Nederlaag van het Westen

Maar de huidige dreiging is niet alleen intellectueel. De opkomst van IS met zijn tienduizenden strijders, ook in het Westen gerekruteerd, toonde dat de bereidheid om onzegbaar geweld te plegen groot is, ook onder onze schooljeugd. De overwinning van de Taliban in Afghanistan is een ongekende nederlaag in de strijd tegen terrorisme, waarbij het Westen zich in een afhankelijkheidspositie van geweldplegers heeft gemanoeuvreerd. Toen de Taliban door de VS weggejaagd werden, steeg het aandeel van meisjes in scholen van 0% naar 88%, daalde de kindersterfte met 50% en werden gedwongen huwelijken illegaal. Deze vooruitgang is in één klap tenietgedaan. Gesterkt door deze zege van de politieke islam dreigt Al-Qaeda met nieuwe aanslagen in het Westen. Het gaat maar door.

De wereld is nu instabieler dan in 2001. Toen had het Westen nog de illusie een democratisch model te kunnen exporteren. Nu kan het Westen zijn liberale democratie zelfs thuis niet meer verdedigen. Zowel in de VS als in Europa pakt de antidemocratische dreiging van fanatiek religieuze en nationalistische conservatieven en links- en rechts-extremisten met hun eigentijdse fascisme destructief uit. Dat gevaar komt bovenop het moslimterrorisme. In 2001 was er sprake van de ’botsing der beschavingen’. Nu zijn er gevaarlijke botsingen binnen de Westerse beschaving bijgekomen. Sterker dan ooit moet de liberale democratie verdedigd worden.

aldus Nausicaa Marbe

Onze bureaucratie des doods treft Kabul

De afgelopen weken, getekend door de Afghaanse tragedie en de eeuwig stagnerende formatie, werd weer duidelijk hoeveel beroerd leiderschap kapotmaakt. Het beloofde ’nieuwe leiderschap’ van Kaag en het demissionaire leiderschap van Rutte blijken een toxische combinatie die voor politieke verlamming zorgt. Middenin een binnenlandse én een buitenlandse crisis, gaat er zowat alles mis wat er mis kan gaan. Van Den Haag tot Kabul.

De Hollandse formatiecrisis en de evacuatiecrisis in Afghanistan zijn wat ernst en levensgevaar voor burgers betreft niet te vergelijken. Wachten op een formatie die niet van de grond komt, is een klein euvel in vergelijking met vrezen voor je leven in het emiraat van de Taliban. Maar het antwoord van de Nederlandse regering op de Afghaanse catastrofe toont dezelfde laksheid, onwil, onkunde en hetzelfde amateurisme waarmee het kabinet ook thuis brokken maakt. Dezelfde afstand tot de burgers, zien we. Dezelfde gratuite teksten en geacteerde sentimenten waarmee ministers hun posities trachten te redden nadat er weer een ontluisterende affaire – iets waar ze ’geen actieve herinnering’ aan hebben – in hun gezicht ontploft. Wie thuis de boel niet op orde heeft, zal in het buitenland ook falen.

Wat zegt het debacle in Afghanistan over Sigrid Kaag die rond de verkiezingen pochte met opzienbarend nieuw leiderschap waar het land in een handomdraai van zou opknappen? Dat ze gebakken lucht verkoopt over zichzelf als topdiplomate die alles kan fiksen. Komt er een wereldcrisis waarin topdiplomatie en uitgebreide netwerken tot een snelle evacuatie van Nederlanders en Afghaanse medewerkers hadden kunnen leiden, geeft haar ministerie pas om vijf óver twaalf thuis. Het ambassadepersoneel smeert hem als een dief in de nacht, visa voor Afghaanse tolken zijn niet geregeld, er zijn niet eens namenlijsten van mensen die Nederland moet beschermen opgesteld, laat staan evacuatieplannen.

Netwerken van Kaag

Het waren niet de netwerken van Kaag, maar die van gewone burgers die via diverse belangenorganisaties bij Afghanistan betrokken zijn, die ervoor zorgden dat Afghanen die voor Nederland gewerkt hebben documenten verzamelden en zich bij diplomaten meldden. Daar kregen ze te horen dat de papieren van hun kinderen niet in orde waren of dat hun achttienjarige kind niet mee mocht. Terwijl ze levensgevaar liepen, hun dochters en zonen vermoord dreigden te worden door de Taliban, werden ze door Kaags diplomaten getrakteerd op botte Hollandse regelzucht, in dit geval een bureaucratie des doods. Hartverscheurend, weerzinwekkend, onvergeeflijk.

Familiedrama’s

En waarom ging het zo beroerd en inhumaan, in een helse haast die familiedrama’s oplevert en mensenlevens kost? Waarom manoeuvreerde Kaag haar ambtenaren in de positie dat ze hun werk met Schindler’s list vergelijken? Omdat de ministers hebben liggen slapen. Omdat Kaag, Bijleveld van Defensie en tenslotte eindverantwoordelijke Rutte nalieten om tijdig een inventarisatie en evacuatie te organiseren, terwijl de zege van de Taliban al lang voorspeld en waarneembaar was. Een Kamermotie die al in de lente om de evacuatie van tolken vroeg is niet uitgevoerd.

Toen Kabul viel, zat Bijleveld in de bioscoop filmrecensies te twitteren, was Broekers-Knol (asiel en migratie) bezig kinderen van hun ouders te scheiden en dineerde Kaag met Peppi Ploumen en Kokki Klaver, het improvisatie-duo dat haar ’opzet voor een aanzet voor een mogelijk regeerakkoord’ rood moet kleuren. De laatste gang serveerde Kaag aan het volk met de mededeling dat wie de val van Kabul zag aankomen, de Nobelprijs verdient. Je reinste onbeschoftheid. Even hautain siste ze een journalist die vroeg waarom de formatie een fiasco is, toe: „Oef, u vraagt naar een universitaire studie, denk ik.” Nou nou, zo complex is de materie niet. Overgewaardeerde, incompetente politica met geslaagde campagne blijkt in de formatie een kat in de zak – die spreekbeurt kan elk kind houden.

Honderden in levensgevaar laat Nederland in Afghanistan achter (’akelig’, aldus Bijleveld), nu de evacuatie afgeblazen is en er terreuraanslagen gepleegd worden bij het vliegveld. Het laatste Nederlandse vliegtuig met diplomaten aan boord is weg, ook de Amerikanen poetsen de plaat. Na hen de klopjachten en moordpartijen van de Taliban. ’Wat een ongekende schande. Er wacht een bikkelharde evaluatie’, twittert Liliane Ploumen terwijl ze aanschuift bij de farceformatie van de verantwoordelijken voor de ongekende schande. Eigenbelang eerst. Als de achtergeblevenen iets overkomt, heeft dat politieke consequenties, gonst het in Den Haag. Machteloos wensdenken.

Oude machthebbers

Niets heeft consequenties meer, de val van het kabinet heeft die ook niet gehad. We leven in een apolitiek vacuüm, zonder zicht op een regering. In plaats van een formatie vindt er mistig gekonkel plaats van oude machthebbers die niets voor elkaar krijgen. Maar ze zijn onaantastbaar. Niemand kan ze wegsturen, zolang ze geen regering vormen. Het demissionair kabinet trakteert zichzelf op nieuwe ministers en er is geen instantie die ingrijpt tegen deze erosie van de democratie. Een ’bikkelharde evaluatie’? Rollende demissionaire ministerkoppen blijven in de formatie. Rutte en Kaag werken vooral aan de consolidering van hun posities. Hopelijk zullen ze ook daarin eindelijk falen. Wie in het buitenland met mensenlevens stunt, verdient geen mandaat om thuis te regeren.

Nausicaa Marbe

Bart de Wever

Ik heb het idee dat men in Europa niet wakker wil worden over de drugsbusiness en dat men het probleem niet ziet. „Er zijn ook zo ontzettend veel recreatieve gebruikers, en die willen niet geconfronteerd worden met wat er achter hun gebruik ligt. Zij willen niet uit hun romantische drugsbeeld wakker geschud worden. Zij vinden het heel naar om te horen: ‘Er plakt bloed aan het lijntje dat door uw neus gaat.’ In de bronlanden van cocaïne vermoorden kartels tienduizenden mensen en is er slavenarbeid op de cocaplantages. Hier leidt de drugshandel tot heel veel onderling geweld. Mensen halen hun schouders erover op, tot iemand in de bovenwereld sterft, zoals Peter R. de Vries. „Ik denk ook dat meespeelt dat een deel van de mensen aan het einde van de rit legalisering van drugs wil. Dat zijn over het algemeen progressieven. Die hebben hele chique opinies waar zij zelf geen last van hebben, maar die aan de onderkant van de samenleving ravages veroorzaken: chique opinies over migratie en over drugs. Maar daarachter zit een enorme hypocrisie. Zij gaan soms zo ver dat zij het geweld niet meer aan de drugsmaffia toewijzen, maar aan de strijd tegen de drugsmaffia.”

Goede doelen

Goeden doelen spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel

31 maart 2021  Door INDIGNATIE REDACTIE

 

Nog levendig staat mij het verhaal van een deur-aan-deur verkoopster voor ogen. Zij verkocht kaarten voor goede doelen – of althans een deel van de opbrengst ging naar een goed doel. Wat ze er niet bij vertelde was dat het maar om enkele procenten ging. Het merendeel van de kaartverkoop ging naar het bedrijf. Oftewel eerst naar haar baas en de kaartenontwerpers, dan naar de verkopers, en het ‘goede doel’ was de sluitpost.

Afhankelijk van de Algemeen Plaatselijke Modelverordening van de gemeente, betreedt je met dergelijk werk al gauw schimmig terrein. Haar commentaar was als volgt: ‘Niks mis mee toch? Als ik de kopers voor een paar euro een goed gevoel bezorg.’

Intenties boven consequenties

En dat vat het hele eieren eten rond de goede doelen. Vaak gaat het om de intentie die eraan ten grondslag ligt – naar de doelmatigheid wordt dikwijls niet gekeken. Komt het geld in goede handen terecht? Concurreert het goede doel met initiatieven van de lokale bevolking, verdringt het plaatselijke initiatieven? Wat blijft er aan de bobo-strijkstok hangen? Zijn dit projecten die zichzelf kunnen bedruipen, of stort alles in zodra de geldinjectie stopt? Bij veel goede doelen komt weinig realisme kijken – het selling point van goede doelen is dikwijls intentiedenken: geven om jezelf goed te kunnen voelen of onder druk van morele chantage.

Ze spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel.

Goede doelen zijn vaak ook elitair. Terwijl juist iedereen zou moeten kunnen profiteren. Denk aan de jongeren die naar Bolivia gaan om straatkinderen te helpen, in plaats van een potje te dammen met hun bejaarde buurman die weduwnaar is. Bolivia staat natuurlijk beter op je CV – je moet maar net de connecties hebben om zo’n reis te kunnen ondernemen. En je moet vrijgesteld zijn. Als jouw ouders geen nanny kunnen betalen om je gehandicapte zus te verzorgen, kun je dus niet mee. Daarnaast zijn goede doelen qua profiel en imago dikwijls anti-patriottisch. Ze spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel.

Ontluisterende seksfeesten

Ontluisterend was het Kamerdebat over de seksfeestjes bij Oxfam Novib. ‘Medewerkers van de Britse tak van hulporganisatie Oxfam hebben na de verwoestende aardbeving op Haïti met Oxfam-geld seksfeestjes georganiseerd met, mogelijk ook minderjarige, prostituees.’ Het oordeel van Minister Kaag (D66) luidde als volgt: ‘Verwerpelijk en totaal onacceptabel.’ Ook Oxfam zelf reageerde met een brief aan BuZa waarin maatregelen werden opgesomd. De vraag dringt zich echter op waarom het nodig was om 111 miljoen euro (!) te doneren aan Haïti, terwijl er in Nederland velen onder de armoedegrens leven.

 

Lees ook:  ONGELIJKHEID Top 1% verantwoordelijk voor de dubbele koolstofuitstoot van de onderste helft: Oxfam

 

Kennelijk vonden sommigen dat alleen andere moslims mochten profiteren

Er zit een aspect in van de christelijke zelfverloochening. Mensen helpen die verder van je afstaan, is kennelijk moreel beter dan te doneren aan doelen die dichtbij staan, aan mensen met wie je je directer kunt identificeren. Hoe verder de geholpen persoon van je afstaat, hoe moreel ‘puurder’ de handeling is. Andersom wordt er niet altijd zo gedacht. Een man genaamd Mo organiseerde een kickbokstoernooi waarvan de opbrengsten naar arme mensen zouden gaan. Hij vertelde dat hij negatieve kritiek kreeg vanuit de moslimgemeenschap. Kennelijk vonden sommigen dat alleen andere moslims mochten profiteren van zijn initiatief, en niet zomaar willekeurige armen.

Het trieste levensverhaal van Isabel Robeson

Isabel Robeson onthulde na het schandaal van Oxfam Novib haar ervaringen met de sector op sociale media. Robesons ouders sleepten haar de wereld over om overal ‘aan de frontlinies’ humanitaire hulp te bieden. Maar, zo liet ze weten: ‘De sector zit vol narcisten’. Want waarom zou je het lijden opzoeken? Volgens haar trekt het lijden narcisten aan die zich ermee volzuigen als een spons, als bijna een vorm van spektakel.

Zij voegt daar aan toe dat hun leefstijl tot op bepaalde hoogte zelfs onnatuurlijk is. Voortdurend in het buitenland met zelden de kans om langdurig op een plek te blijven en ‘wortel te schieten’. Het masker, naar buiten toe, is: ‘kijk mij eens goed doen’, terwijl er in de privésfeer vaak een ander verhaal achter schuilt. Robesons moeder verborg haar eigen geestelijke problemen achter het smetteloze imago van de ontwikkelingswerker, terwijl ze haar kinderen mishandelde. Haar vader werkte voor de VN en was net zo.

 

Lees ook:  Moeten scholen vertrouwen op Ed Tech?

Wereldverbeteraars stelen de show met zielige verhalen over verdrinkende migranten

Velen in de sector laten ontwortelde en gefragmenteerde gezinnen achter – ‘een teruggekeerde ISIS-strijder zouden ze beter behandelen’, aldus Robeson. Wereldverbeteraars stelen de show met zielige verhalen over verdrinkende migranten en lobbyen voor een ruimhartiger migratiebeleid. Zij lezen anderen de les over wereldburgerschap en hoogstaande morele waarden, maar gaan zélf niet naast de teruggekeerde ISIS-strijder wonen. Tegelijkertijd onttrekken de meeste goede doelen zich aan alle gevolgen die de instroom van zulke mensen en hun culturen heeft op de oorspronkelijke inwoners van westerse landen.

Schaamteloze zelfverrijking

Toch is het kennelijk doodnormaal om te doneren aan dergelijke organisaties; op sociale media komen intussen dikwijls lijsten voorbij met alle goede doelen en daarachter de salarissen, van wat alle betrokken topfiguren verdienen. ‘100.510 euro is het gemiddelde jaarsalaris van een directeur van een goed doel op fulltimebasis.’ aldus deondernemer.nl. Ene Erik Schrijver lanceerde ook een lijst salarissen die viraal ging en later werd aangemerkt als hoax. Maar de teksten die het ‘lijstje van Erik’ moeten ontkrachten zijn bijna net zo pijnlijk als het lijstje zelf: ‘De directeur van het Rode Kruis ontvangt €135.000 en geen €198.000 (gegevens 2016). De directeur van de Hartstichting verdient geen €181.119 maar €144.445.’

 

Lees ook:  Armoede of ongelijkheid kan niemand wat schelen, toch?

Ondanks verontschuldigingen door de directeur kostte de seksrel Oxfam Novib destijds zo’n 700 leden in Nederland

En hoeveel geld gaat er niet op aan flitsende reclamespotjes waarin uitgemergelde Afrikaanse kindjes voorbij strompelen, vanuit de juiste hoek in beeld gebracht zodat ze nóg sterker vermagerd lijken? Hoeveel marketeers verdienen daar een dikke boterham mee? Ondanks verontschuldigingen door de directeur kostte de seksrel Oxfam Novib destijds zo’n 700 leden in Nederland – in meer algemene zin is het duidelijk dat de markt voor goede doelen nog moet worden opgevoed.

Conclusie: kies bewust!

Mensen kunnen beter een goed doel kiezen dat dichtbij staat, zodat je meer zicht en controle hebt op wat er met je geld gebeurt, en zodat je niet indirect een antiwesterse lobby steunt. De ‘goede doelen’ sector heeft er voor de eigen continuïteit immers een belang bij dat Europeanen zich schuldig voelen over de ellende in het buitenland: dan zijn zij immers medeverantwoordelijk voor een oplossing, en moeten dus de knip trekken. Stop deze waanzin, en kies vandaag nog een beter doel.

De brief van Nicki Pouw-Verweij

Mijn position paper voor het VWS overleg over Lockdown-maatregelen

11 augustus 2020

Ik ben uitgenodigd om deel te nemen aan een open tafel van het Ministerie van VWS met als onderwerp “effecten generieke lockdownmaatregelen”. We werden gevraag om een aantal van de gestelde vragen met maximaal 1200 woorden te beantwoorden. Dat zou dan ook bij de Kamerleden terecht komen. De NOS heeft vanmorgen al over alle stukken gepubliceerd. Daarom voel ik me  nu vrij om dat stuk hierbij in zijn geheel te openbaren.

 

Naam:   Drs. Maurice de Hond

Functie: Onafhankelijke Onderzoeker en publicist over Covid-19 op maurice.nl

Organisatie:  View/Ture bv     Datum : 4 augustus 2020

Onderwerp expert-tafel: Effecten generieke lockdown

 Wat is het perspectief van waaruit u kijkt (bijvoorbeeld, wetenschap, praktijkdeskundige, en welke achtergrond)?

Vanaf februari vanuit mijn specialisme sociale geografie en methoden en technieken van onderzoek heb ik eerst de verspreiding van het virus bestudeerd en vervolgens relevante studies gelezen en beschreven, plus de ontwikkelingen in veel landen op de voet gevolgd en de aldaar genomen maatregelen.

Wat zou u, met de kennis van nu, het kabinet adviseren om hetzelfde te doen dit najaar om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? Welke elementen op het gebied van generieke lockdownmaatregelen zijn wat u betreft waard om vast te houden, te herhalen of uit te bouwen en waarom? Wat zou u, met de kennis van nu, adviseren om – op het gebied van generieke lockdownmaatregelen anders, of nieuw te doen – om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? En waarom?

Het snel indammen is niet haalbaar, niet noodzakelijk en heeft -evenals de eerste keer- enorme gevolgen voor de economie, samenleving en ook volksgezondheid (voor wat betreft andere aandoeningen dan Covid-19).

Reactie op de rest van de twee vragen:

Het is nodig om uw vraag in een breder kader te plaatsen om vervolgens mijn antwoord beter te begrijpen.

Doordat de regering haar beleid vrijwel geheel heeft laten bepalen door het RIVM/OMT zijn bij de beleidskeuzes andere componenten dan het bestrijden van Covid-19 volledig op de achtergrond geraakt. Dat was nog te begrijpen toen rond 15 maart gedacht werd dat 3% eraan zou gaan sterven (zoals de WHO stelde). Maar twee weken later was al duidelijk dat dit cijfer in werkelijkheid veel lager zou liggen. Plus dat er steeds meer bekend werd over welke groepen de meest getroffen zouden worden en dus het meest beschermd diende te worden. Maar dat gebeurde juist niet, gezien het feit dat rond de 60% van de overlijdensgevallen uit zorginstellingen afkomstig waren.

Daarbij speelde het RIVM en leden van het OMT, die in de media kwamen, op meerdere manieren een dubieuze rol:

  • Terwijl er eigenlijk sinds eind februari steeds meer bekend werd over allerlei aspecten van de verspreiding van het virus en het verloop van de besmetting, lijkt het er zelfs tot en met vandaag op, dat ze deze deskundigen nog weinig hebben bijgeleerd. Dat heeft tot gevolg dat zij enerzijds te grofmazige maatregelen adviseren, maar ook een cruciale component bij de besmettingen, niet onderkennen en door die blinde vlek, bepaalde adviezen niet geven.
  • Bij het geven van die adviezen wordt op geen enkele manier rekening gehouden met de economische en maatschappelijke gevolgen. Goed voorbeeld: de WHO adviseert 1 meter afstand. Nederland koos 1,5 meter afstand. Het verschil tussen 1,5 en 1 meter afstand is zowel economisch als sociaal groot.

Besef dat Italië de 1 meter afstand als maatstaf neemt. En de afgelopen twee maanden is het aantal nieuwe gevallen daar stabiel laag. (Dat is mede door de mondkapjes in openbare besloten ruimtes, maar buiten houdt men zonder mondkapjes, die 1 meter aan).

  • Last but not least: de betrokkenen verschenen op vrijwel dagelijkse basis in de media en wat ze daarbij vooral deden was de angst, die rond half maart was ontstaan door de ontwikkelingen in Bergamo en de maatregelen die in de Europese landen werden genomen, te onderhouden of zelfs verder aan te wakkeren. Vaak niet op basis van harde feiten, maar juist op veronderstellingen of eigen meningen. Het maakte niet uit of er beter nieuws was, altijd moest er een waarschuwing volgen. Toen de mooie Hemelvaartsdag met miljoenen mensen buiten (en vaak ook hutjemutje) werd dat niet verwelkomd en conclusies uit getrokken dat buiten de teugels vrijer konden worden. Maar werd gezegd dat het geluk was of dat er niemand was, die besmet was. Met weer een waarschuwing.

Die waarschuwingen waren er gericht om de Nederlanders te voorschriften van de overheid te laten volgen, maar het heeft ook grote gevolgen gehad op het welbevinden van veel Nederlanders en van de weeromstuit ook op het economisch en sociaal gedrag.

Zelden of nooit werden door de betrokkenen goed nieuws gedeeld (zoals je kan niet besmet worden via voorwerpen of de kans dat je buiten besmet wordt is zeer, zeer klein).

Het negatieve effect van dit optreden van de deskundigen werd versterkt, omdat de bewindslieden en voorzitters van veiligheidsregio’s de mantra’s van die deskundigen -mag ik zeggen: kritiekloos- continu herhaalden.  Daardoor werd bij velen de angsten onderhouden.

En steeds weer het gevoel geven dat eigenlijk alleen die 1,5 meter afstand zou zorgen voor het niet worden besmet. Terwijl die afstand houden (zeker buiten) veel minder relevant is. En dat slecht geventileerde binnenruimtes de echte plekken waren waar veel mensen tegelijk het risico liepen besmet te worden en niet omdat ze daar de 1,5 meter niet aanhielden.

Maar omdat het RIVM en de OMT-leden onder de pretentie “wetenschappelijk bezig te zijn” die laatste risico’s vrijwel negeerden, zijn we niet voorbereid op de tweede golf van het najaar. Een tweede golf, waarvan de huidige ontwikkelingen hun schaduw al vooruitwerpen. (De meeste besmettingen vinden tijdens clusters plaats. Plus dat op basis van de publiciteit van 5 augustus via EenVandaag en De Volkskrant over de zorginstelling in Maassluis heel duidelijk is hoe groot het effect is van slechte ventilatie, maar misschien nog meer, hoe het RIVM er veel aan gedaan heeft om belangrijk onderzoek op dat vlak juist niet naar buiten te brengen).

(MdH, na het schrijven van dit blog kwam o.a. dit in het nieuws:)

 

 

 

Mijn advies is tweeledig:

1.

  • Volg niet blindelings meer het RIVM of OMT.
  • Accepteer niet dat leden van het OMT in de publiciteit meldingen doen over hun persoonlijke opvattingen. Die mogen ze uiten, maar dan mogen ze geen deel meer uitmaken van het OMT.
  • Zorg dat er een onafhankelijk instituut komt dat reëel de echte gevaren van de ontwikkelingen rondom het virus communiceert. Niet gericht op mensen bang te houden, maar om ze echt de mogelijkheid te bieden hun eigen risico’s in te schatten en daarnaar te handelen.
  • Weeg bij uw besluiten alle componenten mee die via maatregelen geraakt zouden kunnen worden. Dus ook de economische en sociale. En communiceer daar eerlijk over. Maar voedt de angst niet.

2.

  • Neem geen maatregelen meer, die voor het hele land tegelijk gelden. De echte gevaren verschillen fors per gebied.
  • Werk met een signaleringssysteem per gebied (groen, geel en rood). Maak duidelijk wat dat betekent voor de activiteiten in een gebied als de signalering een van die drie kleuren is.
  • Scheer niet alle openbare binnenruimtes over één kam. Daar waar goede ventilatie is mag meer dan waar dat niet is. (Ik heb daarvoor een Deltaplan Ventilatie voorgesteld). Zo is er ook een incentive om te zorgen dat de openbare binnenruimte wel Coronaproof wordt.
  • Stel geen restricties aan buitenruimtes.
  • Verlaag de 1,5 meter naar 1 meter.

In feite is dit een systeem waarbij goed gedrag beloond wordt in plaats van verkeerd gedrag afgestraft. En komt er ook een incentive voor de bewoners van een regio om te zorgen dat de regio groen wordt/blijft.

 

Over dit laatste heb ik dit artikel geschreven: https://www.maurice.nl/2020/07/23/naar-een-intelligent-mondkapjesbeleid/

Met deze tabel als kern.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier  

Tags: advies

Deel dit stuk

Inleiding

Deze site bevat informatie over de demografische effecten van immigratie naar Nederland. Daarnaast wordt ook informatie gegeven over de kosten en baten van immigratie. 
 
Deze informatie is gebaseerd op een computermodel waarmee vier scenario's zijn doorgerekend. Deze scenario's zijn bedoeld om een beeld te geven wat het beleid van politieke partijen betekent voor de bevolkingsontwikkeling en de kosten van immigratie. 


 

 

 

Waarom deze site

Deze website komt voort uit de wens om inzicht te krijgen in de demografische gevolgen van immigratie en om die inzichten te delen met geïnteresseerden. De naam van de site verwijst daar ook naar; het gaat om de democratisering van demografische kennis in Nederland. Vandaar de naam demo-demo.nl.

Feitelijk komt mijn motivatie om deze site te beginnen voort uit vier bronnen: nieuwsgierigheid, ergernis, bezorgdheid en verantwoordelijkheid.

Nieuwsgierigheid

De nieuwsgierigheid wordt gevoed uit mijn interesse in het onderwerp immigratie. Ik was altijd al geïnteresseerd in verschillende culturen en heb vroeger ook veel gereisd, onder andere in Afrika, Azië en de voormalige Sovjet Unie. Vanuit die interesse heb ik na mijn studie wiskunde en informatica aan de Universiteit Utrecht culturele antropologie gestudeerd aan de UvA. Daarna ben ik aan diezelfde universiteit gepromoveerd op het onderwerp migratie. Mijn proefschrift ging over de kennis die economen in de loop der tijd hebben geproduceerd over de economische gevolgen van immigratie naar Nederland en ook over de vraag of die kennis wel geproduceerd mocht worden. Ik ben dus oprecht geïnteresseerd in de effecten van immigratie op de ontvangende samenleving. Daarnaast heb ik ook wel een voorliefde voor de cijfertjes achter de verschijnselen en voor het schrijven van computerprogramma's.

Ergernis

Wie op zoek gaat naar goede informatie over immigratie vindt niet altijd wat hij of zij zoekt. Daar begint de ergernis. Wie bijvoorbeeld wil weten wat een bepaalde mate van immigratie doet met de etnische samenstelling van de bevolking of het percentage moslims in Nederland, komt al snel uit bij gezaghebbende instituten als het NIDI en het CBS. Op zich zijn die uiteraard beter toegerust dan ik om een demografisch model te ontwikkelen, maar de informatie die ze produceren bevredigt niet altijd. 

Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat het CBS de derde generatie allochtonen automatisch tot de autochtonen rekent, ongeacht of zij zich Nederlander voelen of willen zijn. Anders gezegd: de mate en het moment van assimilatie (opgevat als zelfidentificatie met Nederland) staan bij voorbaat vast. Dat is niet realistisch. Wat ook ontbreekt zijn toegankelijke scenario's om bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal niet-westerse immigranten of het aantal islamieten in Nederland te relateren aan een bepaalde mate van (asiel)migratie of aan een bepaalde mate van secularisatie of assimilatie. 

Ook bestond er geen middel om de kosten en baten van het migratiebeleid door te rekenen. Dat is onbegrijpelijk in een land waar alle verkiezingsprogramma's door het CPB worden doorgerekend. En tevens onverantwoord, want de impact van immigratie op het overheidsbudget is groot. 

Daarom besloot ik zelf een demografisch model te bouwen en een computerprogramma te schrijven, waarmee ik de demografische en economische effecten van beleidsscenario's door kon rekenen.

Bezorgdheid

Een belangrijke motivatie om al die moeite te doen is bezorgdheid. Ik voel me Europeaan en westerling en tot op zekere hoogte ook wereldburger. Maar ik identificeer me toch in de eerste plaats met Nederland. En ik denk dat teveel immigratie op de manier zoals die nu plaatsvindt niet goed is voor Nederland. 

De immigratie van teveel kansarme niet-westerse immigranten vormt een bedreiging van onze welvaart, onze welvaartsstaat en de sociale vrede. Het kernpunt is dat we door onze uitgebreide welvaartsstaat niet in staat zijn om grote aantallen immigranten van gemiddeld of laag scholingsniveau te absorberen. Veel te veel mensen komen in laaggeschoolde banen of een uitkering terecht. Dat kost grote sommen geld, omdat ook de meeste werkende immigranten over hun hele verblijfsduur netto-ontvangers van de welvaartsstaat zijn. Door structurele onderliggende oorzaken (outsourcing, robotisering, automatisering, enzovoort) is het vrijwel onmogelijk om daar beleidsmatig iets aan te doen middels banenplannen en dergelijke. 

Nu nog zijn we in staat om de latente etnische en religieuze tegenstellingen af te kopen met verzorgingsstaatarrangementen. Maar juist doordat immigratie ontzettend veel geld kost is die verzorgingsstaat op termijn niet houdbaar, als er in de toekomst sprake is van een structureel hoog niveau van ongeselecteerde immigratie. Als het huidige beleid van nauwelijks selectieve massa-immigratie wordt voortgezet, dan zullen er economische tegenstellingen - die langs etnische en religieuze breuklijnen lopen - aan de oppervlakte komen met alle gevolgen van dien. 

Daarnaast vormt een te grote immigratie van mensen die zich niet of nauwelijks identificeren met Nederland - en met de Nederlandse normen en waarden - een bedreiging voor de instandhouding van de Nederlandse samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor de immigratie van orthodoxe moslims. Orthodoxe moslims hebben veelal een waardesysteem dat op cruciale onderdelen conflicteert met het westerse waardesysteem dat in Nederland domineert. Het gaat dan om een aantal in het oog springende punten als de gelijkheid van man en vrouw. Maar onderliggend gaat het zaken die zo mogelijk nog wezenlijker zijn. Een voorbeeld is het feit dat in het Westen religie bijna helemaal is teruggedrongen naar het privédomein. Uit onderzoek van onder andere de socioloog Ruud Koopmans is gebleken dat dit haaks staat op de visie van een groot deel van de orthodoxe moslims, die vinden dat hun religieuze wetten (de sharia) boven de wetten van Nederland staan. 

Bij kleine aantallen immigranten hoeft het niet direct een probleem te zijn dat immigranten een conflicterend waardesysteem hebben. Maar bij massale immigratie kan het leiden tot een strijd om de dominantie van het ene dan wel het andere waardesysteem. Veel progressieve mensen gaan er van uit dat culturele diversiteit altijd op voorhand goed is, een doel dat nastrevenswaardig is en tot op zekere hoogte is diversiteit uiteraard wenselijk. Maar als die diversiteit leidt tot allerlei disfunctionele conflicten in de samenleving en het democratische proces gaat frustreren, dan ligt het tegendeel meer voor de hand. 

Laten we ook niet onderschatten dat de massa-immigratie geleidelijk het waardesysteem van een samenleving verschuift. Het waardesysteem vormt een onderdeel van wat de antropoloog Marvin Harris aanduidt als de superstructure van de cultuur. Die superstructure is mede bepalend voor de wijze waarop culturen basale zaken als economische productie en menselijke reproductie organiseren. Dus een ander wereldbeeld en een ander systeem van normen en waarden kan uiteindelijk ook leiden tot een andere samenleving.

Verder is massale immigratie een potentieel probleem als veel immigranten zich niet met het ontvangende land identificeren. Symbolisch op dit punt waren de demonstraties en het vlagvertoon van Erdogan-aanhangers op de Erasmusbrug in Rotterdam na de mislukte Turkse coup. Deze mensen bevestigden wat al langer blijkt uit onderzoek van de SCP: een groot deel van de immigranten van Turkse herkomst (en ook een aantal andere groepen) identificeert zich nauwelijks met Nederland en veel meer met het land van herkomst. 

Als er steeds meer immigranten komen die zich niet of nauwelijks met Nederland identificeren, dan is dat in potentie een probleem. Want Nederland is er niet zomaar. Nederland bestaat bij de gratie van het feit dat er voldoende mensen zijn die zich met Nederland identificeren. Dat al die mensen heel verschillend zijn, maar toch ook tot op zekere hoogte gedeelde waarden en normen hebben. En dat de meeste van die mensen op de een of andere manier een inspanning leveren om Nederland - dit welvarende, vrije en vredige land - steeds weer opnieuw vorm te geven en in stand te houden. Die reproductieve capaciteit komt in gevaar door te veel immigratie.

Tot slot dit. Veel progressieven verdedigen graag de rechten van minderheden - zoals de oorspronkelijke, inheemse bevolking (indigenous population) van Amerika - op de beleving en het behoud van hun eigen taal en cultuur. Maar met datzelfde argument kan men argumenteren dat ook de indigenous population van Nederland recht heeft op de beleving en het behoud van de eigen taal en cultuur. De enige plaats waar die Nederlandse indigenous population de eigen taal en cultuur kan beleven is Nederland. Nergens anders kunnen zij heen om die beleving te hebben. Dus als de Nederlandse indigenous population dat recht op behoud van taal en cultuur heeft, dan heeft zij ook het recht om zich te vrijwaren van al te abrupte of ingrijpende veranderingen van die taal en cultuur door massale immigratie. Dit is iets waar veel Nederlanders - waaronder ik - zich terecht zorgen over maken.

Verantwoordelijkheid

Het mag duidelijk zijn dat ik de huidigeimmigratie onverantwoord vind. Het stoort me dan ook dat er behoorlijk veel mensen zijn - met name hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen aan de linkerzijde van het politieke spectrum - die de massale immigratie van de afgelopen decennia een mooie zaak lijken te vinden. Een voorbeeld vormt het VN-vluchtelingenverdrag. Ik denk dat dat verdrag totaal niet houdbaar is, maar nogal wat progressieven en christenen vinden dat wij altijd onderdak moeten bieden aan verdragsvluchtelingen, hoeveel het er ook zijn. Impliciet zeggen die mensen dat Nederland via het VN-vluchtelingenverdrag de mensenrechten van 7 miljard wereldburgers (en aan het eind van de eeuw 11 miljard) moet garanderen. In de praktijk gaat het in het asielherkomstgebied (ruwweg West-Azië, Afrika en enkele Europese landen) op dit moment om ongeveer 2 miljard mensen en aan het eind van de eeuw om ongeveer 6 miljard mensen. De meeste asielzoekers komen terecht in een dozijn Europese landen die samen ongeveer 400 miljoen inwoners tellen. Dat is totaal uit verhouding. Ik vind dat gevaarlijk en naïef omdat de massale migratie die daarvan het gevolg kan zijn simpelweg verwoestend uit kan pakken voor het Nederland zoals we dat nu kennen. 

Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om middels deze site zo goed mogelijk inzicht te geven in de economische en demografische gevolgen van de massa-immigratie, juist omdat overheidsinstituten als het SCP, CBS en CPB hier de zaak op onderdelen laten liggen. Die leemte probeer ik op te vullen met deze eerste poging om alle beschikbare informatie zo goed mogelijk in één model onder te brengen. Hopelijk pakken genoemde overheidsinstituten dit initiatief op en produceren zij eindelijk een betrouwbaar model waarmee systematisch alle beleidsvoornemens en verkiezingsprogramma's inzake immigratie op economische en demografische effecten kunnen worden doorgerekend. Dat zou een goede zaak zijn, want die instituten zijn met al hun menskracht, expertise en middelen ongetwijfeld beter geoutilleerd voor deze taak dan ik.

Stemwijzer

Deze site is ook te gebruiken als een soort 'stemwijzer' op het onderdeel migratie. Er zijn vier scenario's ontwikkeld die inzicht geven in het effect van verschillende typen immigratiebeleid, begrensdmainstreamruimhartig en onbegrensd:

  • Ter rechterzijde van het politieke spectrum zijn er partijen zoals de PVV en Forum voor Democratie die de immigratie verregaand willen terugdringen. De effecten van een dergelijk beleid worden verbeeld door het scenario begrensd.

  • In het midden bevinden zich politieke partijen als de VVD die de status quo willen handhaven. De effecten van dergelijke beleid worden weergegeven in het scenario mainstream.

  • Ter linkerzijde zijn er partijen als GroenLinks en D66 die graag spreken over een ruimhartig toelatingsbeleid en het feit dat elke echte vluchteling altijd welkom moet zijn in Nederland. Voor deze partijen zijn de scenario's ruimhartig en onbegrensd ontwikkeld.

In het laatste geval is er gekozen voor twee scenario's omdat deze partijen in principe een onbegrensd beleid voorstaan waarbij het aanbod van asielzoekers de instroom bepaalt en elke uitkomst in principe mogelijk is. Met de twee scenario's worden de effecten bekeken van twee ordes van grootte van asielinstroom.

Historisch perspectief

Om de figuren elders op deze site in perspectief te plaatsen het volgende historisch voorbeeld van het mogelijk verloop van bevolkingsontwikkeling door immigratie. Volgens de CPB-publicatie Immigratie in Nederland: economische gevolgen uit 2000 waren er begin jaren zeventig 55 duizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders in Nederland en 20 duizend gezinsleden, in totaal 75 duizend personen. Inmiddels is deze groep meer dan vertienvoudigd tot 817 duizend personen (inclusief 33 duizend personen van de derde generatie).

 

 

 

In ontwikkeling

Deze site is uit bovenstaande motieven ontstaan. Echter, dit project is van dermate omvang en complexiteit dat het eigenlijk te veel is voor één persoon. Gelukkig heb ik meerdere deskundige mensen kunnen consulteren, waaronder Hans Roodenburg, voormalig hoofdonderzoeker van het CPB (waarvoor dank!). Ik heb naar eer en geweten, en met alle kennis en kunde die ik heb, een poging gedaan om tot een toekomstverkenning te komen. Het model en daarmee de site zijn in ontwikkeling.

Ik hoop twee dingen te bereiken. In de eerste plaats dat de gevestigde instituten een permanent lopende tool ontwikkelen om de economische en demografische effecten van het migratiebeleid (of het ontbreken daarvan) door te rekenen. Daarnaast hoop ik dat geïnteresseerden via het contactformulier komen met aanvullingen of mij wijzen op eventuele hiaten en of fouten. Eventuele wijzigingen zal ik bijhouden in een versiebeheer. 

Dr. Jan H. van de Beek

© 2017 Jan H. van de Beek