Goede doelen

Goeden doelen spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel

31 maart 2021  Door INDIGNATIE REDACTIE

 

Nog levendig staat mij het verhaal van een deur-aan-deur verkoopster voor ogen. Zij verkocht kaarten voor goede doelen – of althans een deel van de opbrengst ging naar een goed doel. Wat ze er niet bij vertelde was dat het maar om enkele procenten ging. Het merendeel van de kaartverkoop ging naar het bedrijf. Oftewel eerst naar haar baas en de kaartenontwerpers, dan naar de verkopers, en het ‘goede doel’ was de sluitpost.

Afhankelijk van de Algemeen Plaatselijke Modelverordening van de gemeente, betreedt je met dergelijk werk al gauw schimmig terrein. Haar commentaar was als volgt: ‘Niks mis mee toch? Als ik de kopers voor een paar euro een goed gevoel bezorg.’

Intenties boven consequenties

En dat vat het hele eieren eten rond de goede doelen. Vaak gaat het om de intentie die eraan ten grondslag ligt – naar de doelmatigheid wordt dikwijls niet gekeken. Komt het geld in goede handen terecht? Concurreert het goede doel met initiatieven van de lokale bevolking, verdringt het plaatselijke initiatieven? Wat blijft er aan de bobo-strijkstok hangen? Zijn dit projecten die zichzelf kunnen bedruipen, of stort alles in zodra de geldinjectie stopt? Bij veel goede doelen komt weinig realisme kijken – het selling point van goede doelen is dikwijls intentiedenken: geven om jezelf goed te kunnen voelen of onder druk van morele chantage.

Ze spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel.

Goede doelen zijn vaak ook elitair. Terwijl juist iedereen zou moeten kunnen profiteren. Denk aan de jongeren die naar Bolivia gaan om straatkinderen te helpen, in plaats van een potje te dammen met hun bejaarde buurman die weduwnaar is. Bolivia staat natuurlijk beter op je CV – je moet maar net de connecties hebben om zo’n reis te kunnen ondernemen. En je moet vrijgesteld zijn. Als jouw ouders geen nanny kunnen betalen om je gehandicapte zus te verzorgen, kun je dus niet mee. Daarnaast zijn goede doelen qua profiel en imago dikwijls anti-patriottisch. Ze spelen in op het westers eurocentrisch schuldgevoel.

Ontluisterende seksfeesten

Ontluisterend was het Kamerdebat over de seksfeestjes bij Oxfam Novib. ‘Medewerkers van de Britse tak van hulporganisatie Oxfam hebben na de verwoestende aardbeving op Haïti met Oxfam-geld seksfeestjes georganiseerd met, mogelijk ook minderjarige, prostituees.’ Het oordeel van Minister Kaag (D66) luidde als volgt: ‘Verwerpelijk en totaal onacceptabel.’ Ook Oxfam zelf reageerde met een brief aan BuZa waarin maatregelen werden opgesomd. De vraag dringt zich echter op waarom het nodig was om 111 miljoen euro (!) te doneren aan Haïti, terwijl er in Nederland velen onder de armoedegrens leven.

 

Lees ook:  ONGELIJKHEID Top 1% verantwoordelijk voor de dubbele koolstofuitstoot van de onderste helft: Oxfam

 

Kennelijk vonden sommigen dat alleen andere moslims mochten profiteren

Er zit een aspect in van de christelijke zelfverloochening. Mensen helpen die verder van je afstaan, is kennelijk moreel beter dan te doneren aan doelen die dichtbij staan, aan mensen met wie je je directer kunt identificeren. Hoe verder de geholpen persoon van je afstaat, hoe moreel ‘puurder’ de handeling is. Andersom wordt er niet altijd zo gedacht. Een man genaamd Mo organiseerde een kickbokstoernooi waarvan de opbrengsten naar arme mensen zouden gaan. Hij vertelde dat hij negatieve kritiek kreeg vanuit de moslimgemeenschap. Kennelijk vonden sommigen dat alleen andere moslims mochten profiteren van zijn initiatief, en niet zomaar willekeurige armen.

Het trieste levensverhaal van Isabel Robeson

Isabel Robeson onthulde na het schandaal van Oxfam Novib haar ervaringen met de sector op sociale media. Robesons ouders sleepten haar de wereld over om overal ‘aan de frontlinies’ humanitaire hulp te bieden. Maar, zo liet ze weten: ‘De sector zit vol narcisten’. Want waarom zou je het lijden opzoeken? Volgens haar trekt het lijden narcisten aan die zich ermee volzuigen als een spons, als bijna een vorm van spektakel.

Zij voegt daar aan toe dat hun leefstijl tot op bepaalde hoogte zelfs onnatuurlijk is. Voortdurend in het buitenland met zelden de kans om langdurig op een plek te blijven en ‘wortel te schieten’. Het masker, naar buiten toe, is: ‘kijk mij eens goed doen’, terwijl er in de privésfeer vaak een ander verhaal achter schuilt. Robesons moeder verborg haar eigen geestelijke problemen achter het smetteloze imago van de ontwikkelingswerker, terwijl ze haar kinderen mishandelde. Haar vader werkte voor de VN en was net zo.

 

Lees ook:  Moeten scholen vertrouwen op Ed Tech?

Wereldverbeteraars stelen de show met zielige verhalen over verdrinkende migranten

Velen in de sector laten ontwortelde en gefragmenteerde gezinnen achter – ‘een teruggekeerde ISIS-strijder zouden ze beter behandelen’, aldus Robeson. Wereldverbeteraars stelen de show met zielige verhalen over verdrinkende migranten en lobbyen voor een ruimhartiger migratiebeleid. Zij lezen anderen de les over wereldburgerschap en hoogstaande morele waarden, maar gaan zélf niet naast de teruggekeerde ISIS-strijder wonen. Tegelijkertijd onttrekken de meeste goede doelen zich aan alle gevolgen die de instroom van zulke mensen en hun culturen heeft op de oorspronkelijke inwoners van westerse landen.

Schaamteloze zelfverrijking

Toch is het kennelijk doodnormaal om te doneren aan dergelijke organisaties; op sociale media komen intussen dikwijls lijsten voorbij met alle goede doelen en daarachter de salarissen, van wat alle betrokken topfiguren verdienen. ‘100.510 euro is het gemiddelde jaarsalaris van een directeur van een goed doel op fulltimebasis.’ aldus deondernemer.nl. Ene Erik Schrijver lanceerde ook een lijst salarissen die viraal ging en later werd aangemerkt als hoax. Maar de teksten die het ‘lijstje van Erik’ moeten ontkrachten zijn bijna net zo pijnlijk als het lijstje zelf: ‘De directeur van het Rode Kruis ontvangt €135.000 en geen €198.000 (gegevens 2016). De directeur van de Hartstichting verdient geen €181.119 maar €144.445.’

 

Lees ook:  Armoede of ongelijkheid kan niemand wat schelen, toch?

Ondanks verontschuldigingen door de directeur kostte de seksrel Oxfam Novib destijds zo’n 700 leden in Nederland

En hoeveel geld gaat er niet op aan flitsende reclamespotjes waarin uitgemergelde Afrikaanse kindjes voorbij strompelen, vanuit de juiste hoek in beeld gebracht zodat ze nóg sterker vermagerd lijken? Hoeveel marketeers verdienen daar een dikke boterham mee? Ondanks verontschuldigingen door de directeur kostte de seksrel Oxfam Novib destijds zo’n 700 leden in Nederland – in meer algemene zin is het duidelijk dat de markt voor goede doelen nog moet worden opgevoed.

Conclusie: kies bewust!

Mensen kunnen beter een goed doel kiezen dat dichtbij staat, zodat je meer zicht en controle hebt op wat er met je geld gebeurt, en zodat je niet indirect een antiwesterse lobby steunt. De ‘goede doelen’ sector heeft er voor de eigen continuïteit immers een belang bij dat Europeanen zich schuldig voelen over de ellende in het buitenland: dan zijn zij immers medeverantwoordelijk voor een oplossing, en moeten dus de knip trekken. Stop deze waanzin, en kies vandaag nog een beter doel.

De brief van Nicki Pouw-Verweij

Covid 1984

Covid-1984 aldus Maurice de Hond

17 augustus 20206 Reacties/in COVID-19

Orwells Boek

Op een aantal plekken zag ik deze woordcombinatie Covid-1984 al opduiken. Het verwijst naar het beroemde boek van Orwell, die dat in 1948 heeft geschreven. Ik had dat boek van Orwell al ergens in de jaren zestig gelezen. Het maakte een grote indruk op me. (Voor een korte samenvatting raad ik dit aan of dit).  Ook zag ik later de film. Big Brother is de naam van de leider van de staat uit het boek van Orwell.

 

Het was de beschrijving van de ultieme versie van een totalitaire staat. Toen ik het boek las bestond het ijzeren gordijn nog. We dachten in die tijd dat dit een soort beschrijving was van hoe het in Rusland toeging. Weliswaar een wat extremere vorm, maar toch herkenbaar via het beeld dat van die landen achter het IJzeren Gordijn in het Westen werd geschetst.

Het aantal landen dat leek op het beeld dat Orwell schetste nam na 1989 fors af. En eigenlijk verdween het boek bij mij wat achter de horizon.

Vanaf 1995 maak ik enthousiast gebruik van internet. Veel van wat ik ervan verwachtte en in mijn boek “Dankzij de snelheid van het licht” beschreef, is uitgekomen.

Er is zoveel meer mogelijk geworden dan voor het jaar 1995. Als ik alles op een rijtje zet dan is voor mij het grote verschil dat ik dat wat ik al voor 1995 deed inmiddels een stuk efficiënter kon doen. Maar die winst zinkt in het niet bij de gigantische uitbreiding aan mogelijkheden, die ik als individu heb om datgene wat ik wil weten of wat ik wil doen ook in de praktijk te brengen. Afstand en tijd zijn eigenlijk verdwenen. En je hebt toegang tot (vrijwel) alle informatie die er in de wereld beschikbaar is.

De informatie die ik het afgelopen halve jaar heb kunnen verzamelen en wat ik vervolgens heb kunnen doen, inclusief het bereik, zou zonder internet onmogelijk zijn geweest. Ook niet als honderden mensen fulltime er, maar dan zonder de hulp van internet, mee bezig zouden zijn geweest.

Daarbij gaat het niet alleen erom dat ik alle relevante nieuwsartikelen en studies direct kan bekijken. Maar nog meer, dat ik door veel mensen, die mij volgen, attent gemaakt wordt op nieuws of studies waarvan zij denken dat die relevant voor mij is. Er is op een organische manier een vrijwillige virtuele organisatie ontstaan met als kern de blogs, die ik schrijf en mijn uitingen in de media. Binnen een paar uur nadat een nieuwe relevante studie verschijnt krijg ik het al toegestuurd (en soms wel meer dan 10 keer). Ik krijg informatie van deskundigen op allerlei terreinen. Met name uit het veld met vaak bijzondere achtergrondinformatie. Plus ook hypothesen, soms op een indrukwekkende wijze onderbouwd. En ik kan communiceren met deskundigen over de hele wereld. En gelukkig zijn er ook een aantal klokkenluiders, die me relevante informatie verstrekken.

Upside down

Maar wat ik sinds half maart vervolgens heb mogen ervaren zou ik een maand ervoor compleet voor onmogelijk hebben gehouden. Het heeft componenten van het boek van Orwell 1984. En ik zie ontwikkelingen, die lijken op datgene wat er gebeurt in landen waar een oorlog aan de gang is. Weliswaar op een compleet andere wijze dan het traditionele beeld dat we van oorlog hebben, maar ik herken wel elementen, die er op lijken.

In heel veel landen zijn er vanaf maart maatregelen genomen, die aan de economie en samenleving een schade hebben toegebracht van een ongekende omvang. Materiele schade groter dan die van menige oorlog uit het verleden. Een schade, die vele malen groter zal zijn dan menigeen nu denkt. Het zal niet alleen samenlevingen ontwrichten, maar ook de relaties tussen landen. Het unieke van deze schade is, dat landen het zichzelf hebben aangebracht. Ik heb het al een keer beschreven in het blog “We zijn collectief aan het harakiri plegen”.

Wat er gebeurd is rond half maart kan ik niet anders omschrijven als een vorm van massahysterie. En dan wel in een groot aantal landen. Dit doe ik niet met een expliciet of impliciet waardeoordeel. Het was eigenlijk een logisch gevolg van de indringende beelden van het grote aantal ernstig zieken en doden in Bergamo die op het netvlies werd gebrand. Plus dat alle medische deskundigen, die we in de media zagen, die angsten alleen maar verder aanwakkerden. Op de voet gevolgd door onze bestuurders. Media vergrootte dat alleen maar meer, nergens zagen we een aanzet tot relativeringen. En ook ik werd daardoor rond half maart beïnvloed.

Die paar personen in de media, die vraagtekens durfden te zetten zoals Jort Kelder, Ira Helsloot of Klaas Hummel werden nog net niet op de brandstapel gegooid.

Velen kwamen, heel begrijpelijk, in een staat van basale doodsangst.

Tot eind maart kon ik me het allemaal nog voorstellen wat er gebeurde, maar daarna werden wereldwijd de verkeerde afslagen genomen. En bij mijn recente bezoek met mijn gezin aan het Upside Down museum  herkende ik ineens het patroon. In dat museum wordt op veel manieren gespeeld met perspectief. Ruimtes waar alles op z’n kop staat. Groot wordt klein, klein wordt groot. Bij de hal waar je naar binnengaat draait alles om je heen en je moet zorgen dat je zelf niet valt. Toen ik -half draaierig- weer naar buiten kwam, besefte ik, dat wat ik net had beleefd symbolisch was voor de wereld waar we ons nu al maanden in bevinden. Vrijwel alle zekerheden zijn verdwenen. Mensen die zich wetenschappers noemden zijn vooral politici geworden. Politici nemen besluiten, die ontzettend meer schade opleveren dan ze voorkomen. Ze nemen kritiekloos de informatie over van degenen die zich wetenschapper noemen, terwijl de basis van die informatie zo wankel is als het maar kan. Journalisten zijn vooral slippendragers geworden van de wetenschappers, die het eigenlijk ook niet weten. Men opereert op een wijze, die ze zelf in februari nog compleet onmogelijk gehouden zouden hebben. Ja zeker Upside Down.

En de grootste schade die het virus blijkbaar heeft aangericht tot nu toe is, dat het vermogen van logisch denken van veel mensen heeft aangetast. Deels door de angst, maar ook deels door het onterechte geloof in de mensen, die worden geacht voor het onderwerp doorgeleerd te hebben. Misschien dat het verstandig is dat die mensen het begin van Zomergasten van 9 augustus bekijken met Prof. Jaap Goudsmit. Die het precies heeft over dat onderwerp. Experts, die het eigenlijk ook niet weten, maar wel doen alsof ze het weten.

De periode na 1 april 2020 zal in de toekomst in de Canon van Nederland beschreven worden als een fase waarin de leiding van Nederland ontoerekeningsvatbaar was en diverse wetenschappers door het ijs zakten. In veel van mijn blogs heb ik facetten ervan beschreven. Men had niet door wat de echte risico’s van het virus waren en hoe dan de echt kwetsbare beschermd kunnen worden, zonder dat er extra schade aan de samenleving werd aangebracht. Wereldwijd heeft er (achteraf voor een behoorlijk deel onnodig) een slachting plaatsgevonden in zorginstellingen.

Maar men blijft maar steeds hun lot in handen leggen van RIVM/OMT die bewezen hebben, niet in te spelen op de nieuwste onderzoeksbevindingen. Maar misschien nog veel erger dan dat, die nieuwste onderzoeksbevindingen tegen proberen te houden, zoals o.a. blijkt uit het verhaal over het ventilatiesysteem van het zorgcentrum in Maassluis.

 

Van kritisch naar slippendragers

Maar ik denk dat ik nog het meest geschokt ben door de rol die het overgrote deel van  oude media in Nederland sinds half maart spelen. Ik denk dat die gezorgd hebben dat veel mensen onnodig in angsten bleven zitten en de beslissers niet de ruimte hebben gelaten om beslissingen te nemen, die op langer termijn wel goed voor Nederland zouden zijn geweest.

Juist omdat er nog zoveel onduidelijk was (tot en met dat er geen onderbouwing is voor de 1,5 meter, waar Coutinho het bij Nieuwsuur over had) zouden de media een rol moeten hebben  gespeeld om juist vraagtekens te zetten bij datgene wat de specialisten op tv zeiden. En bij de maatregelen die de politici troffen. Maar dat gebeurde, zeker in de eerste maanden amper. Men opereerde eigenlijk alleen als uitvergroters van de -slecht onderbouwde- informatie die verstrekt werd. Alsof men collectief vond dat in een tijd van crisis het niet gepast is om kritische vragen te stellen. (Plus dat ik denk dat nogal wat presentatoren en redactieleden ook zelf die door mij gesignaleerde basale angsten hadden). Eigenlijk vond ik Nieuwsuur als enige nog met enige regelmaat kritiek geven en Kustaw Bessems ook in zijn stukken.

Maar voor de rest zag je keer op keer in artikelen, dat men kritiekloos de informatie overnam van leden van de RIVM, OMT en andere onderzoekers als het in lijn lag met de opvatting van het RIVM. En als een GGD in Friesland geheel ongefundeerd meldt dat 14 jongeren op een terras zijn besmet en dat men dus ook buiten de 1,5 meter moet aangehouden worden, neemt men, deze onwaarschijnlijke informatie, klakkeloos over. (En krijg ik veel mails van mensen die daar toch weer bang en ongerust over worden). Als inmiddels gebleken is dat het bericht was gebaseerd op een zeer gekleurde interpretatie van de gegevens door de GGD, wordt er niet gecorrigeerd.

Ik heb dat gedrag van de media ook aan den lijve ondervonden. In veel van de traditionele media kregen mijn bevindingen geen kans.  Als jouw enige informatiebron tot nu toe De Volkskrant was, dan zou je tot nu toe niet eens beseffen dat ik actief was of ben op het onderwerp Covid-19. Alleen misschien via een vernietigende tv-kritiek op 20 april naar aanleiding van mijn optreden bij OP1. En daarna nog enkele keren afkeurende opmerkingen over mij in columns. In NRC-Handelsblad was er alleen een positieve column van Rosanne Hertzberger en een artikel waar mijn inhoudelijke opstelling met de grond gelijk werd gemaakt door weer bij de usual suspect om commentaar te vragen.

Alleen het AD heeft, weliswaar pas ergens eind juni, mij de ruimte gegeven om te zeggen wat ik gevonden had en wat me bezielde.

Op de Nederlandse tv mocht ik drie keer opdraven bij Op1. (1) (2) (3) De tweede keer kreeg ik amper de tijd om mijn punt te maken. EenVandaag heeft me twee weken geleden wel de ruimte gegeven om o.a. over Covid-19 te spreken en de rol van het RIVM.

Alleen Harry Mens gaf me eind maart al de gelegenheid om het begin van mijn verhaal te vertellen.

Nu de aerosolen een steeds belangrijkere rol spelen in het debat en ventilatie ook, merk ik dat ik door dezelfde media eigenlijk nog steeds wordt genegeerd. Ondanks het feit dat ik op 2 april over het aerosolen al een uitgebreid blog heb geschreven en in juni het Deltaplan Ventilatie heb voorgesteld, o.a. om scholen klaar te krijgen voordat de open zouden gaan.

De waakhonden van de democratie lieten de afgelopen maanden vooral zien dat ze de schoothondjes van de democratie waren.

Gelukkig waren er mogelijkheden in de nieuwe media om mijn bevindingen te delen. Natuurlijk via het eigen blog, maar ook bij Café Weltschmerz, de Nieuwe Wereld en via het kanaal van Vincent Everts. Hier ziet u die lijst van de media-activiteiten.

 

Google, YouTube, Facebook, LinkedIn van hetzelfde laken een pak

Maar wat eigenlijk nog meer leek op het optreden van het Ministerie van de Waarheid uit Orwells 1984 kwam van een kant, waar ik het nog het minst had verwacht. (Blijkbaar mijn naïviteit): YouTube, Google, Facebook en LinkedIn.

Met alle vier organisaties heb ik ervaren wat er gebeurt als je -gefundeerd- kritiek hebt op uitspraken van WHO/RIVM en keuzes van de politiek en aangeeft wat er wel zou moeten gebeuren.

Terwijl er eerst bij een interview met mij via Café Weltschmerz geen strobreed in de weg werd gelegd door YouTube en Google, waarbij er een bereik was van 550.000. Maar daarna zie je dat ze het vinden en bekijken van sommige van de nieuwe opnames een stuk moeilijker maken. De CEO van YouTube heeft in het openbaar gezegd dat je niet meer voldoet aan de gebruiksvoorwaarde van YouTube als je afwijkt van de standpunten van de WHO. Door het moeilijker vindbaar maken op Google en YouTube werden de volgende video’s beduidend minder bekeken. (Ik kon dat inschatten, omdat bij de eerste video die na een paar uur moeilijker vindbaar werd gemaakt, het aantal views abrupt met een factor 10 daalde).

Bij Facebook gebeurde iets vergelijkbaars met een animatie die we hadden gemaakt over aerosolen en de 1,5 meter. Als je die wilde bekijken kwam er ineens een melding dat het fake news was. Als je dat gelezen had dan kon je de video nog wel zien, maar die button was ergens onderin. En het bereik daalde drastisch Klik maar hier op dan zie je het gebeuren.

Bij LinkedIn gebeurde het me twee keer dat een post na een paar uur voor derden onzichtbaar werd gemaakt. Toen ik daar bezwaar tegen maakte kreeg ik alleen antwoord dat ze het zouden uitzoeken. Ook een week later nog geen enkele reactie. En donderdagavond kreeg ik de melding van iemand, dat mijn profiel niet meer bij LinkedIn te vinden was. Toen ik inlogde kreeg ik de melding dat ik servicevoorwaarden had overtreden en dat ik een soort proces in kon gaan, waar ze nog een keer zouden beoordelen of ik al dan niet weer toegelaten wordt.

 

Conclusie

Zover is het dus gekomen.

Lees even dit blog terug over de zaken die ik vanaf april gezegd heb over de verspreiding van het virus en wat we nu inmiddels weten.  Veel van wat ik sinds eind maart schreef was op dat moment niet de lijn van de WHO en RIVM. Inmiddels is al meer gemeengoed dat je buiten niet makkelijk besmet wordt, dat je niet besmet wordt via voorwerpen, het grote belang  van aerosolen en de bestrijding ervan door ventilatie.

Zowel toen als nu ben ik niet zachtzinnig t.a.v. het optreden van het RIVM en de keuzes die politici en bestuurders maken. Deels doe ik dat omdat ik in een periode van ernstige crisis het onverantwoord vindt geen aanpassingen te doen op je aanpak op basis van nieuwe kennis. Jaap van Dissel is daar het vleesgeworden voorbeeld van. De gevolgen van het koppig vasthouden aan oude standpunten kunnen zowel voor de volksgezondheid, als economie en samenleving zeer ernstig zijn.

Wat ik beschrijf onderbouw ik steeds op een transparante manier. Met links naar de bronnen en uitleg hoe ik tot mijn conclusies kom.

Maar in wat voor wereld leven we als de belangrijkste plekken op internet waar het overgrote deel van de mensen komen, censuur gaat plegen op uitingen, zoals die van mij.

Ja, het ministerie van de waarheid, zoals Orwell dat in zijn boek heeft beschreven, lijkt er inmiddels te zijn. Niet zozeer van de totalitaire fysieke staat, maar wel in de virtuele wereld. Ben benieuwd wat er in de komend weken gebeurt. Of er nu wel meer ruimte komt voor mijn onderbouwde opvattingen. En hoe de oudere media zich zullen opstellen t.o.v. mij.

Het is toch bijna vermakelijk om te zien hoe langzamerhand in vrijwel alle media aerosolen en ventilatie inmiddels de klok slaan, maar dat op veel plekken de referentie naar wat ik al lange tijd heb proberen te agenderen niet wordt gemaakt. Bij Op1 had ik zelfs het gevoel dat de aanwezigen schrokken toen een van de gasten (Peter Schouten) aan het eind van het onderwerp over de ventilatieproblematiek in Maassluis vroeg “had Maurice de Hond dan toch gelijk” en men leek te schrikken en snel overging naar het volgende onderwerp. (In een latere uitzending werd die vraag wel door Sander Schimmelpenninck opgeworpen, maar toen reageerden de gasten aan tafel schrikachtig).

Dat advies had ik al lang gekregen: “eerst negeren ze je, dan ridiculiseren ze je en dan zeggen ze dat ze het al lang wisten”.

Laten we in ieder geval blij zijn dat het onderwerp nu op de agenda staat, maar ik ben bang dat de wijze waarop het nu gebeurt, met een continu tegenstribbelende Jaap van Dissel, te langzaam zal gaan en nog veel onnodige schade aan volksgezondheid, economie en maatschappij daardoor wordt aangebracht.

P.S.

Vandaag kreeg ik het gevoel dat het gelukkig nog niet echt Orwells 1984. Ja, het tegengeluid kan in ieder geval haar eigen kanalen nog benutten. En vanmorgen las ik, alsof het krokusjes waren na een koude winter, maar liefst drie columnisten in De Volkskrant (Wilma de Rek, Sander Schimmelpenninck en Jasper van Kuijck), die tegengeluiden gaven. Wilma met haar column “Hou op met de bangmakerij, koele cijfers moeten we hebben, en harde feiten”, Sander met “Kinderachtige coronanationalisme brengt Europa schade toe” en Jasper met “De berichtgeving over de coronacrisis in Zweden was vooringenomen en selectief”.  Hopelijk worden deze columns ook gelezen door de Volkskrant redactie zelf en die van vele andere media in Nederland. Het is 5 maanden na al die maatregelen in Europa. Dus meer ruimte voor dit geluid, zou heel wenselijk zijn.

En wie weet keert LinkedIn toch nog op zijn schreden terug.

Mijn position paper voor het VWS overleg over Lockdown-maatregelen

11 augustus 2020

Ik ben uitgenodigd om deel te nemen aan een open tafel van het Ministerie van VWS met als onderwerp “effecten generieke lockdownmaatregelen”. We werden gevraag om een aantal van de gestelde vragen met maximaal 1200 woorden te beantwoorden. Dat zou dan ook bij de Kamerleden terecht komen. De NOS heeft vanmorgen al over alle stukken gepubliceerd. Daarom voel ik me  nu vrij om dat stuk hierbij in zijn geheel te openbaren.

 

Naam:   Drs. Maurice de Hond

Functie: Onafhankelijke Onderzoeker en publicist over Covid-19 op maurice.nl

Organisatie:  View/Ture bv     Datum : 4 augustus 2020

Onderwerp expert-tafel: Effecten generieke lockdown

 Wat is het perspectief van waaruit u kijkt (bijvoorbeeld, wetenschap, praktijkdeskundige, en welke achtergrond)?

Vanaf februari vanuit mijn specialisme sociale geografie en methoden en technieken van onderzoek heb ik eerst de verspreiding van het virus bestudeerd en vervolgens relevante studies gelezen en beschreven, plus de ontwikkelingen in veel landen op de voet gevolgd en de aldaar genomen maatregelen.

Wat zou u, met de kennis van nu, het kabinet adviseren om hetzelfde te doen dit najaar om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? Welke elementen op het gebied van generieke lockdownmaatregelen zijn wat u betreft waard om vast te houden, te herhalen of uit te bouwen en waarom? Wat zou u, met de kennis van nu, adviseren om – op het gebied van generieke lockdownmaatregelen anders, of nieuw te doen – om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? En waarom?

Het snel indammen is niet haalbaar, niet noodzakelijk en heeft -evenals de eerste keer- enorme gevolgen voor de economie, samenleving en ook volksgezondheid (voor wat betreft andere aandoeningen dan Covid-19).

Reactie op de rest van de twee vragen:

Het is nodig om uw vraag in een breder kader te plaatsen om vervolgens mijn antwoord beter te begrijpen.

Doordat de regering haar beleid vrijwel geheel heeft laten bepalen door het RIVM/OMT zijn bij de beleidskeuzes andere componenten dan het bestrijden van Covid-19 volledig op de achtergrond geraakt. Dat was nog te begrijpen toen rond 15 maart gedacht werd dat 3% eraan zou gaan sterven (zoals de WHO stelde). Maar twee weken later was al duidelijk dat dit cijfer in werkelijkheid veel lager zou liggen. Plus dat er steeds meer bekend werd over welke groepen de meest getroffen zouden worden en dus het meest beschermd diende te worden. Maar dat gebeurde juist niet, gezien het feit dat rond de 60% van de overlijdensgevallen uit zorginstellingen afkomstig waren.

Daarbij speelde het RIVM en leden van het OMT, die in de media kwamen, op meerdere manieren een dubieuze rol:

  • Terwijl er eigenlijk sinds eind februari steeds meer bekend werd over allerlei aspecten van de verspreiding van het virus en het verloop van de besmetting, lijkt het er zelfs tot en met vandaag op, dat ze deze deskundigen nog weinig hebben bijgeleerd. Dat heeft tot gevolg dat zij enerzijds te grofmazige maatregelen adviseren, maar ook een cruciale component bij de besmettingen, niet onderkennen en door die blinde vlek, bepaalde adviezen niet geven.
  • Bij het geven van die adviezen wordt op geen enkele manier rekening gehouden met de economische en maatschappelijke gevolgen. Goed voorbeeld: de WHO adviseert 1 meter afstand. Nederland koos 1,5 meter afstand. Het verschil tussen 1,5 en 1 meter afstand is zowel economisch als sociaal groot.

Besef dat Italië de 1 meter afstand als maatstaf neemt. En de afgelopen twee maanden is het aantal nieuwe gevallen daar stabiel laag. (Dat is mede door de mondkapjes in openbare besloten ruimtes, maar buiten houdt men zonder mondkapjes, die 1 meter aan).

  • Last but not least: de betrokkenen verschenen op vrijwel dagelijkse basis in de media en wat ze daarbij vooral deden was de angst, die rond half maart was ontstaan door de ontwikkelingen in Bergamo en de maatregelen die in de Europese landen werden genomen, te onderhouden of zelfs verder aan te wakkeren. Vaak niet op basis van harde feiten, maar juist op veronderstellingen of eigen meningen. Het maakte niet uit of er beter nieuws was, altijd moest er een waarschuwing volgen. Toen de mooie Hemelvaartsdag met miljoenen mensen buiten (en vaak ook hutjemutje) werd dat niet verwelkomd en conclusies uit getrokken dat buiten de teugels vrijer konden worden. Maar werd gezegd dat het geluk was of dat er niemand was, die besmet was. Met weer een waarschuwing.

Die waarschuwingen waren er gericht om de Nederlanders te voorschriften van de overheid te laten volgen, maar het heeft ook grote gevolgen gehad op het welbevinden van veel Nederlanders en van de weeromstuit ook op het economisch en sociaal gedrag.

Zelden of nooit werden door de betrokkenen goed nieuws gedeeld (zoals je kan niet besmet worden via voorwerpen of de kans dat je buiten besmet wordt is zeer, zeer klein).

Het negatieve effect van dit optreden van de deskundigen werd versterkt, omdat de bewindslieden en voorzitters van veiligheidsregio’s de mantra’s van die deskundigen -mag ik zeggen: kritiekloos- continu herhaalden.  Daardoor werd bij velen de angsten onderhouden.

En steeds weer het gevoel geven dat eigenlijk alleen die 1,5 meter afstand zou zorgen voor het niet worden besmet. Terwijl die afstand houden (zeker buiten) veel minder relevant is. En dat slecht geventileerde binnenruimtes de echte plekken waren waar veel mensen tegelijk het risico liepen besmet te worden en niet omdat ze daar de 1,5 meter niet aanhielden.

Maar omdat het RIVM en de OMT-leden onder de pretentie “wetenschappelijk bezig te zijn” die laatste risico’s vrijwel negeerden, zijn we niet voorbereid op de tweede golf van het najaar. Een tweede golf, waarvan de huidige ontwikkelingen hun schaduw al vooruitwerpen. (De meeste besmettingen vinden tijdens clusters plaats. Plus dat op basis van de publiciteit van 5 augustus via EenVandaag en De Volkskrant over de zorginstelling in Maassluis heel duidelijk is hoe groot het effect is van slechte ventilatie, maar misschien nog meer, hoe het RIVM er veel aan gedaan heeft om belangrijk onderzoek op dat vlak juist niet naar buiten te brengen).

(MdH, na het schrijven van dit blog kwam o.a. dit in het nieuws:)

 

 

 

Mijn advies is tweeledig:

1.

  • Volg niet blindelings meer het RIVM of OMT.
  • Accepteer niet dat leden van het OMT in de publiciteit meldingen doen over hun persoonlijke opvattingen. Die mogen ze uiten, maar dan mogen ze geen deel meer uitmaken van het OMT.
  • Zorg dat er een onafhankelijk instituut komt dat reëel de echte gevaren van de ontwikkelingen rondom het virus communiceert. Niet gericht op mensen bang te houden, maar om ze echt de mogelijkheid te bieden hun eigen risico’s in te schatten en daarnaar te handelen.
  • Weeg bij uw besluiten alle componenten mee die via maatregelen geraakt zouden kunnen worden. Dus ook de economische en sociale. En communiceer daar eerlijk over. Maar voedt de angst niet.

2.

  • Neem geen maatregelen meer, die voor het hele land tegelijk gelden. De echte gevaren verschillen fors per gebied.
  • Werk met een signaleringssysteem per gebied (groen, geel en rood). Maak duidelijk wat dat betekent voor de activiteiten in een gebied als de signalering een van die drie kleuren is.
  • Scheer niet alle openbare binnenruimtes over één kam. Daar waar goede ventilatie is mag meer dan waar dat niet is. (Ik heb daarvoor een Deltaplan Ventilatie voorgesteld). Zo is er ook een incentive om te zorgen dat de openbare binnenruimte wel Coronaproof wordt.
  • Stel geen restricties aan buitenruimtes.
  • Verlaag de 1,5 meter naar 1 meter.

In feite is dit een systeem waarbij goed gedrag beloond wordt in plaats van verkeerd gedrag afgestraft. En komt er ook een incentive voor de bewoners van een regio om te zorgen dat de regio groen wordt/blijft.

 

Over dit laatste heb ik dit artikel geschreven: https://www.maurice.nl/2020/07/23/naar-een-intelligent-mondkapjesbeleid/

Met deze tabel als kern.

 

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier  

Tags: advies

Deel dit stuk

Inleiding

Deze site bevat informatie over de demografische effecten van immigratie naar Nederland. Daarnaast wordt ook informatie gegeven over de kosten en baten van immigratie. 
 
Deze informatie is gebaseerd op een computermodel waarmee vier scenario's zijn doorgerekend. Deze scenario's zijn bedoeld om een beeld te geven wat het beleid van politieke partijen betekent voor de bevolkingsontwikkeling en de kosten van immigratie. 


 

 

 

Waarom deze site

Deze website komt voort uit de wens om inzicht te krijgen in de demografische gevolgen van immigratie en om die inzichten te delen met geïnteresseerden. De naam van de site verwijst daar ook naar; het gaat om de democratisering van demografische kennis in Nederland. Vandaar de naam demo-demo.nl.

Feitelijk komt mijn motivatie om deze site te beginnen voort uit vier bronnen: nieuwsgierigheid, ergernis, bezorgdheid en verantwoordelijkheid.

Nieuwsgierigheid

De nieuwsgierigheid wordt gevoed uit mijn interesse in het onderwerp immigratie. Ik was altijd al geïnteresseerd in verschillende culturen en heb vroeger ook veel gereisd, onder andere in Afrika, Azië en de voormalige Sovjet Unie. Vanuit die interesse heb ik na mijn studie wiskunde en informatica aan de Universiteit Utrecht culturele antropologie gestudeerd aan de UvA. Daarna ben ik aan diezelfde universiteit gepromoveerd op het onderwerp migratie. Mijn proefschrift ging over de kennis die economen in de loop der tijd hebben geproduceerd over de economische gevolgen van immigratie naar Nederland en ook over de vraag of die kennis wel geproduceerd mocht worden. Ik ben dus oprecht geïnteresseerd in de effecten van immigratie op de ontvangende samenleving. Daarnaast heb ik ook wel een voorliefde voor de cijfertjes achter de verschijnselen en voor het schrijven van computerprogramma's.

Ergernis

Wie op zoek gaat naar goede informatie over immigratie vindt niet altijd wat hij of zij zoekt. Daar begint de ergernis. Wie bijvoorbeeld wil weten wat een bepaalde mate van immigratie doet met de etnische samenstelling van de bevolking of het percentage moslims in Nederland, komt al snel uit bij gezaghebbende instituten als het NIDI en het CBS. Op zich zijn die uiteraard beter toegerust dan ik om een demografisch model te ontwikkelen, maar de informatie die ze produceren bevredigt niet altijd. 

Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat het CBS de derde generatie allochtonen automatisch tot de autochtonen rekent, ongeacht of zij zich Nederlander voelen of willen zijn. Anders gezegd: de mate en het moment van assimilatie (opgevat als zelfidentificatie met Nederland) staan bij voorbaat vast. Dat is niet realistisch. Wat ook ontbreekt zijn toegankelijke scenario's om bijvoorbeeld de ontwikkeling van het aantal niet-westerse immigranten of het aantal islamieten in Nederland te relateren aan een bepaalde mate van (asiel)migratie of aan een bepaalde mate van secularisatie of assimilatie. 

Ook bestond er geen middel om de kosten en baten van het migratiebeleid door te rekenen. Dat is onbegrijpelijk in een land waar alle verkiezingsprogramma's door het CPB worden doorgerekend. En tevens onverantwoord, want de impact van immigratie op het overheidsbudget is groot. 

Daarom besloot ik zelf een demografisch model te bouwen en een computerprogramma te schrijven, waarmee ik de demografische en economische effecten van beleidsscenario's door kon rekenen.

Bezorgdheid

Een belangrijke motivatie om al die moeite te doen is bezorgdheid. Ik voel me Europeaan en westerling en tot op zekere hoogte ook wereldburger. Maar ik identificeer me toch in de eerste plaats met Nederland. En ik denk dat teveel immigratie op de manier zoals die nu plaatsvindt niet goed is voor Nederland. 

De immigratie van teveel kansarme niet-westerse immigranten vormt een bedreiging van onze welvaart, onze welvaartsstaat en de sociale vrede. Het kernpunt is dat we door onze uitgebreide welvaartsstaat niet in staat zijn om grote aantallen immigranten van gemiddeld of laag scholingsniveau te absorberen. Veel te veel mensen komen in laaggeschoolde banen of een uitkering terecht. Dat kost grote sommen geld, omdat ook de meeste werkende immigranten over hun hele verblijfsduur netto-ontvangers van de welvaartsstaat zijn. Door structurele onderliggende oorzaken (outsourcing, robotisering, automatisering, enzovoort) is het vrijwel onmogelijk om daar beleidsmatig iets aan te doen middels banenplannen en dergelijke. 

Nu nog zijn we in staat om de latente etnische en religieuze tegenstellingen af te kopen met verzorgingsstaatarrangementen. Maar juist doordat immigratie ontzettend veel geld kost is die verzorgingsstaat op termijn niet houdbaar, als er in de toekomst sprake is van een structureel hoog niveau van ongeselecteerde immigratie. Als het huidige beleid van nauwelijks selectieve massa-immigratie wordt voortgezet, dan zullen er economische tegenstellingen - die langs etnische en religieuze breuklijnen lopen - aan de oppervlakte komen met alle gevolgen van dien. 

Daarnaast vormt een te grote immigratie van mensen die zich niet of nauwelijks identificeren met Nederland - en met de Nederlandse normen en waarden - een bedreiging voor de instandhouding van de Nederlandse samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor de immigratie van orthodoxe moslims. Orthodoxe moslims hebben veelal een waardesysteem dat op cruciale onderdelen conflicteert met het westerse waardesysteem dat in Nederland domineert. Het gaat dan om een aantal in het oog springende punten als de gelijkheid van man en vrouw. Maar onderliggend gaat het zaken die zo mogelijk nog wezenlijker zijn. Een voorbeeld is het feit dat in het Westen religie bijna helemaal is teruggedrongen naar het privédomein. Uit onderzoek van onder andere de socioloog Ruud Koopmans is gebleken dat dit haaks staat op de visie van een groot deel van de orthodoxe moslims, die vinden dat hun religieuze wetten (de sharia) boven de wetten van Nederland staan. 

Bij kleine aantallen immigranten hoeft het niet direct een probleem te zijn dat immigranten een conflicterend waardesysteem hebben. Maar bij massale immigratie kan het leiden tot een strijd om de dominantie van het ene dan wel het andere waardesysteem. Veel progressieve mensen gaan er van uit dat culturele diversiteit altijd op voorhand goed is, een doel dat nastrevenswaardig is en tot op zekere hoogte is diversiteit uiteraard wenselijk. Maar als die diversiteit leidt tot allerlei disfunctionele conflicten in de samenleving en het democratische proces gaat frustreren, dan ligt het tegendeel meer voor de hand. 

Laten we ook niet onderschatten dat de massa-immigratie geleidelijk het waardesysteem van een samenleving verschuift. Het waardesysteem vormt een onderdeel van wat de antropoloog Marvin Harris aanduidt als de superstructure van de cultuur. Die superstructure is mede bepalend voor de wijze waarop culturen basale zaken als economische productie en menselijke reproductie organiseren. Dus een ander wereldbeeld en een ander systeem van normen en waarden kan uiteindelijk ook leiden tot een andere samenleving.

Verder is massale immigratie een potentieel probleem als veel immigranten zich niet met het ontvangende land identificeren. Symbolisch op dit punt waren de demonstraties en het vlagvertoon van Erdogan-aanhangers op de Erasmusbrug in Rotterdam na de mislukte Turkse coup. Deze mensen bevestigden wat al langer blijkt uit onderzoek van de SCP: een groot deel van de immigranten van Turkse herkomst (en ook een aantal andere groepen) identificeert zich nauwelijks met Nederland en veel meer met het land van herkomst. 

Als er steeds meer immigranten komen die zich niet of nauwelijks met Nederland identificeren, dan is dat in potentie een probleem. Want Nederland is er niet zomaar. Nederland bestaat bij de gratie van het feit dat er voldoende mensen zijn die zich met Nederland identificeren. Dat al die mensen heel verschillend zijn, maar toch ook tot op zekere hoogte gedeelde waarden en normen hebben. En dat de meeste van die mensen op de een of andere manier een inspanning leveren om Nederland - dit welvarende, vrije en vredige land - steeds weer opnieuw vorm te geven en in stand te houden. Die reproductieve capaciteit komt in gevaar door te veel immigratie.

Tot slot dit. Veel progressieven verdedigen graag de rechten van minderheden - zoals de oorspronkelijke, inheemse bevolking (indigenous population) van Amerika - op de beleving en het behoud van hun eigen taal en cultuur. Maar met datzelfde argument kan men argumenteren dat ook de indigenous population van Nederland recht heeft op de beleving en het behoud van de eigen taal en cultuur. De enige plaats waar die Nederlandse indigenous population de eigen taal en cultuur kan beleven is Nederland. Nergens anders kunnen zij heen om die beleving te hebben. Dus als de Nederlandse indigenous population dat recht op behoud van taal en cultuur heeft, dan heeft zij ook het recht om zich te vrijwaren van al te abrupte of ingrijpende veranderingen van die taal en cultuur door massale immigratie. Dit is iets waar veel Nederlanders - waaronder ik - zich terecht zorgen over maken.

Verantwoordelijkheid

Het mag duidelijk zijn dat ik de huidigeimmigratie onverantwoord vind. Het stoort me dan ook dat er behoorlijk veel mensen zijn - met name hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen aan de linkerzijde van het politieke spectrum - die de massale immigratie van de afgelopen decennia een mooie zaak lijken te vinden. Een voorbeeld vormt het VN-vluchtelingenverdrag. Ik denk dat dat verdrag totaal niet houdbaar is, maar nogal wat progressieven en christenen vinden dat wij altijd onderdak moeten bieden aan verdragsvluchtelingen, hoeveel het er ook zijn. Impliciet zeggen die mensen dat Nederland via het VN-vluchtelingenverdrag de mensenrechten van 7 miljard wereldburgers (en aan het eind van de eeuw 11 miljard) moet garanderen. In de praktijk gaat het in het asielherkomstgebied (ruwweg West-Azië, Afrika en enkele Europese landen) op dit moment om ongeveer 2 miljard mensen en aan het eind van de eeuw om ongeveer 6 miljard mensen. De meeste asielzoekers komen terecht in een dozijn Europese landen die samen ongeveer 400 miljoen inwoners tellen. Dat is totaal uit verhouding. Ik vind dat gevaarlijk en naïef omdat de massale migratie die daarvan het gevolg kan zijn simpelweg verwoestend uit kan pakken voor het Nederland zoals we dat nu kennen. 

Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om middels deze site zo goed mogelijk inzicht te geven in de economische en demografische gevolgen van de massa-immigratie, juist omdat overheidsinstituten als het SCP, CBS en CPB hier de zaak op onderdelen laten liggen. Die leemte probeer ik op te vullen met deze eerste poging om alle beschikbare informatie zo goed mogelijk in één model onder te brengen. Hopelijk pakken genoemde overheidsinstituten dit initiatief op en produceren zij eindelijk een betrouwbaar model waarmee systematisch alle beleidsvoornemens en verkiezingsprogramma's inzake immigratie op economische en demografische effecten kunnen worden doorgerekend. Dat zou een goede zaak zijn, want die instituten zijn met al hun menskracht, expertise en middelen ongetwijfeld beter geoutilleerd voor deze taak dan ik.

Stemwijzer

Deze site is ook te gebruiken als een soort 'stemwijzer' op het onderdeel migratie. Er zijn vier scenario's ontwikkeld die inzicht geven in het effect van verschillende typen immigratiebeleid, begrensdmainstreamruimhartig en onbegrensd:

  • Ter rechterzijde van het politieke spectrum zijn er partijen zoals de PVV en Forum voor Democratie die de immigratie verregaand willen terugdringen. De effecten van een dergelijk beleid worden verbeeld door het scenario begrensd.

  • In het midden bevinden zich politieke partijen als de VVD die de status quo willen handhaven. De effecten van dergelijke beleid worden weergegeven in het scenario mainstream.

  • Ter linkerzijde zijn er partijen als GroenLinks en D66 die graag spreken over een ruimhartig toelatingsbeleid en het feit dat elke echte vluchteling altijd welkom moet zijn in Nederland. Voor deze partijen zijn de scenario's ruimhartig en onbegrensd ontwikkeld.

In het laatste geval is er gekozen voor twee scenario's omdat deze partijen in principe een onbegrensd beleid voorstaan waarbij het aanbod van asielzoekers de instroom bepaalt en elke uitkomst in principe mogelijk is. Met de twee scenario's worden de effecten bekeken van twee ordes van grootte van asielinstroom.

Historisch perspectief

Om de figuren elders op deze site in perspectief te plaatsen het volgende historisch voorbeeld van het mogelijk verloop van bevolkingsontwikkeling door immigratie. Volgens de CPB-publicatie Immigratie in Nederland: economische gevolgen uit 2000 waren er begin jaren zeventig 55 duizend Turkse en Marokkaanse gastarbeiders in Nederland en 20 duizend gezinsleden, in totaal 75 duizend personen. Inmiddels is deze groep meer dan vertienvoudigd tot 817 duizend personen (inclusief 33 duizend personen van de derde generatie).

 

 

 

In ontwikkeling

Deze site is uit bovenstaande motieven ontstaan. Echter, dit project is van dermate omvang en complexiteit dat het eigenlijk te veel is voor één persoon. Gelukkig heb ik meerdere deskundige mensen kunnen consulteren, waaronder Hans Roodenburg, voormalig hoofdonderzoeker van het CPB (waarvoor dank!). Ik heb naar eer en geweten, en met alle kennis en kunde die ik heb, een poging gedaan om tot een toekomstverkenning te komen. Het model en daarmee de site zijn in ontwikkeling.

Ik hoop twee dingen te bereiken. In de eerste plaats dat de gevestigde instituten een permanent lopende tool ontwikkelen om de economische en demografische effecten van het migratiebeleid (of het ontbreken daarvan) door te rekenen. Daarnaast hoop ik dat geïnteresseerden via het contactformulier komen met aanvullingen of mij wijzen op eventuele hiaten en of fouten. Eventuele wijzigingen zal ik bijhouden in een versiebeheer. 

Dr. Jan H. van de Beek

© 2017 Jan H. van de Beek