De hypocrisie van een politieke partij.

Juist over de politieke islam bleef Kaag oorverdovend stil

ERDAL BALCI 2 OKT 2018 MENING

Sigrid Kaag wil meer geluid horen. In de Abel Herzberglezing, die ze afgelopen zondag hield, maakte de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zich sterk voor meer solidariteit met de medemens en riep iedereen op om in dat opzicht minder stil te zijn. Ik schrijf dit stuk om haar een hart onder de riem te steken en de lezer in alle bescheidenheid te wijzen op een voorval waarbij het helemaal niet zo stil was en haar ministeriële oren de oorverdovende kreten hebben genegeerd.

Het is inderdaad erg stil. Om te beginnen bij haar eigen D66. De partij met diepe seculiere wortels stroomt de laatste jaren onder het mom van ‘religie is geen taboe meer bij D66’ als het meest verse water in de watergang. Eerder werd de PvdA al meegevoerd, en is inmiddels opgeslokt door het moeras van de door religie ingegeven politiek.

Er worden in gebedshuizen bijeenkomsten georganiseerd om te praten over hoe de verhouding tussen religie en liberalisme verbeterd kan worden. De sociaal-liberale partij van Hans van Mierlo die mensenrechten, individuele vrijheid en vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel had, is onder leiding van Alexander Pechtold getransformeerd naar een politieke beweging die rechtspopulisme en christelijke conservatisme bestrijdt, maar in alle talen zwijgt over de opkomst van het islamisme en over de postmoderne identiteitspolitiek.

Het nieuwe pragmatische credo is dat, ondanks de vele misstanden onder de minderheden, deze nieuwe Nederlanders tijd verdienen om uit zichzelf te emanciperen. In alle ‘stilte’ worden kinderen van witte scholen door D66-bestuurders op excursie naar moskeeën begeleid waar de kinderen voorgelicht worden over gebed, besnijdenis, hoofddoeken enzovoort.

Lyrische reacties uit eigen parochie

Gezien de lyrische reacties van de eigen parochie op de lezing van Kaag gaat zij de zwaar gehavende Pechtold opvolgen en wordt dit beleid door haar naar een hoger niveau getild. Kaag is het nieuwe boegbeeld van de linksliberalen. Als  politica lijkt ze niet alleen de ogen te sluiten voor de asymmetrie tussen de bevolkingsgroepen in onze steden, maar ook geen bewaar te hebben tegen de opkomst van de politieke islam in eigen land en in de rest van de wereld.

In haar lezing steekt zij de loftrompet over de Europese democratie waarin de universele waarden als het onafhankelijke recht en het vrije woord zodanig verankerd zijn. Daarbij laat ze doorschemeren dat angst voor de afbraak van onze democratie ongegrond is. Vanuit haar gemakkelijke fauteuil stelt zij de achterban gerust en is wederom stil over de meest prangende kwestie van onze tijd.

Je hoort haar niet over islamisten en hun obsessie voor politieke macht. En wat er met de positie van de vrouwen gebeurt als dat patriarchaat eenmaal die macht naar zich toe trekt. Immers, veel meer dan de christenen en de joden zijn de islamisten de vijand van het modernisme. Nog meer dan dat modernisme haten ze de vrouw die naar dat modernisme evolueert. Waar de andere religies het stadium hebben bereikt dat ze vrouwen slechts adviseren om goede huisvrouwen en goede moeders te zijn, houdt de islam de vrouw door middel van bindende, religieuze teksten binnenshuis en achter de sluier.

Stilte regeert

Om terug te komen op de veel besproken ‘stilte’ van Kaag, die was ook oorverdovend in alle islamitische gemeenschappen toen bekend werd dat IS vrouwen ontvoerde om ze als seksslaven aan de man te brengen. De verrichtingen van Boko Haram schokten de wereld en men leefde mee met de meiden die door de jihadisten eveneens ontvoerd en als seksslaven misbruikt werden. Een stem van grote verontwaardiging vanuit de islamitische landen heb ik tot nu toe niet gehoord. Want de moslims zijn in verwarring. De praktijken van IS en Boko Haram zijn zonder twijfel afschuwelijk, maar aan de andere kant betekent een stem van protest ook de veroordeling van de werkwijze van mannen die aan de basis stonden van de groei van hun geloof.

Stilte regeert dus ook in de islamitische kringen. Maar gelukkig niet altijd. Het onrecht en de onderdrukking maken dat dappere mensen zich met gevaar voor eigen leven verzetten tegen de despoten met de koran in de hand. Het staatsbezoek van Sigrid Kaag aan Iran, het land van de allereerste islamistische revolutie, was toevallig in een tijd waarin meisjes de knuppelslagen van de politie trotseerden om hun stemmen te laten horen voor gelijkheid tussen man en vrouw. De politie brak de benen en de armen van die meiden om ze het stilzwijgen op te leggen. Kaag, die niet van stilte houdt, sloot haar oren voor de kreten van die meisjes, deed een hoofddoek om bij de Ayatollahs en gaf op die manier legitimiteit aan hun regime.

Sindsdien is het weer stil in Iran. Die dappere meiden houden zich nu koest, in huis, op straat, in de gevangenis. Hun stilzwijgen weerklinkt het land waar minister Kaag een pleidooi heeft gehouden tegen de stilte. Hoort u hun kreten ook

Waarom het naoorlogse ideaal van antifascistisch humanisme is doorgeschoten

We moeten voorkomen dat we komen te vervallen in een racisme-manie

28-02-2018, 13:18 

‘U bent een racist, en jij bent een fascist!’ Wilde beschuldigingen van racisme en fascisme volgen elkaar snel op in het huidige politieke debat. Is er daadwerkelijk sprake van een fascistische opleving of is Nederland in de ban geraakt van een heuse racisme-manie? Een antwoord op deze vraag kan vanuit een historisch perspectief worden gevonden. Bovendien zal blijken dat dit niet zo’n onschuldige tendens is als het ogenschijnlijk lijkt.

Slingerbeweging

Wie goed naar het verleden kijkt kan daar in een historische heen-en weer beweging ontwaren, zoals die van een pendulum.  Het punt waarop de slingerbeweging begint is, zodra een combinatie van ideeën de juiste omstandigheid vindt, en een beweging in gang wordt gezet. Zo’n beweging verkrijgt momentum, en wordt dan overgenomen door een radicale stroomversnelling. De frustraties die dit uitlokt zetten vervolgens een krachtige tegenbeweging in gang. Deze reactie dringt de kracht van de eerste beweging terug, om dan zelf ook weer voorbij het nulpunt heen te slingeren. Dit kan vereenvoudigd worden uitgelegd aan de hand van het historische voorbeeld van de Franse revolutie.

Eind jaren tachtig van de 18e eeuw vinden de Verlichtingsidealen een vruchtbare voedingsbodem in Frankrijk. Daarop wordt een revolutionaire beweging in gang gezet. Waarna deze beweging versnelt, radicaliseert en eindigt in de apotheose van de Napoleontische bezetting van Europa. Dit lokte op haar beurt een tegenbeweging uit. Waarbij een coalitie van legers Napoleon terugdrongen. Na dit nulpunt in 1815 werden de idealen van de Franse revolutie teniet gedaan en een periode van ‘Restauratie‘ deed haar intrede. Voorts lokte dit ook weer een tegengestelde beweging uit.

Zo’n zelfde slingerbeweging is ook in het directe verleden en het heden waarneembaar. Dit biedt een verklaring voor de huidige veelvuldigheid van racisme-en fascisme beschuldigingen. Het heeft betrekking op het nazisme, de terugdringing daarvan en het voorbij slingeren daaraan. Uitmondend in Nederland in de moord op Pim Fortuyn.

Antifascistisch humanisme

Het beginpunt daarvan is in de negentiende eeuw wanneer een combinatie van etno-culturele ideeën over natievorming ingang vinden. Met name in het nog historisch gefragmenteerde Duitsland kwam een grote mate van eenheidsdrang op. Deze beweging kreeg haar momentum in 1871 met de vorming van Duitsland. En kort gezegd verkreeg haar radicale en raciale versnelling onder het 12-jarige nazi-project. Om vervolgens door een tegenbeweging, een coalitie van legers, te worden beëindigd. In mei 1945, na de Duitse overgave, was het nulpunt bereikt. Waarna een ontwaking uit de extreem raciale nazi-nachtmerrie plaatsvond.

 

 

De vraag hoe een geleerd land, met diepe culturele wortels de wereld in de afgrond heeft kunnen meetrekken stond daarbij centraal. De consensus van de Amerikaanse beleidsmakers was dan ook, ‘never again’. De historische pendulum stond op dat moment op het nulpunt. In Duitsland heette het dan ook ‘Stunde Null‘ en het zou de geboorte inluiden van een nieuw moreel kader. Net als het jaar nul de Christelijke moraal baarde. Zo werd uit die nazi-puinhopen een nieuw ideaal van het antifascistisch humanisme geconstrueerd.

Praten over Duitse identiteit werd vermeden

Om dat ideaal te verwezenlijken moest een compleet maatschappelijk transformatieproces plaatsvinden. De uitspraak ’Wir haben es nicht gewußt’, moest worden omgevormd in collectieve bewustwording en schuldbesef. Het doel, het voorkomen van een herhaling. Zo begon het proces van grondige maatschappelijke omvorming om het nazisme met wortel en al uit te roeien.

Daarbij brandden de beelden van de concentratiekampen, zoals die vertoond werden tijdens de Neurenberger processen, zich in het collectieve geheugen. Ook moesten voormalige nazi’s naar interneringskampen, kregen zij baanontzeggingen en boetes. Alle verwijzingen naar het naziverleden werden uit het straatbeeld verwijderd. Bovendien leidde het in Duitsland tot een tolerante immigratiewetgeving. En gespreksonderwerpen over een Duitse identiteit werden vermeden.

Het antifascistische ideaalbeeld

In Nederland vond – na de vijf bezettingsjaren en de traumatische deportatie van de Nederlandse Joden – dat ideaal ook zijn ingang. Het nazisme fungeerde als moreel kompas van hoe het niet moest. Alles wat zich ertegen verzet had werd geprezen. Verzetslieden en verbannelingen werden als de nieuwe helden onthaald. Velen van hen kregen een eervolle vermelding of een straatnaam. Met de twee meidagen werden de oorlogsslachtoffers herdacht. Daarnaast kwam er een opbloei van een hele culturele industrie, waarbij in films, cabaret en later computerspelletjes, de fascist werd bestreden en de antifascist werd geprezen. Bovendien oversteeg dit ideaal alle ideologische verschillen in de partijpolitiek.

De sociaaldemocraat Willem Drees vertolkte vanaf 1948, als rustige burgervader, het antifascistische ideaalbeeld van premier. Drees had niet alleen in het stille verzet gezeten tijdens de oorlog, hij was ook wars van alle felle en krachtige retoriek. Deze elementen tezamen vormden het beginpunt van een culturele en morele traditie in Nederland met als gemeenschappelijke vijand: de fascist.

Waar is het toch misgegaan met hen?

Vanuit deze antifascistische traditie zijn er verschillende politici geweest die het tegenbeeld daarvan vormden. In de jaren tachtig en negentig werd dat beeld van tegenhanger gevormd door Hans Janmaat. Begin 2000 was dat Pim Fortuyn. Opgevolgd door Geert Wilders en nu mogelijk ook door Thierry Baudet. Wie inzoomt ziet echter grote verschillen tussen deze politici, maar de overeenkomst is dat zij als het tegenbeeld van het antifascistisch humanisme fungeren. Telkens wanneer dit antitype opduikt vindt er een revitalisatie van die morele traditie plaats.

Het gevolg is echter dat deze politici, op basis van morele gronden, de toegang tot de morele gemeenschap wordt ontzegd. De morele grenzen die normaal gelden in de samenleving worden bij hen dan ook deels opgeschort. Zodra er verdenkingen zijn volgt er namelijk een verbeten ontmaskerings- en bestrijdingsklimaat. Zo verloor de vrouw van Janmaat haar rechterbeen in 1986 door toedoen van een antifascistische demonstratie. Fortuyn werd openlijk met stronttaarten besmeurd (waarbij niemand ingreep) en in 2002 doodgeschoten. Wilders is uitgesloten, bedreigd en nu streng beveiligd. De recente opkomst van Baudet gaat eveneens gepaard met intimidatie en bekladding van zijn huis. Daarnaast mogen de media de familieleden van deze politici grondig onderzoeken. Dit gebeurt met de onderliggende vraag, waar is het toch misgegaan met hen?

Angst voor een boycot

In de wetenschapsbeoefening geldt soms eenzelfde opschorting met betrekking tot de wetenschapsregels. Een subjectievere mening ter ondersteuning van dit antifascistische ideaal prevaleert dan ten koste van de wetenschapseisen. Bovendien kan voor de openlijke aanhangers van deze politici eenzelfde royement volgen. Voor hen is er dan een kans op baanontzegging of uitsluiting. Als student kan hem een gebrek aan intelligentie worden verweten. Vanuit angst voor zo‘n boycot zijn er maar weinig mensen die een tegengeluid durven te geven. Met een stilzwijgend conformisme tot gevolg.

De grote vraag hierbij is of de pendulum niet te ver is doorgeslagen. Wordt, wat begon als een goed ideaal, nu niet ingehaald door een radicale stroomversnelling? Is er daadwerkelijk sprake van fascisme of worden de criteria dusdanig opgerekt om de politieke tegenstanders te laten voldoen aan het tegenbeeld van de antifascist. Want wie zijn tegenstander (letterlijk) wil uitschakelen kan ook misbruik maken van deze krachtige traditie. Om daarop een antwoord te geven zal worden ingezoomd op het grootste slachtoffer, Pim Fortuyn. Op die manier komen de mechanismen van deze traditie aan het licht.

Lafheid

Rondom de milleniumwende maakte Pim Fortuyn zijn opkomst als politicus. Zijn analyses, die hem bekend en controversieel maakte, waren omtrent integratie en de multiculturele samenleving. Dit was echter voor zijn politieke tegenstanders aanleiding om hem te bestempelen als de hedendaagse Mussolini of de Eichmann van de 21e eeuw. Zijn opkomst werd eveneens gerelateerd aan het onderduikverhaal van Anne Frank. Fortuyn paste zo meer en meer in het ideaaltype fascist.

Ondanks de toekenning van de fascistische eigenschappen hebben vele politici achteraf toegegeven dat Fortuyn in zijn diagnose over de multiculturele problemen weldegelijk gelijk had. Zij durfden dat echter toentertijd niet openlijk te benoemen. PvdA-prominenten als Wouter Bos, Felix Rottenberg en Rob Oudkerk erkenden later hun eigen falen daarin. Rob Oudkerk zei later: ’Fortuyn had gelijk, zijn analyse was kaarsrecht.’ Rottenberg gaf aan ‘ik ben heel laf geweest, maar dat was een lafheid die in die tijd normaal was.’ Zij gaven aan dat zij vanuit hun eigen partijtop zich zo moesten opstellen. Ook de huidige D66-voorman Alexander Pechtold heeft recent nog in de talkshow van Pauw & Jinek eenzelfde verklaring gegeven. Hij zei dat het ’minder in was’ de integratieproblemen zo te benoemen in de jaren ’90, omdat hij het gevoel had dan te discrimineren (uitzending, 28 februari 2017).

Actief gewelddadig verzet

Dit laat vooral zien tot wat voor krachtige morele traditie dat ideaal verworden is. Politici durven hun ware gedachten niet meer uit te spreken. Een mogelijke verdediging van ’de fascist’ zou immers ook bij hen tot uitsluiting kunnen leiden en het einde van hun politieke carrière betekenen. Bovendien toont het aan dat er misbruik van dat  kader gemaakt kan worden. Politieke leiders kunnen de sluimerende, getraumatiseerde onderlaag van het naziverleden opentrekken om zich van een opkomende politicus te ontdoen. Zij werpen zich dan op als de absolute verdedigers van die morele traditie. Met de uitvergroting van de vermeende fascistische dreiging komt tevens een vergroting van de deugdzame verzetsrol. Daaruit revitaliseert namelijk het morele kader en het samenbindende effect met de eigen achterban ervan. Wie zich als publiek identificeert met de verzetsheld, wordt namelijk zelf ook een beetje verzetsstrijder. Maar bij sommige individuen triggert het wel degelijk actief gewelddadig verzet. Dit hebben we gezien met de moord op Fortuyn.

Het verkeerde soort populisme

De racisme-en fascisme beschuldigingen komen dus voort uit de bestrijding van het nazisme en de start van de morele traditie van het antifascistisch humanisme. Het diende ter preventie van eenzelfde collectieve dwaling als onder de nazibarbarij. Maar met de moord op Fortuyn hebben we vastgesteld dat er ook misbruik van dat kader kan worden gemaakt.

Wat mij betreft kan ‘het verkeerde soort populisme’ daarom op twee manieren worden uitgelegd. Het geldt voor die politici die willens en wetens bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten voor eigen politiek gewin. Maar het geldt tevens voor diegene die de criteria van fascisme en racisme uiterst flexibel hanteert, om zijn tegenstander te laten figureren als het tegenbeeld van de antifascistische traditie. De populistische energie wordt dan gedirigeerd tegen de substituut fascist. Waarna een sterke bestrijdingsdrang in werking wordt gezet. De racisme- en fascismekaarten moeten daarom met enige terughoudendheid worden getrokken. En bij het trekken van dit wapen, moeten de criteria inzichtelijk worden gemaakt. Niet alleen om te voorkomen dat we komen te vervallen in een racisme-manie, die de werkelijke morele traditie ontwaart. Maar ook omdat het levensgevaarlijk is gebleken. Na de moord op Fortuyn hebben we gezien dat wie die emotionele onderlaag triggert, de trekker in de realiteit kan laten overhalen. De pendulum staat wat dat betreft 5 over 12.

Hoe het echt zit met Jeruzalem

Door LEON DE WINTER

Hoe zit het nou echt met Jeruzalem? In het oorspronkelijke verdelingsplan – op 29 november 1947 aangenomen als resolutie 181 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties – zou het Britse mandaatgebied Palestina worden opgedeeld in een Joods en een Arabisch deel, en zou Jeruzalem onder internationaal bestuur geplaatst worden.

De Joodse leiders gingen akkoord. Maar alle Arabische leiders weigerden resolutie 181 te aanvaarden en beloofden een vernietigingsoorlog als de Joden een eigen land zouden uitroepen.

Vergeet dit dus niet: als de Arabieren resolutie 181 hadden aanvaard, was er een Joodse en een Palestijnse staat gekomen en was Jeruzalem een stad geweest onder internationaal bestuur. Wat de Palestijnse Arabieren vervolgens overkwam, tot op de dag van vandaag, is het directe gevolg van die afwijzing.

In mei 1948 overvielen vier Arabische legers plus het zgn. Arabische Bevrijdingsleger het ministaatje van 700.000 Joden; de bedoeling was hen de zee in te drijven. Maar de Joden bleven wonderlijk overeind.

Hevig werd er gevochten om controle over Jeruzalem; het Arabische Legioen van koning Abdullah van Jordanië, geleid door Britse officieren, zegevierde. De Oude Stad werd van Joden gezuiverd.

Israël begroef 6000 doden, de Arabische legers telden naar schatting 12-15.000 doden. Ook resolutie 181 was dood, evenals het internationale bestuur over Jeruzalem.

Jeruzalem werd een stad verdeeld door muren, schuttingen, prikkeldraad, zoals Berlijn na 1961. Israël had het westen in bezit, Jordanië annexeerde het verwaarloosde oosten plus de Oude Stad en verbood Joden de toegang.

Oorlogen creëren feiten. Grenzen worden opnieuw getrokken, mensen worden verdreven of vluchten. Zoals de zogenaamde ’etnische Duitsers’, die na 1945 uit Centraal- en Oost-Europa verdreven werden: meer dan 30 miljoen mensen, van wie meer dan 2 miljoen mensen stierven, sloegen toen op de vlucht. En zoals Pakistans afscheiding van India, die 14 miljoen vluchtelingen en meer dan een miljoen doden veroorzaakte.

Vergeleken daarmee was de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog een klein geschil met relatief weinig doden op een relatief klein strookje land. Ongeveer 700.000 Arabieren ontvluchtten het Joodse land, ongeveer 800.000 Joden de Arabische landen.

Maar wat voor andere conflicten geldt, geldt niet voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. De Palestijnen voelden dat perfect aan en gingen populaire linkse termen hanteren: kolonialisme, imperialisme, apartheid. De Palestijnen slaagden erin hun situatie tot de ultieme tragedie van het Midden-Oosten te verheffen.

Zij krijgen het meeste hulpgeld in de wereld, aangevuld met geld van Westerse hulporganisaties, en het ziekelijke tribale en religieuze Palestijnse geweld wordt in de Westerse media verontschuldigd met verwijzing naar de ’bezetting’. Ook de alom aanwezige antisemitische propaganda wordt in de media verzwegen; volgens mij is dit conflict religieus van aard, niet een conflict over land.

Journaal
Zo’n Westers medium is het NOS Journaal. Afgelopen weekend berichtte het Journaal dat in Libanon 450.000 Palestijnse vluchtelingen leven. Het Journaal verzweeg dat dat nakomelingen zijn van vluchtelingen. Palestijnen hebben namelijk het recht de vluchtelingenstatus te erven. De tientallen miljoenen nakomelingen van gevluchte etnische Duitsers, Indiase hindoes en ’Arabische’ Joden hebben dat recht niet, wel de ruim 700.000 Arabische vluchtelingen van 1948 die inmiddels meer dan 5,2 miljoen ’erkende vluchtelingen’ als nakomelingen hebben.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 kon koning Hoessein, ondanks waarschuwingen van Israël, niet de verleiding weerstaan zich in de oorlog te mengen. Zijn leger werd verpletterd door Israël. Jeruzalem werd herenigd.

En nu? De stad is onder Israëls bestuur gerenoveerd. De markten zijn er levendig, de restaurants druk en vol heerlijke gerechten, de infrastructuur modern. Elk geloof kan er in vrijheid beleden worden. Maar dat is allemaal niet genoeg voor de haters.

Een paar dagen geleden hoorde ik op de radio hoe een criticus zijn veroordeling van Trumps erkenning van Jeruzalem als Israëls hoofdstad inzette met de formule: ’De Joden hebben erg geleden in de oorlog, maar dat betekent nog niet dat...’

Ik hoor dat vaker. Er zit de volgende ranzige betekenis in: de Joden hebben kennelijk niks van de oorlog geleerd en doen nu bij anderen waaronder zij zelf hebben geleden. En bij antizionisten volgt dan een demoniserende opmerking over Israël.

Gedemoniseerd
Waarom wordt Israël, de enige succesvolle natiestaat in de gewelddadige jungle van het Midden-Oosten, zo gedemoniseerd in het Westen? Het heeft denk ik te maken met Westerse schaamte ten aanzien van de uitroeiing van de Europese Joden. Wanneer van Israël een duivelse staat wordt gemaakt (’Israël is een apartheidsstaat vol nazi’s die kinderen vermoorden’), kan de schaamte oplossen – dus wordt het lot van de Palestijnen, mede door honderden buitenlandse correspondenten, uitvergroot tot epische dimensies: de Palestijnen zijn de eeuwige slachtoffers van duivelse Joden. Het is de voortzetting van de demonisering die Joden eeuwenlang in Europa hebben ondergaan. Antizionisme is het nieuwe masker van het aloude antisemitisme.

De hysterie over Jeruzalem past in dat verschijnsel. Het is onder Israëls bestuur een intense en bloeiende stad waar niemand van honger omkomt, niemands vrijheden en rechten worden aangetast, een unieke plek voor Midden-Oosterse omstandigheden. Nog nooit hebben zovelen het zo goed gehad in Jeruzalem, inclusief Jeruzalemse Arabieren, als onder het huidige Israëlische bestuur.

Dit zijn de feiten. De rest is commentaar.

 

Eritrea Asiel Holiday Tours

De Eritrese minister van Informatie Yemane Ghebremeskel zei mij vorig jaar in een interview dat jaarlijks 40.000 landgenoten, waaronder veel vluchtelingen, terugkeren voor bezoek en (strand)vakantie. Westerse diplomaten in de hoofdstad Asmara noemden mij het dubbele aantal, zo’n 80.000. Toch krijgen bijna alle Eritrese asielzoekers in Nederland (zo’n 10.000 in 2015 & 2016) automatisch een verblijfsvergunning vanwege het ‘totalitair regime’. En wel fijn zwemmen in de Rode Zee? Humaan asielbeleid à la Mark Rutte! 

(Zie voor meer info mijn reportage Eenvandaag 8 oktober 2016, vanaf 10'27") 

Schaamlap Giro555 (29 maart 2017)

In Nederland rammelt de collectebus voor Giro555. Geeft u voor Nigeria waar 40 procent van alle oliemiljarden verdwijnt door corruptie? Of voor Zuid-Soedan waar een half miljard euro Nederlandse ontwikkelingshulp bij een burgeroorlog in rook is opgegaan? Inzamelacties zijn de moderne aflaat voor decennialang politiek falen en wegkijken in Afrika. Vandaag pinken regeringen, hulporganisaties en BN’ers een traan weg. Boven de onschuldige doden van morgen. Wees niet trots op uw donatie. Schaamte past beter.

Artsen tegen euthanasie bij ‘voltooid leven’

'Aparte wet brengt veel risico's en nadelen met zich mee'

29-03-2017, 21:41 
 Tags: 

Artsen zijn tegen euthanasie als er sprake is van een ‘voltooid leven’. Ze vinden het weliswaar ‘invoelbaar’ dat niet zieke ouderen een weloverwogen doodswens kunnen hebben, maar onwenselijk om in deze situatie hulp bij zelfdoding wettelijk mogelijk te maken. Een aparte wet brengt veel risico’s en nadelen met zich mee.

Dat laat de artsenfederatie KNMG woensdag weten. Artsen in Nederland mogen sinds 2002 na een uitdrukkelijk verzoek van de patiënt euthanasie plegen of helpen bij zelfdoding. Maar dan moet er sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, veelal om medische redenen. Er bestaat een strenge toetsing voor.

In de politiek wordt gestreden over uitbreiding van de gronden voor euthanasie. Vorig jaar was het kabinet positief over een plan om ook ouderen die ‘klaar zijn’ met het leven, te kunnen helpen uit het leven te stappen. De KNMG raadpleegde haar achterban, omdat ze verwacht dat het een belangrijk onderwerp is bij de formatie van een nieuw kabinet. VVD en D66 zijn voorstander van een nieuwe wet.

Maar de artsen hebben daar principiële en praktische bezwaren tegen. Ze vrezen dat het leidt tot uitholling van de huidige euthanasiepraktijk terwijl die nu zorgvuldig en transparant is en een groot draagvlak heeft. Bovendien is het nu ook al zo dat bij een stapeling van ouderdomsklachten en niet-medische problemen ook al voldaan kan zijn aan de eis van ‘uitzichtloos lijden’, stelt de KNMG.

Daarnaast waarschuwen de artsen ervoor dat een nieuwe wet kan leiden tot ongewenste maatschappelijke effecten. Zo kunnen ouderen zich onveilig en overbodig gaan voelen of druk ervaren van hun omgeving om er een eind aan te maken. Het is volgens de KNMG beter om te onderzoeken hoe het gevoel van zinloosheid kan worden aangepakt. Het gaat om ,,complexe en tragische problematiek” waarvoor geen eenvoudige oplossingen bestaan, stelt de KNMG.

Anp

Vooruitblik: nieuwe theorie Erik Verlinde ontmaskert 95 procent van het heelal

95 procent van het heelal is verstopt, maar theoretisch-fysicus Erik Verlinde weet waar het zich schuilhoudt. De vakpublicatie waarin hij dat uit de doeken doet, verschijnt in de nacht van maandag op dinsdag om 2.00 uur op Arxiv.org. Eén ding weten we zeker: met zijn theorie gaat Verlinde de kosmologie volledig overhoop gooien. Een uitgebreide vooruitblik. 

(Disclaimer: Onderstaande is gebaseerd op de stand van zaken in 2014. Zover bij de redactie bekend is, is Verlindes theorie in de tussentijd concreter geworden, maar niet wezenlijk veranderd. Als zijn publicatie is verschenen, leest u dinsdag in de loop van de dag op deze site alle duiding en reacties, evenals een exclusief interview met Verlinde zelf. Niets missen? Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief.)

Onderschrift tekst. Bron: Hollandse Hoogte, Joanny Beer
 
Zal de baanbrekende nieuwe theorie van Erik Verlinde net zo’n revolutie ontketenen als de relativiteitstheorie van Einstein? Bron: Hollandse Hoogte, Joanny Beer

Het is een geval van verstoppertje op de grootst mogelijke schaal. Zo’n 95 procent van het heelal, het overgrote merendeel dus, is kwijt. Toch zou je dat niet zeggen wanneer je naar het heelal kijkt. Het universum bevat miljarden sterrenstelsels, met in elk van die stelsels miljarden sterren en planeten. Het zit vol uitgestrekte gasnevels, waarin steeds weer nieuwe sterren worden geboren, gevaarlijke zwarte gaten die alles in hun omgeving verzwelgen en dwalende planeten die eenzaam door de donkere leegte zweven.

Al die dingen zijn opgebouwd uit materie: elementaire deeltjes zoals quarks en elektronen. Maar wie de massa van al die deeltjes in het heelal bij elkaar optelt, vindt onder de streep een getal dat slechts goed is voor 5 procent van wat er eigenlijk in zou moeten zitten. Hoe de rest eruit ziet, is onbekend. Wetenschappers vermoeden dat het universum vol zit met een onzichtbare vorm van materie en een mysterieuze, onbekende vorm van energie die zij respectievelijk donkere materie en donkere energie noemen.

Donkere materie is van die twee nog het meest behapbaar. Het is niet met het blote oog te zien, maar wel indirect waar te nemen. Donkere materie verraadt haar aanwezigheid doordat ze net als gewone materie zwaartekracht uitoefent op de materie om zich heen. Daardoor weten we vrij exact hoeveel ervan moet zijn. Donkere materie vormt grofweg 27 procent van het heelal. 5 procent is zichtbare materie. Het overige deel, maar liefst 68 procent, is donkere energie.

Al decennia bijten natuur- en sterrenkundigen hun tanden stuk op de vraag wat donkere materie en donkere energie nu precies is. Theoretisch-fysicus Erik Verlinde, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, denkt die impasse te kunnen doorbreken. Hij heeft een radicaal nieuw idee dat het bestaan van donkere materie, donkere energie en gewone materie direct aan elkaar verbindt. Verlinde veroorzaakte in 2010 al een schokgolf in de natuurkundewereld toen hij een nieuw idee over de zwaartekracht wereldkundig maakte. Hij ontving onder meer dankzij dat idee de Spinozapremie, de meest prestigieuze wetenschappelijke prijs in Nederland.

Volgens Verlinde is de zwaartekracht een zogeheten emergent verschijnsel. Dat wil zeggen: een effect dat het gevolg is van iets fundamentelers. Het is daardoor net zoiets als temperatuur. Die kun je voelen en meten op thermometers, maar is in feite een illusie. Temperatuur wordt immers veroorzaakt door de beweging van moleculen.

Mogelijkheden

Verlinde drukt zwaartekracht op zijn beurt uit in informatie. Alles in het universum bevat in zekere zin informatie, van de positie van een planeet tot het gewicht van een atoom. Veranderingen in de dichtheid van die informatie spelen bij het ontstaan van zwaartekracht volgens Verlinde dezelfde rol als de bewegende moleculen bij het ontstaan van temperatuur. Dat inzicht zorgt ervoor dat de algemene relativiteitstheorie van Einstein, de theorie die kosmologen nog altijd gebruiken om het heelal op grote schaal te beschrijven, volgens Verlinde achterhaald is. ‘De vergelijkingen van Einstein houden niet goed bij hoeveel informatie waar aanwezig is’, zegt hij.

Verlinde kijkt op een andere manier naar het universum, en legt daarbij de nadruk op wat hij ‘mogelijkheden’ noemt. Elke mogelijkheid is een bepaalde manier om de hoeveelheid informatie in het universum te verdelen. ‘Al die mogelijkheden moeten in het universum behouden blijven’, zegt hij.

Wanorde

LEESTIP 50 inzichten universum, Joanne Baker, van € 24,95voor € 14,99 Bestel in onze webshop

Die conclusie lijkt te botsen met een bekende natuurkundewet die stelt dat de entropie de wanorde in een systeem altijd doet toenemen. De wet verklaart waarom een kopje kan breken (scherven zijn wanordelijker dan een kopje), maar waarom scherven niet spontaan een kopje kunnen vormen. Dat impliceert ook iets over mogelijkheden. Scherven kun je immers op veel manieren door elkaar husselen, terwijl een enkel kopje slechts één mogelijke toestand heeft. De natuur lijkt dus niet alleen te eisen dat de entropie toeneemt, maar ook dat het aantal mogelijkheden in het universum stijgt. Verlinde stelt dat dat niet klopt. ‘Het standaardbeeld ‘entropie neemt toe’ is aan het wankelen’, zegt hij. Ook kosmoloog Andreas Albrecht, verbonden aan de Universiteit van Californië, meent dat een herevaluatie van het begrip entropie in de kosmologie noodzakelijk is. ‘De vraag hoe informatie behouden kan blijven terwijl de entropie toeneemt, is iets waar veel fysici nu naar kijken.’

Het probleem laat zich als volgt samenvatten: wanneer de entropie alleen kan toenemen, moet deze vroeger heel klein zijn geweest. Hetzelfde geldt dan vermoedelijk voor het aantal mogelijkheden. ‘Dat geloof ik niet’, zegt Verlinde. Hij meent dat het toenemen van de mogelijkheden van een systeem een illusie is. Wie van tevoren bekijkt welke mogelijkheden een kopje heeft, moet volgens Verlinde al rekening houden met de kans dat het kopje kan breken. ‘Dan is er geen sprake van een toename en blijft het aantal mogelijkheden juist behouden’, zegt hij.

Verlinde meent dat de boekhouding van mogelijkheden gemakkelijker gaat wanneer we informatie als onderliggende eenheid kiezen. Hij stelt de entropie gelijk aan de totale hoeveelheid informatie en definieert energie als de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt. De temperatuur is dan de energie per hoeveelheid informatie. Ook krachten vangt hij in dat raamwerk. ‘Dat zijn veranderingen in de energie’, zegt Verlinde.

Stopverf

Op die manier ontdekte Verlinde zijn nieuwe verklaring voor donkere materie en donkere energie. Om uit te leggen hoe dat werkt, vergelijkt hij het universum met een stuiterend balletje stopverf. Volgens Verlinde bestaat er een analogie tussen de elasticiteit van stopverf en de zwaartekracht. Je kunt de elasticiteit van stopverf beschrijven als een voorwaarde voor het kunnen vervormen van het bolletje. Net zo beschreef Einstein de zwaartekracht als een vervorming van de ruimtetijd door massa’s of energie.

Een bolletje stopverf is in feite een complexe kluwen polymeren. De elasticiteit van het bolletje is het gevolg van het feit dat die polymeren allemaal dezelfde lengte willen hebben. Soms beweegt een polymeer per ongeluk uit de kluwen, en laat daardoor een soort gat achter: een ‘leeg buisje’ waar eerst een polymeer zat. ‘Op die plek ontstaat extra elasticiteit’, zegt Verlinde. Met andere woorden: het verplaatsen van het polymeer zorgt dat plaatselijk extra elastische energie vrij komt.

Volgens Verlinde kun je de achterliggende wiskunde van dat proces vergelijken met het ontstaan van donkere materie. In zijn analogie is het lege buisje hetzelfde als gewone materie, en is de extra elastische energie hetzelfde als donkere materie. De elastische energie in het totale bolletje is dan donkere energie, en het gehele bolletje is het gehele universum.

Verlinde vertaalt die analogie naar de werkelijkheid in het universum, en meent daarom dat donkere materie geen deeltje is, maar extra energie die tevoorschijn komt bij het ontstaan van materie. ‘Uit de relatie tussen gewone materie en donkere materie kan ik berekenen hoeveel donkere materie er moet zijn. Dat klopt exact met de waarnemingen van astronomen’, zegt Verlinde. Bovendien verklaart zijn idee ook waarom donkere materie altijd rond gewone materie is te vinden, een toevalligheid die traditionele deeltjesverklaringen links laten liggen.

De bekende Zuid-Afrikaanse natuurkundige Neil Turok, directeur van het toonaangevende Perimeter Institute for Theoretical Physics in Canada, is enthousiast over Verlindes verklaring voor donkere materie. ‘Het is een dappere en creatieve oplossing’, zegt hij. Volgens Turok is de traditionele verklaring van donkere materie als een nog onontdekt deeltje ‘te gemakkelijk’. ‘Erik stelt in elk geval de juiste vragen’, zegt hij.

Er zijn wel grenzen aan de analogie die Verlinde gebruikt om donkere materie te verklaren, meent Albrecht. ‘Ik denk dat wanneer Erik de wiskunde nauwkeuriger uitwerkt, vanzelf zal blijken dat de vergelijkingen af gaan wijken van de fysica van polymeren’, zegt hij. ‘Het gedrag dat we zien zal dan vermoedelijk afkomstig blijken van diepere structuren in het universum.’ Turok benadrukt dat het zoeken naar analogieën met dingen die al begrepen zijn in het lab, zoals het gedrag van polymeren, niets nieuws is in de fysica. ‘Het idee van het higgsdeeltje werd bijvoorbeeld geïnspireerd door het principe van supergeleiding’, zegt Turok. ‘Deze analogie is beter dan simpelweg een nieuw deeltje introduceren.’

Natuurkunderevolutie

Verlinde meent dat zijn vergelijking tussen het universum en de manier waarop polymeren zich in een bol stopverf gedragen nog een tweede fundamentele waarheid blootlegt. Volgens hem bevat het universum namelijk daadwerkelijk basisbouwstenen die te vergelijken zijn met polymeren.

‘Ruimtetijd bestaat uit quantummechanische mogelijkheden, uit quantuminformatie’, zegt Verlinde. Quantum-informatie heeft van nature de neiging te verstrengelen. Wanneer dat gebeurt, is het onmogelijk om stukjes informatie nog los van elkaar te zien. In Verlindes stopverfanalogie is een los stukje informatie dan een monomeer en is verstrengelde quantuminformatie een polymeer.

Die boodschap, en zijn conclusies over donkere materie, presenteert Verlinde al af en toe aan andere fysici op congressen en bijeenkomsten. Turok en Albrecht waren afgelopen mei op Princeton bij zo’n voordracht aanwezig. ‘Zijn presentatie stimuleerde me enorm om mijn verwachtingen en ideeën over de kosmos aan te passen’, zegt Albrecht. Ook Turok raakte tijdens de bijeenkomst geïnspireerd. Hij ziet in het idee van Verlinde een voorloper van een aanstaande revolutie in de fysica. ‘De laatste dertig jaar ging men in de deeltjesfysica op zoek naar steeds weer nieuwe deeltjes, velden en dimensies’, zegt Turok. Hij meent dat de deeltjesfysica daardoor zo complex is geworden dat die op het punt staat onder haar eigen gewicht in te storten. ‘Er zijn steeds exotischere dingen nodig om het universum te verklaren, zoals het idee dat er naast ons universum nog allerlei parallelle universa bestaan. Ik denk dat we met zijn allen een verkeerd pad bewandelen.’

Turok ziet dat vermoeden bevestigd in nieuwe meetresultaten, zoals de vondst van het higgsdeeltje. Sommige fysici hoopten meer dan één type higgsdeeltje te vinden, omdat dat een aanwijzing zou zijn voor het bestaan van nog meer nieuwe deeltjes. Toch bleek ‘higgs’ gewoon in zijn eentje te zijn. Bovendien, zo zegt Turok, toonden de eerste resultaten van de Planck-satelliet, een ruimte-telescoop van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, dat het universum heel simpel in elkaar zit. Tel daarbij de onbegrepen donkere energie op en de conclusie ligt volgens hem voor de hand dat we op de rand van een grote natuurkunderevolutie staan. ‘De komende tien jaar worden bijzonder interessant. In die periode hebben we radicale ideeën als die van Erik hard nodig’, zegt hij.

Wilde Westen

Het is nu aan Verlinde om aan te tonen dat zijn ideeën juist zijn. ‘Het is gemakkelijk om kritiek te leveren op zijn theorie’, zegt Turok. ‘Want die is nog relatief vaag.’ Albrecht sluit zich daarbij aan. ‘Twintig jaar geleden was de kosmologie nog een soort Wilde Westen. We hadden bijna geen meetgegevens en dus kon iedereen ideeën roepen zonder dat we die konden testen. Nu hebben we die gegevens wel en vallen de theorieën bij bosjes. Dat is goed, dat is wat je wil. Erik moet zorgen dat wij zijn theorie ook op die manier kunnen toetsen.’

Voorlopig wacht Verlinde nog even voordat hij zijn theorie daadwerkelijk publiceert in een vakblad. ‘Ik gooi een hoop dingen omver, dus ik wil het goed kunnen onderbouwen’, zegt hij. ‘Ik wil geen serie artikelen publiceren die ik elk jaar moet verbeteren. Ik wil liever één artikel publiceren dat over tien, twintig, dertig jaar, of zelfs over een eeuw nog relevant is.’

Verlinde verwijst naar eerdere artikelen die revoluties in de natuurkunde teweegbrachten. Bij Einstein zat bijvoorbeeld acht jaar tussen zijn publicaties over de speciale relativiteitstheorie en de algemene relativiteitstheorie. Of Verlinde een nieuwe polder-Einstein is, is dus nog even afwachten. Wel ziet hij om zich heen steeds meer mensen overtuigd raken. ‘Mijn ideeën passen steeds beter in de ontwikkelingen rond entropie en emergentie’, zegt hij.

Ook Turok steunt de richting die Verlinde is ingeslagen. ‘Ik hoop dat Erik mensen inspireert om naar oplossingen te zoeken langs dit soort meer fundamentele en creatieve lijnen.’ Albrecht denkt er net zo over. ‘Ik vraag me weleens af: denken we wel groot genoeg? Stellen we wel de juiste vragen? Verlinde doet dat. In deze bijzondere tijd in de natuurkunde hebben we mensen nodig die dat soort dingen durven te denken en doen.