MH17 Briefing 14 juli 2014 in Kiev

De briefing die je wist dat zou opduiken is dit weekend eindelijk opgedoken. Maar niet dankzij onze regering. Het was Argos Radio dat de onderste steen Kiev Notulen in handen wist te krijgen. Daarin brengt plaatsvervangend ambassadeur Gerrie Willems op maandag 14 juli 2014 om 16u52 bij zes ministeries verslag uit van een bijeenkomst met MinBuZa Klimkin van Oekraïne. Tot op heden werd er door de Nederlandse regering alleen in hun eigen bewoordingen verteld wat er in die briefing zou staan, maar het eigenlijke document werd - ondanks herhaaldelijke verzoeken van de Tweede Kamer - niet geopenbaard. We maakten er gisteren een Turbulente Timeline over. Maar ook maar weer een filmpje, waarin we met de kennis van nu bij 3 ministers en 1 minister-president 4 keer een 'nee' moeiteloos ombuigen in een 'ja', hierboven in de embed. Geen zin in video? Zonde, maar vooruit. Dan zetten we het hieronder ook maar uiteen in wat tekst. Nu is het document boven water, en weten we waarom Rutte probeerde om het in de onderste la te houden: Klimkin vertelde namelijk op 14 juli expliciet over de aanwezigheid van Russisch luchtafweergeschut in Oost-Oekraïne, en dat de Oekraïense Antonov die dag is neergehaald met deze wapens. Zes ministeries van de regering Rutte 2 waren dankzij Gerrie Willems snelle handelen op dezelfde dag om 16u52 op de hoogte van deze raketten in de regio, maar zij deden vervolgens niets met de informatie. Behalve dan ontkennen dat er aanwijzingen waren (Rutte op 9 januari), ontkennen dat er iets met de informatie gedaan had moeten worden (Hennis op 13 januari), bezweren dat er "geen signalen" waren (Opstelten op 5 februari), en aldoor blijven herhalen dat diplomatieke documenten nou eenmaal niet geopenbaard kunnen worden omdat het relaties zou schaden (Koenders). Allemaal bullshit. Nu is de brief openbaar en blijkt uit de inhoud dat er wél aanwijzingen waren, dat er wél gehandeld had kunnen (of zelfs moeten) worden, dat er wél signalen waren en dat er nauwelijks diplomatiek gevoelige informatie in staat. Maar het gaat er niet eens meer om of Rutte MH17 had kunnen voorkomen. Het gaat er nu om dat hij achteraf gelogen heeft over vooraf bij het kabinet bekende informatie. Het is namelijk van een ongekende hufterigheid dat we een minister-president hebben die overal emotioneel over onderste stenen oreert, maar ondertussen op basis van smoesjes en leugens ter zake relevante informatie opzettelijk bleef verzwijgen. Het is onvoorstelbaar dat je bij zó een heftige aanslag, zó opportunistisch voor je eigen hachje staat de huichelen. Rutte kreeg de gevaren op meerdere schaaltjes aangereikt (ook de NAVO had immers al uitgebreid gewaarschuwd), maar deed als hoeder van de nationale veiligheid niets met die info. Achteraf steekt het kabinet vervolgens meer tijd en energie in de ontkenning dat de regering iets had moeten doen, dan het ooit gekost had om ff naar KLM te bellen en te adviseren: 'Vlieg maar niet meer over het oosten van Oekraïne, het is daar volgens onze intel niet pluis'. Nu is het plaatje van de Kiev Notulen eindelijk compleet, en rest er nog maar 1 vraag: WAAROM? Gevolgd door 1 eventuele follow-up: wanneer gaat Rutte 2 wegens laakbare nalatigheid in het beschermen van haar burgers haar ontslag aanbieden bij de koning? Hieronder ook nog een keer de GSTV MH17 MiniDocu Die Alles Zag. Gewoon, omdat daar basically alles al in zat:

onderzoeksrapport_de_achterkant_van_amsterdam

Beschrijving ernst van de drugsmisdaad in Amsterdam

Links en rechts

Sid Lukkassen – Het geheim van de klimaatpolitiek: Links verruilt het begrip solidariteit voor het begrip klimaat

Het politieke landschap was van oudsher opgedeeld in twee vakken: ‘links’ en ‘rechts’. Dit gaat terug op de Franse Revolutie – de politici die de koning steunden zaten dichtbij de koning, aan de rechterkant van de zaal. Zijn critici bevonden zich aan de linkerkant. Vandaag bestaan beide kampen nog steeds en is het landschap tussen ‘links’ en ‘rechts’ sterk gepolariseerd – om die reden werk ik aan een crowdfunding, die u hopelijk wil steunen. Mijn doel is om een boek te maken van inhoudelijke briefwisselingen met linkse denkers. Ik confronteer hen met analyses zoals nu volgt.

‘Het instinct van naastenliefde werd door links gepolitiseerd in de vorm van ‘solidariteit’ als slagzin’

Tot recent baseerde links zich op een christelijk-middeleeuws instinct van naastenliefde. Dit wil zeggen, een gezamenlijke spaarpot opbouwen waarmee je solidair wat voor de ander kunt opbrengen. Dit wortelde in een instinct dat groeide door eeuwenlang in betrekkelijk kleine en overzichtelijke gemeenschappen samen te leven, waar iedereen elkaar kende. Denk aan de middeleeuwse gilden die voor iemands gezin zorgden als de kostwinner stierf.

Dit instinct van naastenliefde werd door links gepolitiseerd in de vorm van ‘solidariteit’ als slagzin. We zitten dan middenin de Franse Revolutie en de grote arbeidersopstanden in de eeuwen daarna. Het thema solidariteit gaf links het perfecte alibi om aan herverdeling te doen en verschafte hen een concentratie van economische en politieke macht. Het thema bereikte haar hoogtepunt in de marxistische slagzin: “Arbeiders aller landen, verenigt u!

Maar die overzichtelijke gemeenschappen zijn inmiddels verdwenen en daarmee is dat diepere instinct – het onderliggende aan solidariteit als politieke boodschap – krachteloos geworden.

Mensen zijn mobieler en denken meer aan hun eigen belangen. In die zin is de maatschappij liberaler geworden en minder socialistisch. Oude banden begonnen te knellen en zijn grotendeels verruild voor gecompartimentaliseerde relaties.

(Als ik spreek over een ‘meer liberale maatschappij’ dan laat ik de omvang van de overheid binnen het Bruto Nationaal Product buiten beschouwing. Immers, de bureaucratie heeft een belang in continuïteit om de eigen positie veilig te stellen zelfs als men niet meer gelooft in de collectivistische filosofie die dit administratieve bouwwerk draagt.)

Bovendien vergt solidariteit culturele identificatie oftewel een “nationaal wij gevoel” (dat noemen we ook wel een Leitkultur). Die culturele cohesie heeft links zelf mede gesloopt. Denk aan de achtenzestig-revolutie en de massa-immigratie. De achtenzestigers hebben het verbindende cultuurhistorische erfgoed afgedaan als ‘autoritair-koloniale geschiedenis van de witte cisman’ en de massa-immigratie schiep versnipperde patronen van diverse cultuurenclaves binnen één stad.

‘Links verruilt het begrip solidariteit voor het begrip klimaat’

Wouter Bos (PvdA) en de linkse journalist Joris Luyendijk hebben dit laatste onderschreven. “Solidariteit wortelt nu eenmaal in welbegrepen eigenbelang, en kan alleen gestalte krijgen door anderen daarvan uit te sluiten. Bos: ‘Insluiting en uitsluiting horen bij elkaar. Wie met iedereen solidair is, is uiteindelijk met niemand solidair’.” Luyendijk onderstreept in zijn voorwoord in Panama Papers (2016) dat het postmoderne streven om nationale identiteit en culturele trots te deconstrueren, afbreuk doet aan de bereidheid om te betalen voor links sociaal beleid. “Solidariteit gaat terug op een nationaal wij-gevoel en daar is links juist allergisch voor.”

In een tijdperk waar de burger mobieler is, gemakkelijker dan ooit oude banden doorsnijdt en nieuwe relaties aanknoopt, moest links iets nieuws verzinnen. Een beroep op solidariteit ligt gevoelig als de burger zich niet identificeert met de persoon waarvoor hij moet betalen, omdat de culturen binnen één land uiteen zijn gedreven.

Daarom verruilt links het begrip solidariteit voor het begrip klimaat. Als je wil belasten en wil herverdelen, dan moet je de meer egoïstisch geworden stemmer, er van doordringen dat die politieke machtsconcentratie – dus de macht om klimaatverandering te bestrijden – in diens eigen belang is.

Geconfronteerd met machtige bedrijven die overheden chanteren om maar zo te verhuizen en honderden banen mee te nemen – die met hun lobbyisten en juristen keer op keer belastingenwetten in hun voordeel weten om te buigen of anders de belastingen ontwijken – komt de politiek buiten spel te staan. Beleidsmakers verloren hun greep op de grote kapitaalstromen; de klimaatpolitiek is echter hét perfecte alibi om nieuwe heffingen in te voeren en nieuwe geldstromen richting de overheid in het leven te roepen. Met dit geld kunnen weer nieuwe verkiezingsbeloften worden gedaan en zo houden politici zichzelf relevant voor kiezers.

‘Zelfs objectieve wetenschap is deel van een machtsstructuur’

Dit biedt een perverse prikkel om de naderende klimaatramp zo apocalyptisch mogelijk af te schilderen – weerman Gerrit Hiemstra pleit zelfs voor een CO2 uitstoot van nul. Wie dit letterlijk opvat, zou zelfs niet mogelijk ademen. Ongetwijfeld heeft de mens invloed op het klimaat, maar de vraag is in hoeverre er andere factoren worden meegenomen, zoals de stand van de zon, ik noem maar wat. Want door de menselijke factoren te benadrukken houdt het onderzoeksveld zichzelf relevant voor de politiek, en blijft zo verzekerd van een bestaan.

Dit laatste doet op zichzelf niets af aan de wetenschap achter klimaatbeleid – ik wil alleen laten zien dat zelfs objectieve wetenschap deel is van een machtsstructuur. Mocht immers blijken dat de stand van de zon een grotere invloed heeft op het klimaat dan de uitstoot van CO2, dan is er voor de mens weinig aan te helpen. Het onderwerp zal haar relevantie voor de politiek verliezen en de subsidiestromen zullen wegvloeien naar onderwerpen als neem nu Kunstmatige Intelligentie, die ook politiek prangend zijn. In een tijd waar academici meer tijd kwijt zijn aan het voorbereiden van subsidieaanvragen dan aan onderwijs, is dit voor klimaatwetenschappers geen fijn vooruitzicht – ze zullen erop gebrand zijn om hun posities te behouden.

Los van de inhoudelijke wetenschap achter klimaat en klimaatbeleid is er hoe dan ook een wisselwerking van geld, macht, exposure en het primen van de maatschappelijke agenda. Prof. Jorg Meuthen wees erop dat, door veel aandacht te geven aan het activisme van Greta Thunberg, de media het maatschappelijk debat kunnen klaarmaken voor linkse beleidsvoorstellen. En ook nog op zo’n wijze dat andere partijen niet kunnen klagen dat Groen wordt bevooroordeeld met zendtijd. Aandacht voor Thunberg en haar klimaatmarsen wordt immers geteld als verslaggeving over een maatschappelijke beweging en niet als afgekaderde zendtijd voor politieke partijen.

Ook zijn er de vele multinationals die vroeger voor links de klassenvijand waren – zij hebben een slecht imago, zowel qua arbeidersrechten als qua milieuvervuiling. De klimaatpaniek biedt hen kansen om hun imago te greenwashen en hier via overheidssubsidies zelfs aan te verdienen.

‘De nieuwe fixatie op klimaat is een politieke methodologie om te kunnen blijven herverdelen in een wereld zonder solidariteit’

Het verhaal over klimaatvluchtelingen, ten slotte, markeert de transitie van oud links –‘internationale solidariteit’ – naar het nieuwe verhaal. ‘Oud links’ wil nog opkomen voor de verdrukten in arme landen, maar door ook deze kwetsbaarheid aan klimaat te verbinden worden zij ‘genudged’ om stapsgewijs het klimaatparadigma te betreden.

Overigens snap ik niet dat een partij als de SP hieraan meewerkt – het betekent immers dat hun eigen verhaal aan kracht verliest ten opzichte van trendsetter GroenLinks. Maar goed, de partij loopt achter haar activisten aan, en haar activisten volgen de linkse media. Nu ben ik niet bijzonder rouwig om de voortschrijdende teloorgang van de SP; vanuit mijn objectieve denken ben ik het toch aan hen verplicht die observatie te verwoorden.

Conclusie: de nieuwe fixatie op klimaat is een politieke methodologie om te kunnen blijven herverdelen in een wereld zonder solidariteit.

In Zuid-Holland zijn twee D66-politici afgetreden die de aanjagers waren van een ambitieus plan: het noodlijdende Warmtebedrijf Rotterdam èn het klimaat redden door warmte uit Rotterdam via een pijpleiding naar Leiden transporteren. Maar niet alleen de Zuid-Hollandse D66-gedeputeerde en de Leidse D66-wethouder zijn weg. Er zijn grote bedragen doorheen gejaagd, maar de Leidse burgers die per 1 januari 2020 Rotterdamse warmte is beloofd moeten maar afwachten hoe hun huis dan wordt verwarmd.

 

In Amsterdam zijn  de problemen minstens zo groot. Het Afval Energiebedrijf (AEB) is de grootste afvalverbrander van Nederland, maar heeft vanwege technische problemen vier van de zes verbranders moeten sluiten. Het zorgt niet alleen voor grote financiële problemen voor het AEB, dat bij de bouw in 2007 al 450 miljoen euro kostte en waar sindsdien al voor honderden miljoenen moest worden bijgeplust.

‘Amsterdam zit opgezadeld met geïmporteerd – vooral Engels – huisvuil’

Dat het AEB – een volledige dochter van de gemeente Amsterdam – maar op 30 procent van de capaciteit kan draaien, had meteen tot gevolg dat het Amsterdamse vuil niet meer door Amsterdam zelf verwerkt kon worden: een deel wordt bij Zaandam en bij Lelystad gestort, een deel wordt elders in het land – zoals het Friese Harlingen – verbrand en weer een ander deel – smerig rioolslib – wordt in het Noordzeekanaal gedumpt.

Het heeft ook tot gevolg dat Amsterdam, dan wel Nederland als geheel opgezadeld zit met geïmporteerd – vooral Engels – huisvuil. Want sinds 2011 is Nederland groot-importeur van buitenlands vuil: uit Italië, Duitsland, België en Ierland, maar vooral uit Engeland.

 

Dat gaat ook nog op een koopje voor die vuil-exporteurs, want de 12 Nederlandse afvalverbranders hadden tot deze zomer overcapaciteit. Zonder de buitenlandse vuilaanvoer – een kwart van het totaal – kunnen ze hun vuren niet gaande houden. En dus betalen de Engelsen minder dan de Nederlanders voor hun vuil, ook omdat het kabinet de vuilimport tot dusver belastingvrij laat passeren.

In het geval van het AEB was het Engelse afval extra nodig, omdat de afvalverbranding in het westelijk havengebied doorging voor een win-win-win-machine: het AEB verbrandt op een duurzame manier afval, het levert op een duurzame manier stroom en het produceert op een duurzame manier warmte. Zoiets moois is meestal te mooi om waar te zijn en dat bleek ook.

‘De problemen in Zuid-Holland en Amsterdam staan model voor hoe het klimaatbeleid van Nederland voor de komende decennia is ingericht’

Want al het moois dat het AEB kan is ondertussen wel contractueel vastgelegd: het AEB moet stroom en warmte maken en daarvoor heeft het AEB ook Engels afval nodig en dat is ook weer in contracten vastgelegd. Nu kan het AEB bijna niets, behalve een deel van het Amsterdamse huisvuil verbranden. Bij het AEB wisselen de directeuren elkaar af en nagenoeg de hele Raad van Commissarissen stapt nu ook op.

Een kleine geldinjectie van de gemeente Amsterdam en de banken (16 miljoen) bij het AEB is zeker onvoldoende. De opgestapte commissarissen dachten eerder aan 150 miljoen. En de dieselaggregaten staan al klaar die in september voor de warmte moeten zorgen voor de 35.000 Amsterdamse huishoudens die het AEB anders in de kou zou laten staan.

De Zuid-Hollandse problemen en de Amsterdamse problemen met afvalverbranding ten behoeve van warmte (en stroom) zijn op zichzelf al dramatisch. Maar het wordt nog veel dramatischer, als we beseffen dat de problemen in Zuid-Holland en Amsterdam model staan voor hoe het klimaatbeleid van Nederland voor de komende decennia is ingericht.

Dat klimaatbeleid wordt aangejaagd door het gasbeleid. Op volstrekt irrationele gronden schaft Nederland het verbruik van aardgas af, waar elders ter wereld het aardgas als oplossing geldt. Het afschaffen van het aardgas heeft in de hoofden van Nederlandse politici en ambtenaren de plaats ingenomen van het verminderen van broeikasgassen. Het middel is tot doel geworden.

Hoe dan ook: zo moeten de woningen dus als eerste van het gas af. Nieuwbouw mag al een jaar niet meer aan het gasnet worden aangesloten, bestaande bouw moet deels (1,5 miljoen in 2030, de andere 6,5 miljoen voor 2050) van het gasnet worden afgekoppeld.

‘Het hele klimaatbeleid van het kabinet RutteDrie is doortrokken van dwang en plicht en het afnemen van keuzevrijheid’

Voor de actiegroepen (zoals Milieudefensie) die achter dit idee zitten zit daar een strategisch concept achter. Het idee is: als het gasnet wordt ontmanteld, wordt het gaandeweg onmogelijk ooit – om wat voor reden dan ook – weer op grote schaal aardgas in Nederland te distribueren. Dat activistische concept gaat het klimaatbeleid te boven. Het is een anti-kapitalistisch concept, verpakt in klimaatidealen.

De warmtenetten die hele wijken van warmte voorzien zijn precies het tegenovergestelde: een collectivistische voorziening, waar eigenlijk niemand zich aan kan onttrekken, van overheidswege op monopolie-basis gefaciliteerd en voorgeschreven.

Het hele klimaatbeleid van het kabinet RutteDrie is al doortrokken van dwang en plicht en het afnemen van keuzevrijheid, maar dat geldt bij uitstek van de warmtenetten. Je hebt geen keus en de overheid en de monopolist – vaak allebei – bepaalt ook de prijs.

Tot dusver waren die warmtenetten een betrekkelijk marginaal fenomeen: 400.000 Nederlandse woningen zijn er van afhankelijk. Maar het kabinet RutteDrie moet als onderdeel van het klimaatbeleid en het daarin verpakte oplopende gasverbod voor woningen wel alternatieven steunen en één daarvan zijn de warmtenetten. In 2030 moet het aantal warmtenetwoningen verdubbeld zijn.

Dat is op zich al gek, want warmtedistributie is helemaal niet zo klimaat- en milieuvriendelijk en al helemaal niet kosteneffectief als je de uitstoot van broeikasgas CO2 wilt verminderen. Ieder kind leert op school – of zou op school moeten leren – dat het energieverlies van warmte bij transport en distributie vele malen hoger is dan bij stroom en nog veel hoger dan die van aardgas. Als er bij warmte tientallen procenten verloren gaan  is dat bij aardgas eerder een half procent. Bij een warmtepijp van Rijnmond naar Leiden (40 kilometer) zal het warmteverlies wellicht nog groter zijn.

En dan de oorsprong van die warmte. Dat kan aardwarmte zijn – daar hebben we het nu niet over, al is die ook allesbehalve zonder problemen. Die ‘restwarmte’ waar het hier nu over gaat is een bijproduct van een doorgaans als vies beschouwde industrie: het verbranden van afval, hout of de warmteproductie in chemische fabrieken en raffinaderijen.

‘Het warmtenet is dus niet schoon, het is vuile warmte’

Kortweg gezegd: om het aardgasnet te kunnen ontmantelen worden allerlei veel viezere bedrijfstakken eindeloos in leven gehouden, omdat anders de warmtenetten geen warmte kunnen leveren. Tel uit je winst: echte duurzaamheid legt het af, omdat vuile productie op cynische gronden in leven wordt gehouden. Is dat de innovatie waar Nederland koploper in wil zijn?

Ook zoiets: als het de overheid lukt om de Nederlanders minder afval te laten produceren hebben de afvalverbranders te weinig afval om warmte (en stroom) te produceren, zodat ze weer extra afval moeten importeren uit het buitenland om aan hun verplichtingen te voldoen.

Nu al zorgt de verbranding van buitenlands afval voor ongeveer evenveel extra CO2-uitstoot in Nederland als minister Kajsa Ollongren (D66) met het gasverbod in 2030 aan minder CO-uitstoot door huishoudens wil zien te bereiken. Het warmtenet is dus niet schoon, het is vuile warmte. En de gekte regeert.

Het is een van de vele tekenen dat het Nederlandse klimaatbeleid aan elkaar hangt van de kostbare misverstanden. De provinciale en gemeentelijke rampen in Zuid-Holland en Amsterdam komen uit de koker van amateuristische politici, die hun burgers opzadelen met idealistisch ogende, maar ondoordachte oplossingen die gigantische problemen blijken te zijn.

Het zijn de voorboden van meer rampen, maar dan op veel grotere schaal. Wat Zuid-Holland en Amsterdam doen met hun afvalverbranding en hun warmtenetten doen de Rutte-kabinetten en vooral RutteDrie op Nederlandse schaal. Het is nu al voorspelbaar: aftredende ministers, kabinetscrises, parlementaire enquêtes. Maar, ja dan zijn de rampen al weer geschied.

Het klimaatplan van Rutte 3

7 Redenen waarom klimaatplan Rutte3 niet deugt

Klimaatbeleid: het is duur en het werkt niet

door Syp Wynia

Het kabinet heeft na bijna twee jaar dan echt een klimaatbeleid. Terwijl de premier zelf in het Verre Oosten zat, presenteerden vijf andere bewindslieden het ‘klimaatakkoord’ dat samen met het regeerakkoord, de Klimaatwet en allerlei losse maatregelen het klimaatbeleid van het kabinet vormt. 
Het kabinet jubelt over het resultaat. Het klimaatbeleid houdt Nederland ‘leefbaar voor toekomstige generaties, het biedt behalve ‘milieuwinst’ ook ‘kansen voor de economie, onze welvaart en ons duurzame verdienvermogen’. Alles en iedereen wordt er beter van, ook uw portemonnee. Zou het werkelijk?

Het kabinet gaat de burgers ‘ontzorgen’ en ‘aantrekkelijke financiering’ aanbieden, terwijl de energierekening ook nog eens goedkoper wordt. De industrie wordt een voorbeeld voor de wereld. ‘De inzet voor 2050 is een bloeiende, circulaire en CO2-arme industrie die mondiaal toonaangevend is, zegt het kabinet. Kan het mooier?

De werkelijkheid achter de klimaatplannen van RutteDrie is heel wat minder idyllisch. Het product van twee jaar praten van politici, ambtenaren, activisten en lobbyïsten levert vast hier en daar voordelen op, maar zelden voor de burgers van Nederland. De landbouw moet inkrimpen, maar de natuur wordt vol gezet met zonnepanelen en windmolens. Allerlei oplossingen zijn erger dan de kwaal.

In deze Wynia’s Week staat niet het nut of noodzaak van klimaatbeleid ter discussie. Er zijn best vragen te stellen bij de klimaatplanners van het IPCC en ook bij het Klimaatverdrag van Parijs en al helemaal bij de manier waarop dat verdrag in de rest van de wereld wordt toegepast. Maar daar gaat het nu niet om. We kijken nu alleen hoe Nederland de afspraken van Parijs interpreteert en of dat op een zinvolle en effectieve manier gebeurt.

1 Waarom moet Nederland klimaatkoploper zijn?

 

Daar is eigenlijk maar één reden voor, en die luidt dat D66 in de regeringscoalitie zit. Het klimaat is voor D66 sinds enkele jaren hèt kroonjuweel – onder Rob Jetten bijkans nog meer dan onder Alexander Pechtold. D66-bewindslieden als Kasja Ollongren (Binnenlandse Zaken, woningen) en Stientje van Veldhoven (vervoer) buitelen over elkaar heen als ze zich op klimaatgebied kunnen profileren.

Het heeft er ook mee te maken dat D66 op de kiezersmarkt rivaliseert met GroenLinks, dat op haar beurt met de Partij van de Dieren wedijvert in klimaatambities. Heel links wordt weer opgejaagd door invloedrijke, vaak gesubsidieerde actiegroepen, zoals het invloedrijke Milieudefensie. 

Jesse Klaver van GroenLinks kon het zich dan ook permitteren om buiten de coalitie te blijven en op klimaatgebied toch de invloedrijkste politicus van Nederland te worden. De Klimaatwet die Klaver eerder samen met toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom opstelde, is door de coalitie omarmd en heeft harde doelstellingen voor 2030 en 2050. In 2030 moet al nagenoeg de helft (49 procent) van de CO2-uitstoot in vergelijking met 1990 gereduceerd zijn. Dat staat ook in het regeerakkoord.

Dergelijke doelstellingen maken Nederland tot het ijverigste klimaatland van de wereld, misschien met uitzondering van Zweden dat het met bergen en bossen stukken makkelijker heeft dan het vlakke, volle Nederland. De Europese Unie als geheel loopt voorop in de wereld, maar komt niet verder dan de doelstelling van 40 procent CO2-reductie in 2030, die Nederland trouwens wil opkrikken tot 55 procent. Premier Mark Rutte beweert zelfs, daar een opdracht voor te hebben gekregen van VN-secretaris-generaal António Guterres. 

D66 en ook de rest van het kabinet beweert, dat Nederland grote economische voordelen kan hebben door klimaatkoploper te zijn. Nederlandse vindingen zouden elders aan de man gebracht kunnen worden. Er is overigens niet het geringste bewijs voor. Wat zou de rest van de wereld trouwens aan moeten met unieke Nederlandse ‘vindingen’ als het gasverbod – het afsluiten van woningen en kantoren van aardgas – en het onder de zeebodem stoppen van CO2? 

Nee, de ambitie om klimaatkoploper te zijn is de uitkomst van een typisch Nederlands fenomeen. Iedereen buitelt binnenslands over elkaar heen om de beste en de mooiste en de beste getuigenispoliticus te zijn. Zo wordt de typisch Nederlandse ambitie gevoed om het buitenland een poepie te laten ruiken. Het is Nederland Gidsland. Of de wereld er beter van wordt is van minder belang. Dat staat dan ook helemaal niet vast.

2 Het helpt niet

Nederland draagt maar een paar duizendste bij aan de broeikasuitstoot, die geacht wordt het klimaat op te warmen. Nederlands klimaatbeleid is dus sowieso nooit erg effectief, daar is Nederland te klein voor. Maar als dan toch de ambitie bestaat om voorbeeldland te zijn, dan ligt het in de rede om het slim aan te pakken.

Zo wordt wel gezegd, dat het Nederlands eigenbelang is om voorop te lopen met klimaatbeleid, omdat Nederland zo laag ligt en dus bij uitstek last gaat krijgen van een stijgende zeespiegel die het gevolg kan zijn van hogere temperaturen. Klimaatbeleid (kortweg: minder CO2) is echter wel een hele inefficiënte manier om je als Nederland te wapenen tegen hoog water. 

Als Nederland langs de weg van het klimaatbeleid het zeewater in toom wil houden, kan ons land beter miljardensubsidies aan China geven, om dat land te bewegen niet meer, maar minder kolencentrales te bouwen. Of, nog beter: geld reserveren voor hogere dijken, want die helpen echt. Maar daar is Nederland tien jaar geleden al aan begonnen: miljarden uittrekken voor dijkenbouw voor de komende eeuw. In die zin is het klimaatbeleid dubbelop. Nederland had al een klimaatadaptatiebeleid, lang voor het goed en wel een klimaatbeleid had.

3 Het is peperduur als je het afzet tegen het beoogde effect

Als je dan toch een ambitieus klimaatbeleid wilt, kijk dan hoe je tegen de geringste investering het grootste effect bereikt. Ander gezegd: kijk hoe je voor de minste euro’s de grootste CO2-reductie weet te bereiken en tegelijkertijd schadelijke gevolgen voor mens, natuur en milieu weet te beperken. Dat zou pas nuchter klimaatbeleid zijn.

Maar het klimaatbeleid van RutteDrie is helemaal niet nuchter. Het is een resultaat van emoties en van mensen die sentimenten handig weten aan te wenden. Het is het product van klassiek Nederlands schuldgevoel en van handige jongens en meisjes die daar een slaatje uit weten te slaan. Het is het product van groepsdenken en tunnelvisie.

Een sprekend voorbeeld is het gasverbod, dus het afsluiten van de Nederlandse woningen, kantoren en scholen van het gasnet. Wie er het eerst over begonnen is, is een raadsel, maar waarschijnlijk is het de actiegroep Milieudefensie, die de aardbevingen in Groningen benutte om alle aardgas – waar ter wereld het ook vandaan moge komen – een slechte naam te bezorgen. Zo kon het gebeuren dat in de hele wereld het gebruik van aardgas als een milieu- en klimaatvriendelijke optie wordt gezien, terwijl uitgerekend gasland Nederland met zijn voorbeeldige infrastructuur als eerste en enige land ter wereld zijn burgers van het gas af wil hebben.

De kosten van dat gasverbod voor burgers en (kleine) bedrijven zijn immens. Het vraagt tot 2050 een investering van 500 miljard euro – het grootste bedrag van het hele klimaatbeleid. Volgens het kabinet mag je zo niet rekenen, want die uitgaven worden gecompenseerd door lagere energierekeningen voor burgers. 

Alleen is er niemand die kan en wil garanderen dat de (vele) tienduizenden euro’s die burgers per woning kwijt zijn ook echt tot een lagere energierekening leiden. De talloze subsidiepotjes waar het kabinet mee schermt zijn sowieso slechts een druppel op de gloeiende plaat (en zullen opgebracht moeten worden uit hogere belastingen, die ook weer bij burgers belanden).

Uit berekeningen van het Planbureau van de Leefomgeving is af te leiden, dat als het gasverbod het klimaat al helpt – er zijn ook berekeningen van het omgekeerde – dat ongeveer 200 euro per niet-uitgestoten ton CO2 zou kosten. Dat is peperduur en ongeveer het twintigvoudige van het klimaatbeleid voor de landbouw, dat dus veel effectiever is. Het klimaatbeleid van RutteDrie voldoet niet aan de nuchtere eis, dat die het meest moet opbrengen voor de minste euro’s. Het is dan ook peperduur.

Wat hoogst misleidend is, is dat het kabinet steeds spreekt van ‘maatschappelijke’ dan wel ‘nationale’ kosten van het klimaatbeleid, die beperkt zouden blijven tot enkele miljarden euro’s per jaar. Maar de kosten die burgers en ondernemers moeten maken zitten daar niet bij. Aannemelijk is echter, dat het beslag dat het klimaatbeleid legt andere uitgaven van burgers in de weg gaat zitten en de economische groei zo een douw bezorgt, tientallen jaren achtereen.

De collectieve lasten zijn onder de kabinetten-Rutte al jaar op jaar gestegen, met koopkrachtstagnatie tot gevolg. Volgend jaar zou het eindelijk beter moeten gaan. Maar ja, nu komen de kosten van het klimaatbeleid…

4 Veel oplossingen zijn erger dan de kwaal

Dat geldt ook weer voor het gasbeleid, omdat er zoveel meer stroom geproduceerd zal moeten worden voor huizen en de gaandeweg verplichte elektrische auto’s – stroom die alleen maar geproduceerd kan worden als er meer gas wordt gebruikt voor de elektriciteitscentrales. Het verbieden van gas leidt dus tot meer gasverbruik.
In het algemeen lijkt het kabinet-Rutte een blinde liefde voor elektriciteit te paren aan een blinde afkeer van aardgas. Wat extra gek is, omdat de staat – het kabinet dus – grote belangen heeft in de transport en de verkoop van gas, vooral via staatsbedrijf Gasunie en semi-staatsbedrijf GasTerra, die zich trouwens pas recentelijk tegen het gasbeleid van het kabinet zijn gaan verzetten.
De verafgoding van stroom en de irrationele gashaat leiden tot wonderlijke uitkomsten. Bijkans wordt vergeten dat verreweg de meeste stroom nog steeds wordt opgewekt door het verbranden van brandstoffen. Die gedachte poetst het kabinet weg door voor de blinde ambitie te gaan om in 2030 meer dan 70 procent van de stroom uit duurzame bron – inclusief houtstook, dat dan weer wel – te halen. Erg reëel lijkt dat niet, tenzij de halve Noordzee en nagenoeg het hele Nederlandse platteland vol met torenhoge windmolens en poldergrote zonneparken wordt gezet.
En wat te denken van de aardwarmte, die als alternatief voor aardgas wordt gepresenteerd? Het Staatstoezicht op de Mijnen volgt de ‘geothermie’ met argusogen en heeft al een groot aantal aardwarmteprojecten getorpedeerd – vanwege het risico van aardbevingen. Zo’n verbod trof onder meer de stad Groningen, dat aan de geothermie was begonnen als alternatief voor aardgas.
De collectieve warmteleidingen zijn trouwens ook al behoorlijk omstreden, ook als ze niet worden gevoed door aardwarmte. In Nijmegen-Noord zitten mensen vast aan de warmteleverantie van monopolist Vattenfall (voorheen: Nuon) en kunnen daar alleen tegen hoge kosten van af. In Diemen is Nuon bezig een gascentrale te vervangen door een centrale op biomassa. Want biomassa (hout) wordt op basis van een wonderlijke redenering als goed voor het klimaat gezien, terwijl het aantoonbaar slechter is voor zowel milieu en klimaat als gas. Maar het gas wordt verboden, terwijl het hout wordt gesubsidieerd.

 

 

5 Nederland doet het op zijn eentje

Het wonderlijke van het klimaatbeleid van RutteDrie is, dat het wordt gedragen en aangejaagd door partijen die altijd voor meer Europa zijn, terwijl het klimaatbeleid volledig op eigen Nederlands houtje verloopt. Terwijl Nederland van het gas af wil, gaat Europa – Duitsland en België incluis – aan het gas. Het CCS-beleid (CO2 onder de zeebodem) gebeurt vrijwel nergens of is – net al in Nederland zelf – eerder al mislukt en stopgezet. Als het om het klimaat gaat is Nederland een egotripper – een arrogante egotripper, die zonder enig bewijs aanneemt dat de rest wel zal volgen. Het Nederlandse klimaatbeleid kijkt niet over de dijken.

 

6 De vervuiler betaalt niet (of veel minder)

Het kabinet-Rutte heeft te elfder ure de kosten van het klimaatbeleid iets minder onrechtvaardig gemaakt voor burgers, die samen maar een klein deel van de CO2-uitstoot voor hun rekening nemen, maar het merendeel van de kosten van klimaatsubsidies voor hun rekening namen.
Maar nog steeds zijn de verhoudingen scheef, ook al omdat bedrijven niet meebetalen aan de klimaatmaatregelen van burgers, maar burgers wel aan die van bedrijven. Zo mogen grote bedrijven (raffinaderijen, hoogovens) doorgaan met hun CO2-uitstoot, maar kunnen ze die voor een belangrijk deel op kosten van de belastingbetaler onder de zeebodem stoppen. Om een idee te geven: het totaal van wat zo tot 2030 aan CO2 onder de zeebodem wordt weggestopt is het dubbele van wat het kabinet denkt te besparen aan CO2-maatregelen voor huizen, kantoren en scholen.

 

7 Het klimaatbeleid neemt een loopje met de democratie

Bij de Kamerverkiezingen van 2017 ging het niet over het klimaat. Dat was niet zo vreemd, want het was ook niet het gesprek van de dag. Kort voor de verkiezingen constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau dat amper één procent van de Nederlanders onderwerpen als klimaat en ‘duurzaamheid’ bovenaan hadden staan als het om politieke problemen ging.

Maar tijdens de formatie werd Nederland dus plotseling ‘klimaatkoploper’. Daar was eigenlijk geen kiezer aan te pas gekomen, want het was immers geen thema geweest. Van een mogelijk gasverbod had niemand gehoord en wie het wel had gehoord kon het amper geloven. 
De uitwerking van het klimaatbeleid werd bovendien in handen gegeven – net als onder Rutte-II – van een gezelschap ondernemers en actiegroepen, die in staat werd gesteld onder leiding van (oud-)politici als Ed Nijpels en Diederik Samsom hun belangen uit te ruilen – niet zonder uitzondering voor rekening van de buitenspel gezette burger.

Minister Kajsa Ollongren van D66 beijverde zich ondertussen om gemeenten van extra taken en rechten (zoals het ‘binnentredingsrecht’ bij onwillige bewoners) te voorzien om via een ‘wijkaanpak’ het van het gas af halen van huizen door te zetten. Zoals Ollongren ook, samen met klimaatminister Eric Wiebes van de VVD, speciale ‘regio’s’ creëerde die met de stok van Binnenlandse Zaken achter zich vergunningen voor windmolens en zonneparken dienen af te geven.

Voor de democratie is het klimaat geen feest. Politici, maar ook activisten en bewoners van de ‘klimaattafels’ van Nijpels en Samsom vinden ‘het klimaat’ al te vaak ‘te belangrijk om aan burgers over te laten’. Daarover later meer

 

Inleiding

Deze site bevat informatie over de demografische effecten van immigratie naar Nederland. Daarnaast wordt ook informatie gegeven over de kosten en baten van immigratie. 
 
Deze informatie is gebaseerd op een computermodel waarmee vier scenario's zijn doorgerekend. Deze scenario's zijn bedoeld om een beeld te geven wat het beleid van politieke partijen betekent voor de bevolkingsontwikkeling en de kosten van immigratie. 


 

 

 

Waarom deze site

Deze website komt voort uit de wens om inzicht te krijgen in de demografische gevolgen van immigratie en om die inzichten te delen met geïnteresseerden. De naam van de site verwijst daar ook naar; het gaat om de democratisering van demografische kennis in Nederland. Vandaar de naam demo-demo.nl.

Feitelijk komt mijn motivatie om deze site te beginnen voort uit vier bronnen: nieuwsgierigheid, ergernis, bezorgdheid en verantwoordelijkheid.

Nieuwsgierigheid

De nieuwsgierigheid wordt gevoed uit mijn interesse in het onderwerp immigratie. Ik was altijd al geïnteresseerd in verschillende culturen en heb vroeger ook veel gereisd, onder andere in Afrika, Azië en de voormalige Sovjet Unie. Vanuit die interesse heb ik na mijn studie wiskunde en informatica aan de Universiteit Utrecht culturele antropologie gestudeerd aan de UvA. Daarna ben ik aan diezelfde universiteit gepromoveerd op het onderwerp migratie. Mijn proefschrift ging over de kennis die economen in de loop der tijd hebben geproduceerd over de economische gevolgen van immigratie naar Nederland en ook over de vraag of die kennis wel geproduceerd mocht worden. Ik ben dus oprecht geïnteresseerd in de effecten van immigratie op de ontvangende samenleving. Daarnaast heb ik ook wel een voorliefde voor de cijfertjes achter de verschijnselen en voor het schrijven van computerprogramma's.

Ergernis

Wie op zoek gaat naar goede informatie over immigratie vindt niet altijd wat hij of zij zoekt. Daar begint de ergernis. Wie bijvoorbeeld wil weten wat een bepaalde mate van immigratie doet met de etnische samenstelling van de bevolking of het percentage moslims in Nederland, komt al snel uit bij gezaghebbende instituten als het NIDI en het CBS. Op zich zijn die uiteraard beter toegerust dan ik om een demografisch model te ontwikkelen, maar de informatie die ze produceren bevredigt niet altijd. 

Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat het CBS de derde generatie allochtonen automatisch tot de autochtonen rekent, ongeacht of zij zich Nederlander voelen of willen zijn. Anders gezegd: de mate en het moment van assimilatie (opgevat als zelfidentificatie met Nederland) staan bij voorbaat vast. Dat is niet realistisch. Wat ook ontbreekt zijn toegankelijke scenario's om bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal niet-westerse immigranten of het aantal islamieten in Nederland te relateren aan een bepaalde mate van (asiel)migratie of aan een bepaalde mate van secularisatie of assimilatie. 

Ook bestond er geen middel om de kosten en baten van het migratiebeleid door te rekenen. Dat is onbegrijpelijk in een land waar alle verkiezingsprogramma's door het CPB worden doorgerekend. En tevens onverantwoord, want de impact van immigratie op het overheidsbudget is groot. 

Daarom besloot ik zelf een demografisch model te bouwen en een computerprogramma te schrijven, waarmee ik de demografische en economische effecten van beleidsscenario's door kon rekenen.

Bezorgdheid

Een belangrijke motivatie om al die moeite te doen is bezorgdheid. Ik voel me Europeaan en westerling en tot op zekere hoogte ook wereldburger. Maar ik identificeer me toch in de eerste plaats met Nederland. En ik denk dat teveel immigratie op de manier zoals die nu plaatsvindt niet goed is voor Nederland. 

De immigratie van teveel kansarme niet-westerse immigranten vormt een bedreiging van onze welvaart, onze welvaartsstaat en de sociale vrede. Het kernpunt is dat we door onze uitgebreide welvaartsstaat niet in staat zijn om grote aantallen immigranten van gemiddeld of laag scholingsniveau te absorberen. Veel te veel mensen komen in laaggeschoolde banen of een uitkering terecht. Dat kost grote sommen geld, omdat ook de meeste werkende immigranten over hun hele verblijfsduur netto-ontvangers van de welvaartsstaat zijn. Door structurele onderliggende oorzaken (outsourcing, robotisering, automatisering, enzovoort) is het vrijwel onmogelijk om daar beleidsmatig iets aan te doen middels banenplannen en dergelijke. 

Nu nog zijn we in staat om de latente etnische en religieuze tegenstellingen af te kopen met verzorgingsstaatarrangementen. Maar juist doordat immigratie ontzettend veel geld kost is die verzorgingsstaat op termijn niet houdbaar, als er in de toekomst sprake is van een structureel hoog niveau van ongeselecteerde immigratie. Als het huidige beleid van nauwelijks selectieve massa-immigratie wordt voortgezet, dan zullen er economische tegenstellingen - die langs etnische en religieuze breuklijnen lopen - aan de oppervlakte komen met alle gevolgen van dien. 

Daarnaast vormt een te grote immigratie van mensen die zich niet of nauwelijks identificeren met Nederland - en met de Nederlandse normen en waarden - een bedreiging voor de instandhouding van de Nederlandse samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor de immigratie van orthodoxe moslims. Orthodoxe moslims hebben veelal een waardesysteem dat op cruciale onderdelen conflicteert met het westerse waardesysteem dat in Nederland domineert. Het gaat dan om een aantal in het oog springende punten als de gelijkheid van man en vrouw. Maar onderliggend gaat het zaken die zo mogelijk nog wezenlijker zijn. Een voorbeeld is het feit dat in het Westen religie bijna helemaal is teruggedrongen naar het privédomein. Uit onderzoek van onder andere de socioloog Ruud Koopmans is gebleken dat dit haaks staat op de visie van een groot deel van de orthodoxe moslims, die vinden dat hun religieuze wetten (de sharia) boven de wetten van Nederland staan. 

Bij kleine aantallen immigranten hoeft het niet direct een probleem te zijn dat immigranten een conflicterend waardesysteem hebben. Maar bij massale immigratie kan het leiden tot een strijd om de dominantie van het ene dan wel het andere waardesysteem. Veel progressieve mensen gaan er van uit dat culturele diversiteit altijd op voorhand goed is, een doel dat nastrevenswaardig is en tot op zekere hoogte is diversiteit uiteraard wenselijk. Maar als die diversiteit leidt tot allerlei disfunctionele conflicten in de samenleving en het democratische proces gaat frustreren, dan ligt het tegendeel meer voor de hand. 

Laten we ook niet onderschatten dat de massa-immigratie geleidelijk het waardesysteem van een samenleving verschuift. Het waardesysteem vormt een onderdeel van wat de antropoloog Marvin Harris aanduidt als de superstructure van de cultuur. Die superstructure is mede bepalend voor de wijze waarop culturen basale zaken als economische productie en menselijke reproductie organiseren. Dus een ander wereldbeeld en een ander systeem van normen en waarden kan uiteindelijk ook leiden tot een andere samenleving.

Verder is massale immigratie een potentieel probleem als veel immigranten zich niet met het ontvangende land identificeren. Symbolisch op dit punt waren de demonstraties en het vlagvertoon van Erdogan-aanhangers op de Erasmusbrug in Rotterdam na de mislukte Turkse coup. Deze mensen bevestigden wat al langer blijkt uit onderzoek van de SCP: een groot deel van de immigranten van Turkse herkomst (en ook een aantal andere groepen) identificeert zich nauwelijks met Nederland en veel meer met het land van herkomst. 

Als er steeds meer immigranten komen die zich niet of nauwelijks met Nederland identificeren, dan is dat in potentie een probleem. Want Nederland is er niet zomaar. Nederland bestaat bij de gratie van het feit dat er voldoende mensen zijn die zich met Nederland identificeren. Dat al die mensen heel verschillend zijn, maar toch ook tot op zekere hoogte gedeelde waarden en normen hebben. En dat de meeste van die mensen op de een of andere manier een inspanning leveren om Nederland - dit welvarende, vrije en vredige land - steeds weer opnieuw vorm te geven en in stand te houden. Die reproductieve capaciteit komt in gevaar door te veel immigratie.

Tot slot dit. Veel progressieven verdedigen graag de rechten van minderheden - zoals de oorspronkelijke, inheemse bevolking (indigenous population) van Amerika - op de beleving en het behoud van hun eigen taal en cultuur. Maar met datzelfde argument kan men argumenteren dat ook de indigenous population van Nederland recht heeft op de beleving en het behoud van de eigen taal en cultuur. De enige plaats waar die Nederlandse indigenous population de eigen taal en cultuur kan beleven is Nederland. Nergens anders kunnen zij heen om die beleving te hebben. Dus als de Nederlandse indigenous population dat recht op behoud van taal en cultuur heeft, dan heeft zij ook het recht om zich te vrijwaren van al te abrupte of ingrijpende veranderingen van die taal en cultuur door massale immigratie. Dit is iets waar veel Nederlanders - waaronder ik - zich terecht zorgen over maken.

Verantwoordelijkheid

Het mag duidelijk zijn dat ik de huidigeimmigratie onverantwoord vind. Het stoort me dan ook dat er behoorlijk veel mensen zijn - met name hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen aan de linkerzijde van het politieke spectrum - die de massale immigratie van de afgelopen decennia een mooie zaak lijken te vinden. Een voorbeeld vormt het VN-vluchtelingenverdrag. Ik denk dat dat verdrag totaal niet houdbaar is, maar nogal wat progressieven en christenen vinden dat wij altijd onderdak moeten bieden aan verdragsvluchtelingen, hoeveel het er ook zijn. Impliciet zeggen die mensen dat Nederland via het VN-vluchtelingenverdrag de mensenrechten van 7 miljard wereldburgers (en aan het eind van de eeuw 11 miljard) moet garanderen. In de praktijk gaat het in het asielherkomstgebied (ruwweg West-Azië, Afrika en enkele Europese landen) op dit moment om ongeveer 2 miljard mensen en aan het eind van de eeuw om ongeveer 6 miljard mensen. De meeste asielzoekers komen terecht in een dozijn Europese landen die samen ongeveer 400 miljoen inwoners tellen. Dat is totaal uit verhouding. Ik vind dat gevaarlijk en naïef omdat de massale migratie die daarvan het gevolg kan zijn simpelweg verwoestend uit kan pakken voor het Nederland zoals we dat nu kennen. 

Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om middels deze site zo goed mogelijk inzicht te geven in de economische en demografische gevolgen van de massa-immigratie, juist omdat overheidsinstituten als het SCP, CBS en CPB hier de zaak op onderdelen laten liggen. Die leemte probeer ik op te vullen met deze eerste poging om alle beschikbare informatie zo goed mogelijk in één model onder te brengen. Hopelijk pakken genoemde overheidsinstituten dit initiatief op en produceren zij eindelijk een betrouwbaar model waarmee systematisch alle beleidsvoornemens en verkiezingsprogramma's inzake immigratie op economische en demografische effecten kunnen worden doorgerekend. Dat zou een goede zaak zijn, want die instituten zijn met al hun menskracht, expertise en middelen ongetwijfeld beter geoutilleerd voor deze taak dan ik.

Stemwijzer

Deze site is ook te gebruiken als een soort 'stemwijzer' op het onderdeel migratie. Er zijn vier scenario's ontwikkeld die inzicht geven in het effect van verschillende typen immigratiebeleid, begrensdmainstreamruimhartig en onbegrensd:

  • Ter rechterzijde van het politieke spectrum zijn er partijen zoals de PVV en Forum voor Democratie die de immigratie verregaand willen terugdringen. De effecten van een dergelijk beleid worden verbeeld door het scenario begrensd.

  • In het midden bevinden zich politieke partijen als de VVD die de status quo willen handhaven. De effecten van dergelijke beleid worden weergegeven in het scenario mainstream.

  • Ter linkerzijde zijn er partijen als GroenLinks en D66 die graag spreken over een ruimhartig toelatingsbeleid en het feit dat elke echte vluchteling altijd welkom moet zijn in Nederland. Voor deze partijen zijn de scenario's ruimhartig en onbegrensd ontwikkeld.

In het laatste geval is er gekozen voor twee scenario's omdat deze partijen in principe een onbegrensd beleid voorstaan waarbij het aanbod van asielzoekers de instroom bepaalt en elke uitkomst in principe mogelijk is. Met de twee scenario's worden de effecten bekeken van twee ordes van grootte van asielinstroom.

Historisch perspectief

Om de figuren elders op deze site in perspectief te plaatsen het volgende historisch voorbeeld van het mogelijk verloop van bevolkingsontwikkeling door immigratie. Volgens de CPB-publicatie Immigratie in Nederland: economische gevolgen uit 2000 waren er begin jaren zeventig 55 duizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders in Nederland en 20 duizend gezinsleden, in totaal 75 duizend personen. Inmiddels is deze groep meer dan vertienvoudigd tot 817 duizend personen (inclusief 33 duizend personen van de derde generatie).

 

 

 

In ontwikkeling

Deze site is uit bovenstaande motieven ontstaan. Echter, dit project is van dermate omvang en complexiteit dat het eigenlijk te veel is voor één persoon. Gelukkig heb ik meerdere deskundige mensen kunnen consulteren, waaronder Hans Roodenburg, voormalig hoofdonderzoeker van het CPB (waarvoor dank!). Ik heb naar eer en geweten, en met alle kennis en kunde die ik heb, een poging gedaan om tot een toekomstverkenning te komen. Het model en daarmee de site zijn in ontwikkeling.

Ik hoop twee dingen te bereiken. In de eerste plaats dat de gevestigde instituten een permanent lopende tool ontwikkelen om de economische en demografische effecten van het migratiebeleid (of het ontbreken daarvan) door te rekenen. Daarnaast hoop ik dat geïnteresseerden via het contactformulier komen met aanvullingen of mij wijzen op eventuele hiaten en of fouten. Eventuele wijzigingen zal ik bijhouden in een versiebeheer. 

Dr. Jan H. van de Beek

© 2017 Jan H. van de Beek