonder solidariteit’

Het verhaal over klimaatvluchtelingen, ten slotte, markeert de transitie van oud links –‘internationale solidariteit’ – naar het nieuwe verhaal. ‘Oud links’ wil nog opkomen voor de verdrukten in arme landen, maar door ook deze kwetsbaarheid aan klimaat te verbinden worden zij ‘genudged’ om stapsgewijs het klimaatparadigma te betreden.

Overigens snap ik niet dat een partij als de SP hieraan meewerkt – het betekent immers dat hun eigen verhaal aan kracht verliest ten opzichte van trendsetter GroenLinks. Maar goed, de partij loopt achter haar activisten aan, en haar activisten volgen de linkse media. Nu ben ik niet bijzonder rouwig om de voortschrijdende teloorgang van de SP; vanuit mijn objectieve denken ben ik het toch aan hen verplicht die observatie te verwoorden.

Conclusie: de nieuwe fixatie op klimaat is een politieke methodologie om te kunnen blijven herverdelen in een wereld zonder solidariteit.

Inleiding

Deze site bevat informatie over de demografische effecten van immigratie naar Nederland. Daarnaast wordt ook informatie gegeven over de kosten en baten van immigratie. 
 
Deze informatie is gebaseerd op een computermodel waarmee vier scenario's zijn doorgerekend. Deze scenario's zijn bedoeld om een beeld te geven wat het beleid van politieke partijen betekent voor de bevolkingsontwikkeling en de kosten van immigratie. 


 

 

 

Waarom deze site

Deze website komt voort uit de wens om inzicht te krijgen in de demografische gevolgen van immigratie en om die inzichten te delen met geïnteresseerden. De naam van de site verwijst daar ook naar; het gaat om de democratisering van demografische kennis in Nederland. Vandaar de naam demo-demo.nl.

Feitelijk komt mijn motivatie om deze site te beginnen voort uit vier bronnen: nieuwsgierigheid, ergernis, bezorgdheid en verantwoordelijkheid.

Nieuwsgierigheid

De nieuwsgierigheid wordt gevoed uit mijn interesse in het onderwerp immigratie. Ik was altijd al geïnteresseerd in verschillende culturen en heb vroeger ook veel gereisd, onder andere in Afrika, Azië en de voormalige Sovjet Unie. Vanuit die interesse heb ik na mijn studie wiskunde en informatica aan de Universiteit Utrecht culturele antropologie gestudeerd aan de UvA. Daarna ben ik aan diezelfde universiteit gepromoveerd op het onderwerp migratie. Mijn proefschrift ging over de kennis die economen in de loop der tijd hebben geproduceerd over de economische gevolgen van immigratie naar Nederland en ook over de vraag of die kennis wel geproduceerd mocht worden. Ik ben dus oprecht geïnteresseerd in de effecten van immigratie op de ontvangende samenleving. Daarnaast heb ik ook wel een voorliefde voor de cijfertjes achter de verschijnselen en voor het schrijven van computerprogramma's.

Ergernis

Wie op zoek gaat naar goede informatie over immigratie vindt niet altijd wat hij of zij zoekt. Daar begint de ergernis. Wie bijvoorbeeld wil weten wat een bepaalde mate van immigratie doet met de etnische samenstelling van de bevolking of het percentage moslims in Nederland, komt al snel uit bij gezaghebbende instituten als het NIDI en het CBS. Op zich zijn die uiteraard beter toegerust dan ik om een demografisch model te ontwikkelen, maar de informatie die ze produceren bevredigt niet altijd. 

Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat het CBS de derde generatie allochtonen automatisch tot de autochtonen rekent, ongeacht of zij zich Nederlander voelen of willen zijn. Anders gezegd: de mate en het moment van assimilatie (opgevat als zelfidentificatie met Nederland) staan bij voorbaat vast. Dat is niet realistisch. Wat ook ontbreekt zijn toegankelijke scenario's om bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal niet-westerse immigranten of het aantal islamieten in Nederland te relateren aan een bepaalde mate van (asiel)migratie of aan een bepaalde mate van secularisatie of assimilatie. 

Ook bestond er geen middel om de kosten en baten van het migratiebeleid door te rekenen. Dat is onbegrijpelijk in een land waar alle verkiezingsprogramma's door het CPB worden doorgerekend. En tevens onverantwoord, want de impact van immigratie op het overheidsbudget is groot. 

Daarom besloot ik zelf een demografisch model te bouwen en een computerprogramma te schrijven, waarmee ik de demografische en economische effecten van beleidsscenario's door kon rekenen.

Bezorgdheid

Een belangrijke motivatie om al die moeite te doen is bezorgdheid. Ik voel me Europeaan en westerling en tot op zekere hoogte ook wereldburger. Maar ik identificeer me toch in de eerste plaats met Nederland. En ik denk dat teveel immigratie op de manier zoals die nu plaatsvindt niet goed is voor Nederland. 

De immigratie van teveel kansarme niet-westerse immigranten vormt een bedreiging van onze welvaart, onze welvaartsstaat en de sociale vrede. Het kernpunt is dat we door onze uitgebreide welvaartsstaat niet in staat zijn om grote aantallen immigranten van gemiddeld of laag scholingsniveau te absorberen. Veel te veel mensen komen in laaggeschoolde banen of een uitkering terecht. Dat kost grote sommen geld, omdat ook de meeste werkende immigranten over hun hele verblijfsduur netto-ontvangers van de welvaartsstaat zijn. Door structurele onderliggende oorzaken (outsourcing, robotisering, automatisering, enzovoort) is het vrijwel onmogelijk om daar beleidsmatig iets aan te doen middels banenplannen en dergelijke. 

Nu nog zijn we in staat om de latente etnische en religieuze tegenstellingen af te kopen met verzorgingsstaatarrangementen. Maar juist doordat immigratie ontzettend veel geld kost is die verzorgingsstaat op termijn niet houdbaar, als er in de toekomst sprake is van een structureel hoog niveau van ongeselecteerde immigratie. Als het huidige beleid van nauwelijks selectieve massa-immigratie wordt voortgezet, dan zullen er economische tegenstellingen - die langs etnische en religieuze breuklijnen lopen - aan de oppervlakte komen met alle gevolgen van dien. 

Daarnaast vormt een te grote immigratie van mensen die zich niet of nauwelijks identificeren met Nederland - en met de Nederlandse normen en waarden - een bedreiging voor de instandhouding van de Nederlandse samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor de immigratie van orthodoxe moslims. Orthodoxe moslims hebben veelal een waardesysteem dat op cruciale onderdelen conflicteert met het westerse waardesysteem dat in Nederland domineert. Het gaat dan om een aantal in het oog springende punten als de gelijkheid van man en vrouw. Maar onderliggend gaat het zaken die zo mogelijk nog wezenlijker zijn. Een voorbeeld is het feit dat in het Westen religie bijna helemaal is teruggedrongen naar het privédomein. Uit onderzoek van onder andere de socioloog Ruud Koopmans is gebleken dat dit haaks staat op de visie van een groot deel van de orthodoxe moslims, die vinden dat hun religieuze wetten (de sharia) boven de wetten van Nederland staan. 

Bij kleine aantallen immigranten hoeft het niet direct een probleem te zijn dat immigranten een conflicterend waardesysteem hebben. Maar bij massale immigratie kan het leiden tot een strijd om de dominantie van het ene dan wel het andere waardesysteem. Veel progressieve mensen gaan er van uit dat culturele diversiteit altijd op voorhand goed is, een doel dat nastrevenswaardig is en tot op zekere hoogte is diversiteit uiteraard wenselijk. Maar als die diversiteit leidt tot allerlei disfunctionele conflicten in de samenleving en het democratische proces gaat frustreren, dan ligt het tegendeel meer voor de hand. 

Laten we ook niet onderschatten dat de massa-immigratie geleidelijk het waardesysteem van een samenleving verschuift. Het waardesysteem vormt een onderdeel van wat de antropoloog Marvin Harris aanduidt als de superstructure van de cultuur. Die superstructure is mede bepalend voor de wijze waarop culturen basale zaken als economische productie en menselijke reproductie organiseren. Dus een ander wereldbeeld en een ander systeem van normen en waarden kan uiteindelijk ook leiden tot een andere samenleving.

Verder is massale immigratie een potentieel probleem als veel immigranten zich niet met het ontvangende land identificeren. Symbolisch op dit punt waren de demonstraties en het vlagvertoon van Erdogan-aanhangers op de Erasmusbrug in Rotterdam na de mislukte Turkse coup. Deze mensen bevestigden wat al langer blijkt uit onderzoek van de SCP: een groot deel van de immigranten van Turkse herkomst (en ook een aantal andere groepen) identificeert zich nauwelijks met Nederland en veel meer met het land van herkomst. 

Als er steeds meer immigranten komen die zich niet of nauwelijks met Nederland identificeren, dan is dat in potentie een probleem. Want Nederland is er niet zomaar. Nederland bestaat bij de gratie van het feit dat er voldoende mensen zijn die zich met Nederland identificeren. Dat al die mensen heel verschillend zijn, maar toch ook tot op zekere hoogte gedeelde waarden en normen hebben. En dat de meeste van die mensen op de een of andere manier een inspanning leveren om Nederland - dit welvarende, vrije en vredige land - steeds weer opnieuw vorm te geven en in stand te houden. Die reproductieve capaciteit komt in gevaar door te veel immigratie.

Tot slot dit. Veel progressieven verdedigen graag de rechten van minderheden - zoals de oorspronkelijke, inheemse bevolking (indigenous population) van Amerika - op de beleving en het behoud van hun eigen taal en cultuur. Maar met datzelfde argument kan men argumenteren dat ook de indigenous population van Nederland recht heeft op de beleving en het behoud van de eigen taal en cultuur. De enige plaats waar die Nederlandse indigenous population de eigen taal en cultuur kan beleven is Nederland. Nergens anders kunnen zij heen om die beleving te hebben. Dus als de Nederlandse indigenous population dat recht op behoud van taal en cultuur heeft, dan heeft zij ook het recht om zich te vrijwaren van al te abrupte of ingrijpende veranderingen van die taal en cultuur door massale immigratie. Dit is iets waar veel Nederlanders - waaronder ik - zich terecht zorgen over maken.

Verantwoordelijkheid

Het mag duidelijk zijn dat ik de huidigeimmigratie onverantwoord vind. Het stoort me dan ook dat er behoorlijk veel mensen zijn - met name hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen aan de linkerzijde van het politieke spectrum - die de massale immigratie van de afgelopen decennia een mooie zaak lijken te vinden. Een voorbeeld vormt het VN-vluchtelingenverdrag. Ik denk dat dat verdrag totaal niet houdbaar is, maar nogal wat progressieven en christenen vinden dat wij altijd onderdak moeten bieden aan verdragsvluchtelingen, hoeveel het er ook zijn. Impliciet zeggen die mensen dat Nederland via het VN-vluchtelingenverdrag de mensenrechten van 7 miljard wereldburgers (en aan het eind van de eeuw 11 miljard) moet garanderen. In de praktijk gaat het in het asielherkomstgebied (ruwweg West-Azië, Afrika en enkele Europese landen) op dit moment om ongeveer 2 miljard mensen en aan het eind van de eeuw om ongeveer 6 miljard mensen. De meeste asielzoekers komen terecht in een dozijn Europese landen die samen ongeveer 400 miljoen inwoners tellen. Dat is totaal uit verhouding. Ik vind dat gevaarlijk en naïef omdat de massale migratie die daarvan het gevolg kan zijn simpelweg verwoestend uit kan pakken voor het Nederland zoals we dat nu kennen. 

Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om middels deze site zo goed mogelijk inzicht te geven in de economische en demografische gevolgen van de massa-immigratie, juist omdat overheidsinstituten als het SCP, CBS en CPB hier de zaak op onderdelen laten liggen. Die leemte probeer ik op te vullen met deze eerste poging om alle beschikbare informatie zo goed mogelijk in één model onder te brengen. Hopelijk pakken genoemde overheidsinstituten dit initiatief op en produceren zij eindelijk een betrouwbaar model waarmee systematisch alle beleidsvoornemens en verkiezingsprogramma's inzake immigratie op economische en demografische effecten kunnen worden doorgerekend. Dat zou een goede zaak zijn, want die instituten zijn met al hun menskracht, expertise en middelen ongetwijfeld beter geoutilleerd voor deze taak dan ik.

Stemwijzer

Deze site is ook te gebruiken als een soort 'stemwijzer' op het onderdeel migratie. Er zijn vier scenario's ontwikkeld die inzicht geven in het effect van verschillende typen immigratiebeleid, begrensdmainstreamruimhartig en onbegrensd:

  • Ter rechterzijde van het politieke spectrum zijn er partijen zoals de PVV en Forum voor Democratie die de immigratie verregaand willen terugdringen. De effecten van een dergelijk beleid worden verbeeld door het scenario begrensd.

  • In het midden bevinden zich politieke partijen als de VVD die de status quo willen handhaven. De effecten van dergelijke beleid worden weergegeven in het scenario mainstream.

  • Ter linkerzijde zijn er partijen als GroenLinks en D66 die graag spreken over een ruimhartig toelatingsbeleid en het feit dat elke echte vluchteling altijd welkom moet zijn in Nederland. Voor deze partijen zijn de scenario's ruimhartig en onbegrensd ontwikkeld.

In het laatste geval is er gekozen voor twee scenario's omdat deze partijen in principe een onbegrensd beleid voorstaan waarbij het aanbod van asielzoekers de instroom bepaalt en elke uitkomst in principe mogelijk is. Met de twee scenario's worden de effecten bekeken van twee ordes van grootte van asielinstroom.

Historisch perspectief

Om de figuren elders op deze site in perspectief te plaatsen het volgende historisch voorbeeld van het mogelijk verloop van bevolkingsontwikkeling door immigratie. Volgens de CPB-publicatie Immigratie in Nederland: economische gevolgen uit 2000 waren er begin jaren zeventig 55 duizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders in Nederland en 20 duizend gezinsleden, in totaal 75 duizend personen. Inmiddels is deze groep meer dan vertienvoudigd tot 817 duizend personen (inclusief 33 duizend personen van de derde generatie).

 

 

 

In ontwikkeling

Deze site is uit bovenstaande motieven ontstaan. Echter, dit project is van dermate omvang en complexiteit dat het eigenlijk te veel is voor één persoon. Gelukkig heb ik meerdere deskundige mensen kunnen consulteren, waaronder Hans Roodenburg, voormalig hoofdonderzoeker van het CPB (waarvoor dank!). Ik heb naar eer en geweten, en met alle kennis en kunde die ik heb, een poging gedaan om tot een toekomstverkenning te komen. Het model en daarmee de site zijn in ontwikkeling.

Ik hoop twee dingen te bereiken. In de eerste plaats dat de gevestigde instituten een permanent lopende tool ontwikkelen om de economische en demografische effecten van het migratiebeleid (of het ontbreken daarvan) door te rekenen. Daarnaast hoop ik dat geïnteresseerden via het contactformulier komen met aanvullingen of mij wijzen op eventuele hiaten en of fouten. Eventuele wijzigingen zal ik bijhouden in een versiebeheer. 

Dr. Jan H. van de Beek

© 2017 Jan H. van de Beek